Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-07-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:5911, 22/00694 tm 22/00695
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-07-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:5911, 22/00694 tm 22/00695
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 11 juli 2023
- Datum publicatie
- 21 juli 2023
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2022:613, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 22/00694 tm 22/00695
- Relevante informatie
- Art. 219 Gemw, Art. 223 Gemw
Inhoudsindicatie
Forensenbelasting. Heffingsmaatstaf.
Uitspraak
locatie Arnhem
nummers BK-ARN 22/00694 en 22/00695
uitspraakdatum: 11 juli 2023
Uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op de hoger beroepen van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraken van de rechtbank Overijssel van 2 maart 2022, nummers Awb 21/1194 en Awb 21/1274, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Ommen (hierna: de heffingsambtenaar).
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor de jaren 2019 en 2020 aanslagen forensenbelasting opgelegd ten bedrage van respectievelijk € 1.310 en € 1.328.
Bij uitspraken op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de aanslagen gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Overijssel (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraken van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft nadere stukken ingediend.
Het Hof heeft met toestemming van partijen afgezien van een mondelinge behandeling.
2 De vaststaande feiten
Belanghebbende is eigenaar van een gemeubileerde woning gelegen aan de [adres1] te [plaats1] , gemeente Ommen (hierna: de woning).
Belanghebbende heeft haar hoofdverblijf buiten de gemeente Ommen, namelijk in de gemeente [de gemeente] .
3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen
In geschil is of de aanslagen in de forensenbelasting terecht aan belanghebbende zijn opgelegd.
Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en concludeert tot vernietiging van de uitspraken van de Rechtbank, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en vernietiging van de bestreden aanslagen.
De heffingsambtenaar beantwoordt de hiervoor – onder 3.1 – vermelde vraag bevestigend en concludeert tot bevestiging van de uitspraken van de Rechtbank.
Niet in geschil is dat is voldaan aan de voorwaarden die in de Verordening forensenbelasting 2019 respectievelijk Verordening forensenbelasting 2020 zijn gesteld aan de heffing van forensenbelasting, en dat de belastbare feiten zich respectievelijk in de belastingjaren 2019 en 2020 hebben voorgedaan.