Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-11-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9450, 21/00570
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-11-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:9450, 21/00570
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 8 november 2022
- Datum publicatie
- 18 november 2022
- Zaaknummer
- 21/00570
- Relevante informatie
- Art. 17 lid 2 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
Uitspraak
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 21/00570
uitspraakdatum: 8 november 2022
Uitspraak van de tiende enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 maart 2021, nummer UTR 20/2996, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Noordoostpolder (hierna: de heffingsambtenaar)
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft ten aanzien van belanghebbende bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 34 te [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak) voor het jaar 2020 vastgesteld op € 212.000. Tegelijk met deze beschikking is een aanslag onroerendezaakbelasting (hierna: OZB) 2020 aan belanghebbende opgelegd.
Op het bezwaar van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank MiddenNederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord ir. B.A.M. Slockers als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar.
2 Vaststaande feiten
Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak.
De heffingsambtenaar heeft de voor de onroerende zaak vastgestelde waarde onderbouwd met een bij zijn verweerschrift in hoger beroep ingebrachte taxatiematrix, die hij gedeeltelijk heeft gewijzigd bij zijn conclusie van dupliek. In die matrix is de waarde per 1 januari 2019 (hierna: de waardepeildatum) bepaald op € 212.000. Die waarde is bepaald door vergelijking met verkoopgegevens van vijf binnen een straal van één kilometer afstand van de onroerende zaak gelegen vergelijkingsobjecten, te weten [adres1] 30 (hierna: nr. 30), [adres2] 59 (hierna: [adres2] ), [adres3] 11 (hierna: [adres3] ), [adres4] 63 (hierna: [adres4] ) en [adres5] 213 (hierna: [adres5] ). Ter onderbouwing van de getaxeerde waarde van de onroerende zaak zijn in het rapport onder meer de volgende gegevens vermeld. Daarbij is de ligging (“L”) gewaardeerd op normaal (3) of goed (4).
|
Object |
Bouw-jaar |
Type |
Inhoud woning in m³ |
Waarde per m³ |
Kavel- opp. in m² |
Waarde per m² |
Overige |
L |
Getaxeerde waarde / verkoopprijs en datum verkoop |
|
Onroerende zaak |
1986 |
Rij |
353 |
€ 425 |
182 |
€ 304 |
Garage (16 m²): € 5.600 Dakkapel (4 m³): € 1.800 |
4 |
€ 212.000 |
|
Nr. 30 |
1986 |
Hoek |
353 |
€ 458 |
223 |
€ 281 |
Garage (16 m²): € 5.600 Dakkapellen (12 m³): € 5.400 |
4 |
€ 205.500 (06-01-2017) |
|
[adres2] |
1986 |
Hoek |
353 |
€ 421 |
205 |
€ 290 |
Garage (16 m²): € 5.600 Dakkapel (4 m³): € 1.800 |
3 |
€ 199.000 (31-10-2017) |
|
[adres3] |
1987 |
Rij |
354 |
€ 322 |
161 |
€ 320 |
Berging (6 m²): € 2.100 Dakkapel (6 m³): € 2.700 |
3 |
€ 165.000 (08-06-2018) |
|
[adres4] |
1987 |
Hoek |
409 |
€ 373 |
280 |
€ 251 |
Tuinhuis (19 m²): € 950 Carport (37 m²): € 1.850 |
3 |
€ 212.000 (23-01-2018) |
|
[adres5] |
1985 |
Rij |
360 |
€ 348 |
139 |
€ 342 |
Berging (5 m²): € 1.750 Dakkapel (4 m³): € 1.800 |
3 |
€ 167.500 (15-03-2018) |
3 Geschil
In geschil is de WOZ-waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat die waarde moet worden vastgesteld op € 182.000. De heffingsambtenaar bepleit handhaving van de door hem vastgestelde waarde van € 212.000.