Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-05-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:3216, 23/483
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-05-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:3216, 23/483
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 7 mei 2024
- Datum publicatie
- 17 mei 2024
- Zaaknummer
- 23/483
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 40 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling woning.
Uitspraak
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 23/483
uitspraakdatum: 7 mei 2024
Uitspraak van de vijfde enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 19 december 2022, nummer UTR 22/29, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (hierna: de heffingsambtenaar)
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 19 te [woonplaats] , per waardepeildatum 1 januari 2020 en naar de toestand op die datum, voor het kalenderjaar 2021 vastgesteld op € 347.000.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de waarde gehandhaafd
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2024. Daarbij zijn verschenen en gehoord H. Vloet, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] , namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door [naam2] taxateur.
Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.
2 Vaststaande feiten
Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van de onroerende zaak. De onroerende zaak is een rijwoning uit 1998. De woning heeft een gebruiksoppervlakte van 108 m2, een overkapping van 15 m2, een berging van 11 m2 en een garage van 15 m2. De woning ligt op een perceel van 169 m2.
Namens belanghebbende is op 8 april 2021 bezwaar gemaakt tegen de beschikking. In het bezwaarschrift is onder meer het volgende opgenomen:
Tevens verzoek ik u conform artikel 40 wet Woz en artikel 7:4 Awb om all op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder in ieder geval de onderbouwing van de taxatie, inzichtelijk te verstrekken. Ik verzoek u, conform voorgaand, zin, van het onderhavige object alsmede van de gehanteerde referentiepanden. de grondstalfels, liggingfactor, onderbouwin van de indexering, naar waardepeildatum en de KOUDV-factoren te overleggen. Bij een afwijking van de gemiddelde KOUDV-factoren ontvang ik graag inzicht in de gehanteerde correcties.
(…)
Graag ontvang ik deze stukken in een overzichtelijke taxatiekaart. Hieromtrent verwijs ik naar ECLI:NL:RBNHO:2020:8608 waarin is geoordeeld dat artikel 7:4 Awb niet alleen een inzagerecht beschrijft, maar ook een plicht om op verzoek deze stukken toe te zenden. Een overzichtelijke taxatiekaart kan dan het taxatieverslag vervangen.
In het Taxatieverslag zijn van de onroerende zaak en de gebruikte vergelijkingsobjecten, naast een foto, onder meer de volgende gegevens opgenomen:
- het bouwjaar;
- de oppervlakten van de diverse onderdelen (onder andere woning, grond, bijgebouwen);
- de kwalificatie van het onderhoud en de voorzieningen; en
- de (vorige) vastgestelde WOZ-waarden.
Verder zijn van de onroerende zaak de kadastrale gegevens vermeld en van de vergelijkingsobjecten de transactiedatum en de transactieprijs.
In het Taxatieverslag is niet opgenomen een onderverdeling van de waarde over de diverse onderdelen. Evenmin is iets vermeld over de grondstaffel en het indexeringspercentage.
Namens belanghebbende is op 21 mei 2021 het bezwaar aangevuld. Hierin is onder meer het volgende vermeld:
Ik verzoek u bij niet volledig tegemoetkoming aan het bezwaar de opbouw en een controleerbare onderbouwing van de kavelwaarde, de zogenoemde grondstaffel, op basis van recente uitspraken van de rechtbank Oost Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2018;357) en de Hoge Raad (ECLI:NL:PHR:2017:1051) tijdig voor het plaatsvinden van de hoorzitting te overleggen. Indien de door u gebruikte grondstaffel geheel of ten dele het resultaat is van een geautomatiseerd proces verzoek ik u conform artikel 7:4 lid 2 Awb zorg te dragen voor de inzichtelijkheid en controleerbaarheid van die keuzes, aannames en gegevens.
Ik verzoek u de taxatiekaart met daarop vermeld de KOUDV- en liggingsfactoren, alsmede de manier waarop u de verschillen hebt verdisconteerd, van het onderhavige object en van de door u opgevoerde vergelijkingsobjecten tijdig voor het plaatsvinden van de hoorzitting te verstrekken. Ook verzoek ik u het gehanteerde indexeringspercentage, om de waarde van de referentiepanden op waardepeildatum te bepalen, te verstrekken inclusief de onderbouwing van het door u gehanteerde indexeringspercentage. Mocht u in de uitspraak op bezwaar de waarde van het onderhavige object aan de hand van andere referentiepanden dan op het door u verstrekte taxatieverslag onderbouwen dan verzoek ik u in de uitspraak op bezwaar bovenstaande punten van de andere referentiepanden te verstrekken. Indien de door u gebruikte KOUDV- / KOLDU- en liggingsfactoren geheel of ten dele het resultaat is van een geautomatiseerd proces verzoek ik u conform artikel 7:4 lid 2 Awb zorg te dragen voor de inzichtelijkheid en controleerbaarheid van die keuzes, aannames en gegevens.
Ik verzoek u de taxatiekaart met daarop vermeld de onderdeelwaardes voor de objectonderdelen welke meegenomen zijn in de taxatie van het onderhavige object alsmede de onderdeelwaardes van de bijgebouwen van de gehanteerde referentiepanden te verstrekken.
Op 31 mei 2021 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Daarin is volgens de uitspraak op bezwaar het volgende aan de orde gekomen:
Tijdens de hoorzitting van 31 mei 2021 heeft u het volgende aangedragen: Verkeers- en geluidsoverlast door ligging nabij drukke doorgaande weg en ook nabij N229 en A2. Grief: rioolhefflng. Icli: nl:RBROT: 2021:1666. Inzage in koudv- en liggingsfactoren en grondstaffels. Brandgang van ca. 8m2 dient opgenomen te worden als erfdienstbaarheid. Onze ref onderbouwen een lagere waarde: [adres2] 180 en [adres3] 7. Nieuwe ref: [adres4] 8, go 123m2, perceel 172m2, 29-8-2019, € 300.000,-; [adres5] 37, go 150m2, perceel 186m2, 21-9-2020, € 326.500,-; [adres6 ] 50, go 121 m2, perceel 184m2, 22-9-2020, € 330.000,-. Waardevoorstel: 296.000,-.
Bij e-mail van 13 september 2021 heeft de heffingsambtenaar de gemiddelde indexeringspercentages bekend gemaakt:
In uw bezwaarschriften verzoekt u om het gehanteerde indexeringspercentage van de gebruikte referenties. Bijgevoegd treft u per (woning-)object in bezwaar, de gemiddelde indexatiepercentages van de referenties voor dit type woningen in de betreffende gemeente/waardegebied.
Per e-mail van 29 september 2021 heeft de heffingsambtenaar de grondstaffels aan belanghebbende overgelegd.
De heffingsambtenaar heeft op 26 november 2021 het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
3 Geschil
In geschil is of de waarde van de onroerende zaak te hoog is vastgesteld en of de heffingsambtenaar de toezendplicht van artikel 40, lid 2, van de Wet WOZ, heeft geschonden.
Belanghebbende beantwoordt deze vragen bevestigend en staat een waarde voor van € 334.000.
De heffingsambtenaar beantwoordt deze vragen ontkennend en staat een waarde voor van € 347.000.