Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-03-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:2132, 200.327.749

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-03-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:2132, 200.327.749

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26 maart 2024
Datum publicatie
2 april 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:2132
Zaaknummer
200.327.749

Inhoudsindicatie

IPR. Ambtshalve toepassing conflictregels, zonder grief tegen oordeel rechtbank over toepasselijk recht, door devolutieve werking hoger beroep.

Bestuurdersaansprakelijkheid te beoordelen naar Nederlands recht op grond van kennelijk nauwere band.

Beklamel. Betalingsonwil. Bewijslastverdeling.

Art. 4 lid 3 Verordening Rome II.

Art. 10:2 BW, art. 25 Rv, art. 6:162 BW, art. 150 Rv.

HR 24 februari 2023 ECLI:NL:HR:2023:313

HR 10 februari 2023 ECLI:NL:HR:2023:200

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.327.749

zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo 275692

arrest van 26 maart 2024

in de zaak van

eenmanszaak naar Pools recht

[appellant]

die is gevestigd in Wieloglowy, Polen

die hoger beroep heeft ingesteld

en die bij de rechtbank optrad als eiser

hierna: [appellant]

advocaat: mr. J.M. Wolfs

tegen

1 North and South Holding B.V.

die kantoor houdt in Foudgum

2. [geïntimeerde2]

die woont in [woonplaats1]

die bij de rechtbank optraden als gedaagden

hierna: Holding en [geïntimeerde2]

niet verschenen.

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de vonnissen die de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, op 10 augustus 2022 en 15 februari 2023 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:

-

de dagvaarding in hoger beroep van 10 mei 2023

-

de verstekverlening tegen Holding en [geïntimeerde2] op 6 juni 2023

-

de memorie van grieven.

Daarna heeft [appellant] de processtukken overgelegd en het hof gevraagd arrest te wijzen.

2 De kern van de zaak, de vaststaande feiten en het geschil bij de rechtbank

2.1.

Het geschil tussen partijen gaat over de vraag of Holding en [geïntimeerde2] als (middellijk) bestuurders van North to South B.V. (hierna: de vennootschap) aansprakelijk zijn voor de schade die [appellant] lijdt doordat de vennootschap een factuur van [appellant] voor geleverde mondmaskers grotendeels onbetaald heeft gelaten en verhaal op de vennootschap niet mogelijk is gebleken.

2.2.

Het hof gaat uit van de feiten die de rechtbank heeft vastgesteld in ro. 2.1 tot en met 2.5 van het tussenvonnis van 10 augustus 20221. Kort samengevat is de vennootschap, na een deelbetaling van € 70.000, door dezelfde rechtbank veroordeeld tot betaling aan [appellant] van de restantkoopprijs van € 564.500 vermeerderd met handelsrente en kosten, maar is het [appellant] niet gelukt zijn vordering op de vennootschap te innen. Holding en [geïntimeerde2] zijn (middellijk) bestuurder van de vennootschap.

2.3.

[appellant] meent dat Holding en [geïntimeerde2] als bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld en heeft de rechtbank gevraagd hen hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [appellant] van het door de vennootschap verschuldigde met rente en kosten. In het tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat de vraag naar de bestuurdersaansprakelijkheid van Holding en [geïntimeerde2] naar Pools recht moet worden beoordeeld. Partijen hebben zich over de inhoud van dat recht bij akte uitgelaten. In het eindvonnis van 15 februari 20232 heeft de rechtbank geoordeeld dat geen sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid van Holding en [geïntimeerde2] en de vorderingen van [appellant] afgewezen.

2.4.

[appellant] heeft tegen het tussenvonnis en het eindvonnis hoger beroep ingesteld. In de memorie van grieven heeft [appellant] aangegeven alleen nog op te komen tegen het eindvonnis en niet meer tegen het tussenvonnis, maar in grief 2 komt hij ook op tegen het eindvonnis, voor het geval de aansprakelijkheid naar Nederlands recht beoordeeld zou moeten worden. [appellant] wil dat het hof zijn vorderingen alsnog toewijst: óf naar Pools óf naar Nederlands recht.

3 Het oordeel van het hof

4 De beslissing