Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-09-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:7919, 21/01663

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19-09-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:7919, 21/01663

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19 september 2023
Datum publicatie
29 september 2023
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:7919
Zaaknummer
21/01663
Relevante informatie
BPB

Inhoudsindicatie

Afvalstoffenheffing en zuiveringsheffing. Proceskostenvergoeding.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 21/01663

uitspraakdatum: 19 september 2023

Uitspraak van de twaalfde enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 25 oktober 2021, nummer UTR 20/3616, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadshap Utrecht (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor het belastingjaar 2019 een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd van € 266 en een aanslag zuiveringsheffing van € 197,40.

1.2.

Bij uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar de aanslagen vernietigd en een proceskostenvergoeding toegekend.

1.3.

Belanghebbende is tegen de hoogte van de toegekende proceskostenvergoeding in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. D.A.N. Bartels, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door taxateur [naam2] .

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van [adres1] 5 (Aanbouw) te [woonplaats] . Het betreft een van 2013 tot 2015 gerealiseerde uitbreiding/aanbouw over twee verdiepingen aan de bestaande vrijstaande woning [adres1] 5, die in eigendom is bij [naam3] B.V.. Het geheel is bij het gezin van belanghebbende in gebruik als één vrijstaande woning.

2.2.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende een aanslag afvalstoffenheffing en een aanslag zuiveringsheffing opgelegd. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar aangetekend. In het verslag van het hoorgesprek dat in het kader van de bezwaarbehandeling over deze aanslagen heeft plaatsgevonden, is het volgende opgenomen:

“Gemachtigde geeft aan dat er een gezin op het adres woont. De gebruikersaanslagen kloppen dus wel, tenzij er dubbel is opgelegd voor het adres.”

2.3.

In de uitspraak op bezwaar is het volgende opgenomen: “U bent op 4-2-2020 gehoord. U gaf aan dat er een gezin op het adres woont. Uit de belastingadministratie is gebleken dat dit klopt. Er waren al aanslagen voor belastingjaar 2019 opgelegd aan de gebruiker (…).” De heffingsambtenaar heeft het bezwaar gegrond verklaard, de aanslagen vernietigd en met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht de proceskostenvergoeding vastgesteld op € 261, te weten 1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het hoorgesprek, waarde per punt € 261, wegingsfactor 0,5.

2.4.

Belanghebbende heeft in beroep om een hogere proceskostenvergoeding verzocht. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

3 Geschil

3.1.

In hoger beroep is uitsluitend in geschil de hoogte van de toe te passen wegingsfactor vanwege het gewicht van de zaak voor de behandeling in bezwaar. Belanghebbende stelt dat de zaak als ‘gemiddeld’ dient te worden gekwalificeerd, zodat toepassing van een factor 1 op haar plaats is. De heffingsambtenaar verdedigt de toegekende proceskostenvergoeding en kwalificeert de zaak als ‘licht’.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing