Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-01-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:144, 21/00617

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-01-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:144, 21/00617

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10 januari 2023
Datum publicatie
20 januari 2023
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:144
Formele relaties
Zaaknummer
21/00617
Relevante informatie
Art. 17 lid 2 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling woning.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer BK/AR-ARN 21/00617

uitspraakdatum: 10 januari 2023

Uitspraak van de negende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 april 2021, nummer UTR 20/187, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 12 te [woonplaats] (hierna: de woning), per waardepeildatum 1 januari 2018 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2019 vastgesteld op € 369.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting 2019 (OZB) voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte vastgesteld op € 316,97.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank MiddenNederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft via beeldbellen plaatsgevonden op 4 mei 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. A. Bakker als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede namens de heffingsambtenaar [naam1] en [naam2] .

1.6.

Het Hof heeft het vooronderzoek heropend. Belanghebbende heeft nadere stukken ingediend.

1.7.

Partijen hebben te kennen gegeven af te zien van een onderzoek ter nadere zitting.

2 Vaststaande feiten

Belanghebbende is eigenaar van de woning. De woning is een twee-onder-één-kapwoning. De inhoud van de woning is ongeveer 447 m3. Het perceel heeft een oppervlakte van ongeveer 112 m2.

3 Geschil

3.1.

In geschil is de waarde van de woning. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de heffingsambtenaar bij het vaststellen van de waarde van de woning voldoende rekening heeft gehouden met de ligging van de woning en de vraag of hij is uitgegaan van de juiste inhoud voor het referentieobject [adres2] 32.

3.2.

De heffingsambtenaar beantwoordt deze vragen bevestigend en staat een waarde voor van € 369.000.

3.3.

Belanghebbende beantwoordt deze vragen ontkennend en staat een waarde voor van € 321.000 en subsidiair van € 339.000.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing