Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-02-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1291, 23/577

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-02-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:1291, 23/577

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20 februari 2024
Datum publicatie
1 maart 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:1291
Zaaknummer
23/577
Relevante informatie
Art. 10.21 WMB, Art. 10.22 WMB, Art. 15.33 WMB

Inhoudsindicatie

Afvalstoffenheffing. Belastbaar feit.

Uitspraak

locatie Leeuwarden

nummer BK-ARN 23/577

uitspraakdatum: 20 februari 2024

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer

op de hoger beroepen van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 19 januari 2023, nummer LEE 21/3210, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Ameland (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 29 januari 2021 aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag in de afvalstoffenheffing opgelegd van € 160.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar van 7 september 2021 de aanslag gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen de uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 december 2023. De onderhavige zaak is ter zitting gelijktijdig en gezamenlijk behandeld met de zaken van belanghebbende met procedurenummers BK-ARN 22/1070 en 23/578. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende en mr. H.W. de Willigen, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede de heffingsambtenaar [naam1] , bijgestaan door [naam2] .

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende had in het jaar 2020 zijn hoofdverblijf in [woonplaats] . In dat jaar was belanghebbende eigenaar van een stacaravan (hierna: de stacaravan) die hij had geplaatst op een door hem van [naam3] (hierna: [naam3] ) gehuurde jaarplaats op Vakantiepark [naam4] (hierna: het vakantiepark) in de gemeente Ameland. De stacaravan beschikte over een toilet-, kook- en wasvoorziening, en was aangesloten op gas, water, elektriciteit en riolering. Belanghebbende gebruikte de stacaravan in het jaar 2020 voor zichzelf en zijn gezinsleden en heeft de stacaravan in dit jaar niet verhuurd.

2.2.

Belanghebbende heeft ter zake van het plaatsen van de stacaravan op de jaarplaats op 20 oktober 2007 een overeenkomst gesloten met [naam3] . De overeenkomst luidt, zover van belang, als volgt:

“Ondergetekenden:

1. De recreatieondernemer 2. De recreant

[naam3] naam: [belanghebbende]

(…)

komen op 20 oktober overeen, dat de recreant het recht verkrijgt voor recreatieve doeleinden een kampeermiddel te plaatsen op een door de ondernemer aan te wijzen plaats.

type caravan: plaatsr: [nummer1] voor max.6 personen

De mede-eigenaren van de caravan staan vermeld onder b., c. en d.

De overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van 1 jaar, derhalve van 1 januari tot 31 december.

Het jaargeld bedraagt: € 1.675,-- exclusief b.t.w. en toeristenbelasting. (Prijspeil 2007)

Eigenaren: a. [belanghebbende]

(…)

N.B. Achteraf zal het werkelijke verbruik van gas, elektra en water in rekening worden gebracht onder aftrek van reeds vooruitbetaalde kosten. Tevens worden dan de kosten van rioolbelasting, verontreinigingsheffing, en eventueel andere belastingen en heffingen in rekening gebracht.

Alle niet expliciet genoemde kosten worden geacht te zijn inbegrepen.

De betaling van de jaarplaats dient te geschieden voor 1 april van elk jaar.

(…)”

2.3.

Op het vakantiepark waren in het jaar 2020 onder- en bovengrondse afvalcontainers geplaatst, welke in eigendom waren van [naam3] . De aanwezige bovengrondse containers waren bestemd voor het bedrijfsmatige afval van [naam3] zelf. Belanghebbende en de andere jaarplaatshouders maakten gebruik van de ondergrondse containers, die op ongeveer 150-200 meter afstand van de stacaravan van belanghebbende stonden. Beide soorten containers werden periodiek door de gemeente, als afzonderlijke afvalstroom met een afwijkende ophaalwijze (andere containers en vuilniswagens), geleegd. Aan [naam3] werd in verband hiermee een aanslag in de reinigingsrechten opgelegd en aan de jaarplaatshouders aanslagen in de afvalstoffenheffing.

2.4.

De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende voor het jaar 2020 een aanslag in de afvalstoffenheffing opgelegd van € 160 in verband met het gebruik maken van de stacaravan.

3 Geschil

In geschil is of de aanslag in de afvalstoffenheffing voor het jaar 2020 terecht is opgelegd. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend, de heffingsambtenaar bevestigend.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing