Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-09-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:8237, 22/1152
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-09-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:8237, 22/1152
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 26 september 2023
- Datum publicatie
- 6 oktober 2023
- Zaaknummer
- 22/1152
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling recreatiechalet.
Uitspraak
locatie Leeuwarden
nummer BK-ARN 22/1152
uitspraakdatum: 26 september 2023
Uitspraak van de zeventiende enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 13 mei 2022, nummer LEE 21/958, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente De Fryske Marren (hierna: de heffingsambtenaar).
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende
zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 36 te [plaats1] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2020 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2021 vastgesteld op € 187.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting 2020 (OZB) voor zover het betreft het eigenaarsgedeelte vastgesteld op € 216.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak
op bezwaar de vastgestelde waarde alsmede de opgelegde aanslag gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-
Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 13 mei 2022 ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De
heffingsambtenaar heeft wel een reactie ingediend, maar geen verweerschrift.
Voor de zitting heeft belanghebbende nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2023 te Leeuwarden. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende en zijn gemachtigde C.R. Leenstra, taxateur, en namens de heffingsambtenaar [naam1] en [naam2] . De zaak is ter zitting gezamenlijk en gelijktijdig behandeld met de zaken BK-ARN 22/1149, 22/1150, 22/1151, 22/1153 en 22/1154.
De gemachtigde van belanghebbende heeft een pleitnota voorgedragen en overgelegd.
2 De vaststaande feiten
Belanghebbende is genothebbende krachtens eigendom of beperkt recht van de onroerende zaak. De onroerende zaak betreft een recreatiechalet, met een oppervlakte van 39 m², met een berging van 6 m² gelegen op een kavel van 378 m². Het chalet heeft geen vloer- en dakisolatie. Belanghebbende heeft een recht van erfpacht op de grond waarop het recreatiechalet is gelegen.
Ter onderbouwing van de vastgestelde waarde van € 187.000 heeft de heffingsambtenaar in eerste aanleg een taxatiematrix overgelegd (hierna: de matrix) waarin de waarde is getaxeerd op € 187.000. Aan de waardebepaling zijn de marktgegevens van drie, eveneens in [plaats1] , nabij gelegen recreatiechalets ten grondslag gelegd. In de matrix van de heffingsambtenaar staan de volgende gegevens voor de referentieobjecten.
- [adres1] 28, verkooptransactie op 11 september 2020 voor € 258.000, bouwjaar 2009, oppervlakte van het chalet is 51 m², een kavel van 332 m² en een berging van 8 m². De uitstraling en het onderhoud zijn gewaardeerd op 5 en 4 en de waarde per eenheid is gesteld op € 2.424 per m².
- [adres1] 29, verkooptransactie op 27 juli 2020 voor € 250.000, bouwjaar 2009, oppervlakte van het chalet is 51 m², een kavel van 349 m² en een berging van 8 m². De uitstraling en het onderhoud zijn gewaardeerd op 5 en 4 en de waarde per eenheid is gesteld op € 2.353 per m².
- [adres1] 30, verkooptransactie op 18 november 2019 voor € 215.000, bouwjaar 2009, oppervlakte van het chalet is 59 m² en een kavel van 255 m². De uitstraling en het onderhoud zijn gewaardeerd op 5 en 3 en de waarde per eenheid is gesteld op € 2.129 per m².
Bij elk chalet hoort een luifel van 16 m².
Het chalet van belanghebbende staat in de matrix met de volgende objectkenmerken: oppervlakte van het chalet is 45 m², kavel bedraagt 378 m² en een tuinhuis van 9 m². De uitstraling en het onderhoud van het recreatiechalet van belanghebbende is gewaardeerd op respectievelijk 3 en 3 en de waarde per eenheid is gesteld op € 1.744.
De heffingsambtenaar heeft ter zitting van het Hof ingestemd met de door belanghebbende gestelde correcties van de objectkenmerken in de – onder 2.2 – genoemde matrix van de heffingsambtenaar. Voor de onroerende zaak betekent dit dat de oppervlakte van het chalet 39 m² bedraagt en van het tuinhuis/ berging 6 m². Het bouwjaar van het chalet is 2000. Voor de referentieobjecten geldt dat het bouwjaar 2011 is in plaats van 2009.
3 Geschil
In geschil is of de waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum niet te hoog is vastgesteld.
Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de waarde van de onroerende zaak op waardepeildatum tot € 125.000.
De heffingsambtenaar beantwoordt de hiervoor – onder 3.1 – vermelde vraag bevestigend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.