Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-01-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:140, 21/00256

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-01-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:140, 21/00256

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10 januari 2023
Datum publicatie
20 januari 2023
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:140
Formele relaties
Zaaknummer
21/00256
Relevante informatie
Art. 17 lid 2 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling woning.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer BK/AR-ARN 21/00256

uitspraakdatum: 10 januari 2023

Uitspraak van de negende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 8 februari 2021, nummer UTR 20/3455, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 262 te [woonplaats] (hierna: de woning), per waardepeildatum 1 januari 2019 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2020 vastgesteld op € 477.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting 2020 (OZB) voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte vastgesteld op € 389,23.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft via beeldbellen plaatsgevonden op 4 mei 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. A. Bakker als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede namens de heffingsambtenaar [naam1] bijgestaan door taxateur [naam2] .

1.6.

De heffingsambtenaar heeft nadere stukken ingediend.

1.7.

Partijen hebben te kennen gegeven af te zien van een onderzoek ter nadere zitting.

2 Vaststaande feiten

Belanghebbende is eigenaar van de woning. De woning is een rijwoning met een inhoud van ongeveer 485 m3. Het perceel heeft een oppervlakte van ongeveer 180 m2. Het woonoppervlak is 153 m2.

3 Geschil

3.1.

In geschil is de waarde van de woning. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de heffingsambtenaar bij het vaststellen van de waarde onvoldoende rekening heeft gehouden met de ligging en de waarderingsfactoren van de woning en of de heffingsambtenaar het gelijkheidsbeginsel, het verbod op willekeur en het vertrouwensbeginsel heeft geschonden.

3.1.

De heffingsambtenaar beantwoordt deze vragen ontkennend en staat een waarde voor van € 477.000.

3.2.

Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend en staat een waarde voor van € 421.000.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing