Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-11-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:9441, 22/501 en 22/502
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-11-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:9441, 22/501 en 22/502
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 7 november 2023
- Datum publicatie
- 17 november 2023
- Zaaknummer
- 22/501 en 22/502
- Relevante informatie
- Art. 220 Gemw, Art. 220b Gemw
Inhoudsindicatie
OZB. Bosperceel. Kan belanghebbende worden aangemerkt als gebruiker?
Uitspraak
locatie Arnhem
nummers BK-ARN 22/501 en 22/502
uitspraakdatum: 7 november 2023
Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
de heffingsambtenaar van belastingcentrum Tribuut (hierna: de heffingsambtenaar)
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 2 februari 2022, zaaknummers AWB 20/5162 en 21/3643, in het geding tussen de heffingsambtenaar en
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende).
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag in het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelastingen, ten bedrage van € 12,07, opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor het jaar 2021 een aanslag in het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelastingen, ten bedrage van € 12,15, opgelegd.
Op de bezwaarschriften van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraken op bezwaar de opgelegde aanslagen gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft bij uitspraak van 2 februari 2022 het beroep gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd, de aanslagen voor de jaren 2020 en 2021 vernietigd, de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende veroordeeld en de heffingsambtenaar opgedragen om de door belanghebbende betaalde griffierechten te vergoeden.
De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 september 2023 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende en [naam1] , de echtgenote en tevens gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam2] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door [naam3] .
De gemachtigde van belanghebbende heeft een pleitnota voorgelezen en overgelegd.
Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat aan deze uitspraak is gehecht.
2 De vaststaande feiten
Belanghebbende is eigenaar van het WOZ-object [adres1] te [plaats1] (hierna: de onroerende zaak).
De onroerende zaak betreft een bosperceel van circa 1 ha (hierna ook: het bosperceel).
3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen
In geschil is of belanghebbende kan worden aangemerkt als gebruiker van de onroerende zaak.
De heffingsambtenaar beantwoordt de hiervoor vermelde vraag bevestigend en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en tot ongegrondverklaring van het beroep.
Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.
Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het aan deze uitspraak gehechte proces-verbaal van de zitting.
De WOZ‑waarden van de onroerende zaak op de respectieve waardepeildata zijn niet in geschil.