Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-02-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:1195, 200.300.132/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-02-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:1195, 200.300.132/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
7 februari 2023
Datum publicatie
13 februari 2023
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:1195
Formele relaties
Zaaknummer
200.300.132/01

Inhoudsindicatie

Schade als gevolg van toerekenbare tekortkoming in de nakoming.

Vervolg van ECLI:NL:GHARL:2019:9945.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.300.132/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 512654)

arrest van 7 februari 2023

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats1] ,

appellant,

bij de rechtbank: eiser,

hierna: [appellant],

advocaat: mr. H.C. Vroege, die kantoor houdt te Hilversum,

tegen

1 [geïntimeerde1] , hierna: [geïntimeerde1] ,

2. [geïntimeerde2],

beiden wonende te [woonplaats2] ,

geïntimeerden,

bij de rechtbank: gedaagden,

hierna gezamenlijk: [geïntimeerden],

advocaat: mr. D.W.J. Leijs, die kantoor houdt te Hilversum.

1 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

1.1

Na het arrest van 2 november 2021 heeft op 17 januari 2022 een enkelvoudige mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal).

1.2

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:- de memorie van grieven van [appellant] van 29 maart 2022 met producties;- de memorie van antwoord van [geïntimeerden] van 7 juni 2022 met producties;- de akte na partijberaad van [appellant] van 30 augustus 2022 met producties;- de antwoordakte van [geïntimeerden] van 25 oktober 2022.

1.3

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof een datum voor arrest bepaald.

2 Waar gaat deze zaak over?

2.1

Het gaat in deze zaak om de vraag of [appellant] schade heeft geleden als gevolg van het tekortschieten van [geïntimeerden] in de nakoming van de verplichting tot levering van een perceel, en zo ja wat de omvang van die schade is geweest. Dit geschil heeft de volgende feitelijke achtergrond.

2.2

Partijen hebben eerder een procedure gevoerd over de verkoop van een bedrijventerrein in [woonplaats2] (hierna: het perceel) door [geïntimeerden] aan [appellant] . Aan het toegangspad van dit perceel is een loods gelegen (hierna: de loods).

2.3

In de door partijen op 10 september 2016 gesloten koopovereenkomst is overeengekomen dat [geïntimeerden] het perceel omstreeks (“+/-”) 20 december 2016 zouden leveren aan [appellant] . Op 16 januari 2017 heeft [geïntimeerde1] tijdens een gesprek bij de notaris meegedeeld dat de loods niet bij de koop was inbegrepen. [appellant] heeft vervolgens aangeboden om € 20.000,- meer te betalen voor het perceel met inbegrip van de loods. Dit aanbod is niet aanvaard door [geïntimeerden] Op 19 januari 2017 heeft [geïntimeerde1] aan [appellant] bevestigd dat op 16 januari 2017 geen overeenstemming was bereikt en dat [geïntimeerden] afzagen van een verdere verkoop aan [appellant] . In een brief van 1 februari 2017 heeft de advocaat van [appellant] nakoming van de koopovereenkomst van 10 september 2016 verzocht en [geïntimeerden] aansprakelijk gesteld voor alle door [appellant] geleden schade.

2.4

Bij vonnis van 7 maart 2018 heeft de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, [geïntimeerden] op vordering van [appellant] veroordeeld mee te werken aan het passeren van de notariële akte tot levering van het gehele perceel (dus inclusief de loods) en alle rechtshandelingen te verrichten die daarvoor noodzakelijk zijn, met veroordeling van [geïntimeerden] in de proceskosten.

2.5

Na ingesteld hoger beroep door [geïntimeerden] heeft dit hof bij arrest van

19 november 2019 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, met veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten van het hoger beroep.

2.6

[geïntimeerden] hebben het perceel op 31 mei 2018 aan [appellant] geleverd.

2.7

[appellant] heeft het perceel vanaf de levering op 31 mei 2018 verhuurd aan de eenmanszaak van zijn zoon, die handelt onder de naam [naam1] (hierna: [naam1] onderscheidenlijk [naam1] ).

2.8

Het perceel bevat 8 units die separaat kunnen worden verhuurd. Ten tijde van de beoogde levering op 20 december 2016 werd unit 8 verhuurd tegen een huurprijs van € 350,- (inclusief btw) per maand. Per 1 januari 2018 is ook unit 1 verhuurd, tegen een huurprijs van € 180,- (inclusief btw) per maand. De huurinkomsten tot aan de levering op 31 mei 2018 zijn ontvangen door [geïntimeerden] De huurinkomsten vanaf 31 mei 2018 zijn, op aanwijzing van [appellant] , ontvangen door [naam1] .

2.9

[appellant] heeft het perceel op 21 oktober 2018 verkocht en op 29 november 2018 geleverd aan een derde partij.

2.10

Nadat partijen niet tot overeenstemming konden komen met betrekking tot de door [appellant] gestelde schade, heeft [appellant] bij de rechtbank gevorderd dat [geïntimeerden] worden veroordeeld om aan hem te betalen € 40.865,06 aan gederfde huurinkomsten en € 1.373,35 aan gemaakte taxatiekosten om een marktconforme huur te bepalen, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten. [appellant] stelt daartoe dat [geïntimeerden] aansprakelijk zijn voor alle schade die hij als gevolg van de toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de op 10 september 2016 gesloten koopovereenkomst met betrekking tot het perceel heeft geleden. De gemiste huuropbrengsten zijn getaxeerd op een bedrag van € 2.354,68 per maand. Over de periode van 20 december 2016 tot 31 mei 2018 komt dit neer op het bedrag van € 40.865,06.

2.11

De rechtbank heeft deze vorderingen voor een belangrijk deel afgewezen. [geïntimeerden] zijn veroordeeld tot betaling van € 4.545,76, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 16 november 2020 en tot betaling van € 701,29 aan buitengerechtelijke kosten, waarbij de proceskosten tussen partijen zijn gecompenseerd.

2.12

Tegen die uitspraak heeft [appellant] bezwaar gemaakt. De bedoeling van het hoger beroep is dat ook het afgewezen deel van de vorderingen alsnog wordt toegewezen. [geïntimeerden] hebben hun verweer gehandhaafd.

3 3. Het oordeel van het hofDe opzet en de conclusie van deze uitspraak

4 De beslissing