Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-02-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:1313, 22/00716
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-02-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:1313, 22/00716
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 14 februari 2023
- Datum publicatie
- 24 februari 2023
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2022:1166, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 22/00716
- Relevante informatie
- Art. 17 lid 2 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
Uitspraak
locatie Arnhem
nummer 22/00716
uitspraakdatum: 14 februari 2023
Uitspraak van de derde enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 21 maart 2022, nummer UTR 21/1756, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (BGHU) (hierna: de heffingsambtenaar)
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking de WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres1] 46 te [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak) voor het kalenderjaar 2020, naar waardepeildatum 1 januari 2019, vastgesteld op € 1.544.000.
De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 26 februari 2021 de vastgestelde waarde verminderd tot € 1.366.000. Daarbij is een proceskostenvergoeding toegekend van € 530.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank).
De Rechtbank heeft bij uitspraak van 21 maart 2022 het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft op 7 april 2022 tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
De heffingsambtenaar heeft op 17 november 2022 een verweerschrift bij het Hof ingediend.
Belanghebbende heeft op 13 januari en 30 januari 2023 een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 februari 2023. Namens belanghebbende is verschenen [naam1] . Namens de heffingsambtenaar zijn verschenen [naam2] en taxateur [naam3] .
2 Feiten
Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak. Het betreft een in 1922 gebouwde vrijstaande woning met een woonoppervlakte van 317 m2. De perceeloppervlakte bedraagt 1411 m2. Tot de onroerende zaak behoren verder een garage van 33 m2, een buitenzwembad en een berging van 33 m2.
3 Geschil
In geschil is of de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak op een te hoog bedrag heeft vastgesteld. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de heffingsambtenaar ontkennend.
Ter zitting heeft belanghebbende verklaard dat uitsluitend de WOZ-waarde van de onroerende zaak ter beoordeling voorligt.
Belanghebbende staat in hoger beroep een waarde voor van € 1.199.000. De heffingsambtenaar verdedigt de vastgestelde waarde van € 1.366.000. Ter staving daarvan wijst de heffingsambtenaar op de in beroep ingebrachte taxatiematrix waarin de waarde is getaxeerd op € 1.366.000.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraken van de Rechtbank en de heffingsambtenaar en tot vermindering van de vastgestelde waarde. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.