Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-11-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9339, 200.306.602

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-11-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9339, 200.306.602

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
3 november 2022
Datum publicatie
7 november 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:9339
Zaaknummer
200.306.602

Inhoudsindicatie

Verzoek vader hem alleen met het gezag te belasten alsnog afgewezen. Kind woont inmiddels niet meer bij vader maar in een crisispleeggezin en beide ouders moeten kunnen worden betrokken en aangesproken door de gezinsvoogdijinstelling. Artikel 1:253n BW.

Uitspraak

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.306.602

(zaaknummer rechtbank Gelderland 383337)

beschikking van 3 november 2022

inzake

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats1] ,verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. J.M.H. Devis te Zoetermeer,

en

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats2] ,

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. R.M. van der Linden te Utrecht.

Als informant is aangemerkt:

de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Gelderland,

regio Noord,

gevestigd te Arnhem, locatie Apeldoorn,

verder te noemen: de GI.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 12 april 2021 en 3 november 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. De beschikking van 3 november 2021 zal verder ook worden genoemd: de bestreden beschikking.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift met producties, ingekomen op 3 februari 2022;

- het verweerschrift met producties;

- een brief van de GI van 20 september 2022.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 22 september 2022 plaatsgevonden. Aanwezig waren:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en mr. E. Voorn;

- een vertegenwoordiger namens de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).

De GI is met voormelde schriftelijke kennisgeving niet verschenen.

3 De feiten

3.1

Het huwelijk van partijen is [in] 2015 ontbonden door echtscheiding.

3.2

Partijen zijn de ouders van: [de minderjarige] , geboren [in] 2011 te [plaats1] , over wie zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen.

3.3

Partijen hebben een ouderschapsplan opgesteld dat zij beiden op 1 mei 2019 hebben ondertekend. Daarin zijn zij onder meer overeengekomen dat [de minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij de vader heeft.

3.4

Bij beschikking van 25 juli 2019 van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland is [de minderjarige] onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar. Deze ondertoezichtstelling is nadien met een jaar verlengd, tot 25 juli 2021.

3.5

Bij beschikking van 26 mei 2020 van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland is de moeder het recht op omgang ontzegd voor de duur van zes maanden.

3.6

In voormelde tussenbeschikking van 12 april 2021 heeft de rechtbank het verzoek van de vader in eerste aanleg om het gezamenlijk gezag te beëindigen en hem alleen met het gezag over [de minderjarige] te belasten, aangehouden en de GI verzocht de rechtbank te informeren over de stand van zaken rondom de ondertoezichtstelling.

3.7

De GI heeft op 22 april 2021 besloten de ondertoezichtstelling niet te verlengen en de raad heeft bij brief van 3 juni 2021 bericht zich tegen dit besluit van de GI niet te verzetten.

4 De omvang van het geschil

5 De motivering van de beslissing

6 De beslissing