Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-10-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:8380, 22/245

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-10-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:8380, 22/245

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
3 oktober 2023
Datum publicatie
13 oktober 2023
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:8380
Zaaknummer
22/245
Relevante informatie
Art. 17 WOZ

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling perceel grond.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 22/245

uitspraakdatum: 3 oktober 2023

Uitspraak van de zevende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 27 december 2021, nummer AWB 21/1499, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Rivierenland (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ), de waarde van de onroerende zaak [adres1] 0
( [adres1] ) te [woonplaats] (hierna: het perceel) per waardepeildatum 1 januari 2017, voor het kalenderjaar 2018 vastgesteld op € 11.000. Tegelijk met deze beschikking is een aanslag onroerende zaakbelasting gebruiker niet-woning (hierna: OZB) opgelegd van € 17,27.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft de hiertegen gerichte bezwaren ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Hij heeft een hogerberoepschrift en een nader stuk ingediend. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift en een nader stuk ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2023 te Arnhem. Daarbij is verschenen en gehoord belanghebbende. Namens de heffingsambtenaar is met kennisgeving niemand verschenen.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar en beheerder van het perceel. Het betreft een natuurterrein ter grootte van 2705 m².

2.2.

Belanghebbende heeft het perceel op 2 februari 2016 gekocht voor € 12.500.

3 Geschil

3.1.

In hoger beroep is de WOZ-waarde van het perceel in geschil en voorts, of het gelijkheidsbeginsel tot toepassing van de vrijstelling natuurterreinen, zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, aanhef en onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten WOZ (hierna: de vrijstelling natuurterreinen), dient te leiden.

3.2.

In de bezwaarfase en in beroep was ook in geschil of de vrijstelling natuurterreinen, voor belanghebbende als natuurlijk persoon van toepassing is. Dit is in hoger beroep niet langer in geschil.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing