Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-04-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3449, 22/00375

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-04-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3449, 22/00375

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25 april 2023
Datum publicatie
5 mei 2023
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:3449
Zaaknummer
22/00375
Relevante informatie
Art. 223 Gemw

Inhoudsindicatie

Forensenbelasting. Begrip gemeubileerde woning.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 22/00375

uitspraakdatum: 25 april 2023

Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 21 december 2021, nummer AWB 21/3104, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Ede (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende is voor het jaar 2020 een aanslag forensenbelasting opgelegd ten bedrage van € 213.

1.2.

Bij uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de aanslag gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Belanghebbende heeft een nader stuk ingediend.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2023. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende had in het jaar 2020 zijn hoofdverblijf in [woonplaats] .

2.2.

In dat jaar was belanghebbende eigenaar van een stacaravan op het recreatiepark “ [naam2] ” te [plaats1] (hierna: het recreatiepark). De stacaravan (afmetingen: 7,5 m x 3,5 m) was ongeveer 26 jaar oud en slecht geïsoleerd. De indeling (en inrichting) was als volgt: woonvertrek met keuken (bank, tafel, stoelen), anderhalf slaapvertrek (bedden) en toilet. Er was geen badkamer (douche- of badgelegenheid). De stacaravan was aangesloten op gas, water en elektriciteit (g/w/e), riolering en tv/internet (digitenne). In de keuken konden maaltijden worden bereid, maar er was geen afzuiging. Een gaskachel diende als verwarming en een geiser zorgde voor warm water.

2.3.

In november 2020 heeft belanghebbende de stacaravan laten verwijderen. De grond waarop de stacaravan was geplaatst, huurt belanghebbende nog steeds van het recreatiepark (een zogenoemde jaarplaats).

2.4.

Met dagtekening 15 januari 2021 heeft de heffingsambtenaar aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag forensenbelasting opgelegd ten bedrage van € 213, ter zake van het op meer dan negentig dagen voor zich of zijn gezin beschikbaar houden van de stacaravan. De heffingsambtenaar is daarbij uitgegaan van een waarde van de stacaravan die valt in ‘Tariefgroep 1’ (waarde minder dan € 100.000).

2.5.

Het daartegen gerichte bezwaar is afgewezen, waarna belanghebbende beroep heeft ingesteld bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Volgens de Rechtbank heeft het belastbare feit zich voorgedaan en is belanghebbende terecht en voor het juiste bedrag in de heffing van forensenbelasting betrokken. Belanghebbendes beroep op het verbod op ‘détournement de pouvoir’ en een schending van zijn privacy heeft de Rechtbank afgewezen.

3 Geschil

3.1.

In geschil is of de aanslag forensenbelasting voor het jaar 2020 terecht is opgelegd.

3.2.

Belanghebbende betoogt - kort gezegd - dat in zijn geval geen sprake is van forensen in de betekenis die de Van Dale aan het woord ‘forens’ geeft, dat de heffingsambtenaar daarmee een verordening toepast op een situatie waarvoor deze niet is bedoeld (détournement de pouvoir), dat de stacaravan niet kwalificeert als een gemeubileerde woning en dat hij deze in 2020 niet voor recreatiedoeleinden heeft gebruikt en ook niet kon gebruiken vanwege de geldende (nood)maatregelen op het recreatiepark als gevolg van de Coronapandemie. Volgens belanghebbende heeft de heffingsambtenaar voorts zijn privacy geschonden door bij het recreatiepark navraag te doen naar zijn aanwezigheid op het recreatiepark (onrechtmatige bewijsgaring). Ten slotte stelt belanghebbende dat de heffingsambtenaar zich schuldig maakt aan leeftijdsdiscriminatie door hem zijn leeftijd tegen te werpen in het kader van de geclaimde verletkosten.

3.3.

De heffingsambtenaar stelt hier - kort gezegd - tegenover dat belanghebbende terecht in de heffing is betrokken omdat het belastbare feit zich heeft voorgedaan: belanghebbende heeft zijn hoofdverblijf buiten de gemeente, de stacaravan kwalificeert als een gemeubileerde woning en deze stond hem of zijn gezin gedurende meer dan 90 dagen ter beschikking. Volgens de heffingsambtenaar is bovendien geen sprake van ‘détournement de pouvoir’, privacy schending of leeftijdsdiscriminatie.

3.4.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, de uitspraak op bezwaar en de aanslag. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht, proceskosten en schadevergoeding

6 Beslissing