Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 06-06-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:4797, 22/00479

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 06-06-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:4797, 22/00479

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
6 juni 2023
Datum publicatie
16 juni 2023
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:4797
Zaaknummer
22/00479
Relevante informatie
Art. 225 Gemw

Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting. Onmiddellijk laden en lossen?

Uitspraak

locatie Leeuwarden

nummer BK-ARN 22/00479

uitspraakdatum: 6 juni 2023

Uitspraak van de zeventiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 14 januari 2022, nummer LEE 21/560, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft op 7 september 2020 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd van € 2,40, waarbij tevens kosten van € 64,50 in rekening zijn gebracht.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de naheffingsaanslag gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2023. Daarbij zijn verschenen en gehoord als de gemachtigde van belanghebbende mr. J. Houweling, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Op 3 augustus 2020, op of omstreeks 10.30 uur, stond de bestelauto van belanghebbende met kenteken [kenteken] geparkeerd aan de [adres] te [woonplaats] . De auto was afgesloten. De [adres] is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [de gemeente] aangewezen als parkeerplaats voor betaald parkeren.

2.2.

Tijdens een parkeercontrole op die datum en dat tijdstip, is geconstateerd dat voor de auto geen parkeerbelasting was voldaan en dat er geen sprake was van parkeren met een geldige vergunning. De heffingsambtenaar heeft daarom een naheffingsaanslag opgelegd.

2.3.

Belanghebbende heeft ten overstaan van een medewerker van het kantoor van zijn gemachtigde het volgende verklaard.

“Op 3 augustus jongstleden was ik mijn auto (camperbus) aan het inladen voor de vakantie. Terwijl ik in mijn woonkamer (1e verdieping) de spullen pakte, zag ik drie handhavers in de straat nummerborden fotograferen. Ik ben naar beneden gelopen met kratten in mijn handen om naar de bus te brengen, zodat ik kon uitleggen dat ik niet geparkeerd was. De handhavers liepen echter, onmiddellijk na mijn verschijning de straat uit naar hun eigen voertuig, ten einde weg te rijden.

Een melding dat de scanauto geen laad- en losactiviteiten heeft waargenomen. Alsof de

scanauto daartoe in staat zou zijn.

Tevens de melding dat de verbalisant dit niet heeft waargenomen. Terwijl ze mij zeker gezien

hebben, maar er alles aan gedaan hebben deze waarneming niet te staven. (…)”.

2.4.

Belanghebbende heeft daarnaast de verklaring van [naam2] ingebracht. [naam2] woont samen met belanghebbende. Zij heeft als volgt verklaard:

“(…) Op 3 augustus 2020 om 10:30 waren wij bezig met kampeerspullen inladen. Wij wonen op de eerste etage. Het duurt circa 5 minuten om naar de bus te lopen. Ik bevestig dat ik de parkeercontroleur bijna iedere dag zie en zij maximaal twee minuten bezig zijn met het controleren van een voertuig.

Ik bevestig dat de heer [belanghebbende] niet onnodig vertragend te werk is gegaan. Hij de pakte de

kampeerspullen bij ons in de woonkamer en liep gelijk naar beneden.

Naar waarheid opgesteld en ondertekend,

Datum: 22 februari 2021”.

3 Geschil

3.1.

In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of sprake is geweest van onmiddellijk laden van zaken zodat heffing van parkeerbelasting achterwege dient te blijven.

3.2.

Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de heffingsambtenaar ontkennend.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing