Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24-01-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:674, 21/01656 t/m 21/01661
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24-01-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:674, 21/01656 t/m 21/01661
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 24 januari 2023
- Datum publicatie
- 3 februari 2023
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2021:3810, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 21/01656 t/m 21/01661
- Relevante informatie
- Art. 17 lid 2 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling woningen. Geen correctie dictum rechtbank van niet-ontvankelijk in ongegrond. Geen proceskostenvergoeding.
Uitspraak
locatie Arnhem
nummers BK-ARN 21/01656 tot en met 21/01661
uitspraakdatum: 24 januari 2023
Uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 11 augustus 2021, nummers UTR 20/4118, 21/3278, 21/3279, 21/3280, 21/3281 en 21/3282 in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum (hierna: de heffingsambtenaar)
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarden van de onroerende zaken [adres1] 14, 14A, 14B, 14C, 14D en 14E te [plaats1] , per waardepeildatum 1 januari 2019 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2020 vastgesteld op respectievelijk € 97.000, € 123.000, € 98.000, € 92.000, € 72.000 en € 85.000. Tegelijk met deze beschikkingen zijn de aanslagen onroerendezaakbelasting (ter zake van de eigendom) voor het jaar 2020 vastgesteld.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikkingen en de aanslagen gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 januari 2023. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. D.A.N. Bartels, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [de taxateur] , taxateur, namens de heffingsambtenaar.
2 Vaststaande feiten
Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaken. Het betreft appartementen die door belanghebbende aan derden worden verhuurd.
3 Geschil
In geschil is de waarde van de appartementen op de waardepeildatum 1 januari 2019.
Belanghebbende bepleit in hoger beroep verhoging van de waarde van elk van de zes appartementen met € 7.500.
De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat de waarden van de zes appartementen niet te hoog zijn vastgesteld. Naar zijn mening is sprake van misbruik van procesrecht van de zijde van belanghebbende. Om die reden verzoekt hij belanghebbende te veroordelen in de proceskosten van de heffingsambtenaar in beroep en hoger beroep tot een bedrag van € 750.