Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-01-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:356, 21/01393 t/m 21/01403
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17-01-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:356, 21/01393 t/m 21/01403
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 17 januari 2023
- Datum publicatie
- 27 januari 2023
- Zaaknummer
- 21/01393 t/m 21/01403
- Relevante informatie
- Art. 17 lid 2 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling appartementen. Proceskostenvergoeding.
Uitspraak
locatie Arnhem
nummers BK-ARN 21/01393 tot en met 21/01403
uitspraakdatum: 17 januari 2022
Uitspraak van de twaalfde enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 22 juli 2021, nummers AWB 20/5779 tot en met AWB 20/5785 en AWB 20/5787 tot en met AWB 20/5790, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem (hierna: de heffingsambtenaar).
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij in één geschrift opgenomen beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de hierna genoemde objecten (hierna: de onroerende zaken) te [plaats1] vastgesteld voor het kalenderjaar 2020 naar de waardepeildatum 1 januari 2019:
[adres1] 60
[adres1] 60 - A
[adres1] 60 - B
[adres1] 60 - C
[adres1] 60 - 1
[adres1] 60 - 2
[adres1] 60 - 3
[adres1] 60 - 4
[adres1] 60 - 5
[adres1] 60 - 6
[adres2] 2 - B
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de eerder vastgestelde waarden verhoogd en aan belanghebbende een proceskostenvergoeding toegekend van € 522.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd voor zover het de proceskostenvergoeding betreft, bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde gedeelten van de uitspraken op bezwaar, de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten in bezwaar en beroep tot een bedrag van € 2.397 en gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 528 vergoed.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. D.A.N. Bartels, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door taxateur [naam2] . Van de zitting is geen proces-verbaal opgemaakt.
2 Vaststaande feiten
Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaken. Het betreffen appartementen die zijn gelegen in [de wijk] te [plaats1] , zijn gebouwd in 1860 en zijn gerenoveerd in 2015.
De WOZ waarden zijn – na bezwaar – als volgt vastgesteld.
|
Object |
Bouwjaar |
Functie |
Opp. |
WOZ-waarde (01-01-19) na bezwaar |
Gemiddelde m2-prijs |
|
[adres1] 60 |
1860/2015 |
Appartement |
33 m2 |
€ 119.000 |
€ 3.606 |
|
[adres1] 60-A |
1860/2015 |
Appartement |
23 m2 |
€ 88.000 |
€ 3.826 |
|
[adres1] 60-B |
1860/2015 |
Appartement |
19 m2 |
€ 75.000 |
€ 3.947 |
|
[adres1] 60-C |
1860/2015 |
Appartement |
30 m2 |
€ 108.000 |
€ 3.600 |
|
[adres1] 60-1 |
1860/2015 |
Appartement |
30 m2 |
€ 105.000 |
€ 3.500 |
|
[adres1] 60-2 |
1860/2015 |
Appartement |
21 m2 |
€ 83.000 |
€ 3.952 |
|
[adres1] 60-3 |
1860/2015 |
Appartement |
30 m2 |
€ 105.000 |
€ 3.500 |
|
[adres1] 60-4 |
1860/2015 |
Appartement |
34 m2 |
€ 121.000 |
€ 3.558 |
|
[adres1] 60-5 |
1860/2015 |
Appartement |
34 m2 |
€ 120.000 |
€ 3.529 |
|
[adres1] 60-6 |
1860/2015 |
Appartement |
21 m2 |
€ 83.000 |
€ 3.952 |
|
[adres2] 2-B |
1860/2015 |
Appartement |
30 m2 |
€ 108.000 |
€ 3.600 |
3 Geschil
In geschil is of de heffingsambtenaar voor het kalenderjaar 2020 de waarden van de onroerende zaken op een te laag bedrag heeft vastgesteld. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de heffingsambtenaar ontkennend.
Voorts is belanghebbende van mening dat hij recht heeft op een hogere proceskostenvergoeding dan die door de Rechtbank is vastgesteld.