Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-11-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:9941, 22/2261

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-11-2023, ECLI:NL:GHARL:2023:9941, 22/2261

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
21 november 2023
Datum publicatie
1 december 2023
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:9941
Formele relaties
Zaaknummer
22/2261
Relevante informatie
Art. 16 Wet WOZ, Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Objectafbakening. Brandgang. Waarde.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 22/2261

uitspraakdatum: 21 november 2023

Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum (hierna: de heffingsambtenaar)

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 28 september 2022, nummer UTR 22/1047, ECLI:NL:RBMNE:2022:4722, in het geding tussen de heffingsambtenaar en

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft ten aanzien van belanghebbende bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 94 te [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak) voor het jaar 2021 vastgesteld op € 361.000. Tegelijk met deze beschikking is een aanslag onroerendezaakbelasting (hierna: OZB) 2021 aan belanghebbende opgelegd.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de beschikking en de aanslag OZB gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraken van de heffingsambtenaar vernietigd, de bij beschikking vastgestelde waarde verminderd tot € 355.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.

1.4.

De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het onderzoek ter digitale zitting van de tiende enkelvoudige belastingkamer heeft plaatsgevonden op 26 oktober 2023. Daarbij zijn verschenen en gehoord C. van Abbe, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door [naam2] . Het onderzoek is aan het einde van de zitting gesloten. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

1.6.

Het Hof heeft het onderzoek op 31 oktober 2023 heropend. Vervolgens heeft de tiende enkelvoudige belastingkamer de zaak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:10a, lid 3, van de Algemene wet bestuursrecht verwezen naar de meervoudige belastingkamer. Partijen zijn hiervan bij bericht van dezelfde datum op de hoogte gesteld.

1.7.

In aanmerking genomen dat partijen ermee hebben ingestemd dat een nader onderzoek ter zitting na verwijzing achterwege blijft, heeft het Hof vervolgens aldus beslist en het onderzoek gesloten.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak, een rijwoning met tuin en schuur. Bij het kadastrale perceel van de onroerende zaak behoort een brandgang van 6 m². De andere rijwoningen in de straat hebben ook een brandgang. De volledige brandgang is toegankelijk voor bewoners en niet-bewoners. De brandgang is niet afgesloten.

2.2.

De heffingsambtenaar heeft de voor de onroerende zaak vastgestelde waarde onderbouwd met een taxatiematrix. In die matrix is de heffingsambtenaar onder meer ervan uitgegaan dat de brandgang onderdeel is van de onroerende zaak en dat daaraan een waarde per m² toekomt die gelijk is aan de waarde per m² van de rest van het perceel. In die matrix is de waarde van de onroerende zaak verder bepaald aan de hand van drie vergelijkingsobjecten, waarvan twee – [adres1] 90 en 92 – naast de onroerende zaak zijn gelegen

3 Geschil

In geschil is de waarde van de onroerende zaak op 1 januari 2020. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat die waarde moet worden vastgesteld op € 361.000. Belanghebbende bepleit handhaving van de door de Rechtbank vastgestelde waarde van € 355.000.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing