Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-07-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4348, 200.325.284/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-07-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4348, 200.325.284/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 2 juli 2024
- Datum publicatie
- 9 juli 2024
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2024:4348
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2023:10, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
- Zaaknummer
- 200.325.284/01
Inhoudsindicatie
Zijn dwangsommen verbeurd? De OK heeft bij wijze van onmiddellijke voorziening een verbod opgelegd aan de geschorste bestuurder, versterkt met een dwangsom. Uitleg verbod. Is in nadere beschikking OK al met gezag van gewijsde over uitleg verbod en over verbeurte van dwangsommen beslist?
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.325.284/01
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 524883
arrest van 2 juli 2024
in de zaak van
[appellante] B.V. in liquidatie,
die is gevestigd in [vestigingsplaats] ,
die hoger beroep heeft ingesteld,
en bij de rechtbank optrad als gedaagde,
hierna: [appellante],
advocaat: mr. A.C. van Schaick te Tilburg,
tegen
1 [geïntimeerde1] B.V.,
die is gevestigd in [plaats1 ] ,
2. [geïntimeerde2],
die woont in [plaats1 ] ,
die ook hoger beroep hebben ingesteld,
en bij de rechtbank optraden als eisers,
hierna samen: [geïntimeerden], en afzonderlijk: [geïntimeerde1] BV en [geïntimeerde2],
advocaat: mr. J.C.F. Kooijmans te Zwolle.
1 Het verloop van de procedure in hoger beroep
Naar aanleiding van het arrest van 31 oktober 2023 heeft op 16 mei 2024 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Verder is aan het dossier toegevoegd de brief van mr. Van Schaick van 3 mei 2024 met nadere producties ten behoeve van de mondelinge behandeling (producties 3 t/m 16 in hoger beroep, van de zijde van [appellante] ). Ook is toegevoegd het bericht van mr. Kooijmans van 3 mei 2024 met nadere producties ten behoeve van de mondelinge behandeling (producties 3 t/m 7 in hoger beroep, van de zijde van [geïntimeerden] ). Dit geldt ook voor de – op verzoek van het hof – nagezonden spreekaantekeningen van mr. Kooijmans uit eerste aanleg, welke aantekeningen niet waren overgelegd als onderdeel van het procesdossier. Partijen hebben het hof tot slot gevraagd opnieuw arrest te wijzen. Het hof doet vandaag uitspraak bij vervroeging.
2 De kern van de zaak
In deze procedure gaat het om de vraag of [geïntimeerden] dwangsommen hebben verbeurd op basis van de beschikkingen van de Ondernemingskamer van 18 maart 2020 en 29 mei 2020. Afhankelijk van het antwoord op die vraag gaat het vervolgens ook om de vraag of [geïntimeerden] de eventueel verbeurde dwangsommen inmiddels aan [appellante] hebben voldaan door verrekening.
[geïntimeerden] hebben bij de rechtbank gevorderd:
-
voor recht te verklaren dat [geïntimeerden] de geboden die de Ondernemingskamer bij de beschikkingen van 18 maart en 29 mei 2020 heeft opgelegd, niet hebben overtreden en dat [geïntimeerden] dus geen dwangsommen hebben verbeurd, althans, indien van overtreding sprake is, voor recht te verklaren welk(e) gebod(en) overtreden is (zijn) en welk bedrag aan dwangsommen is verbeurd;
-
voor recht te verklaren dat [appellante] door verrekening geen vorderingen (meer) op [geïntimeerde2] en/of [geïntimeerde1] BV heeft ter zake van:
- de door de Ondernemingskamer bij beschikkingen van 18 maart en 29 mei 2020 opgelegde dwangsommen en kostenveroordelingen;
- de door de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland bij vonnis van 12 november 2020 uitgesproken kostenveroordeling;
- de door de rechtbank Midden-Nederland bij beschikkingen van 18 september 2020 uitgesproken kostenveroordelingen;
3) ( (primair) alle (derden)beslagen die [appellante] op grond van de genoemde uitspraken heeft gelegd, op te heffen;
3) ( (subsidiair) [appellante] te veroordelen tot opheffing en doorhaling van alle door haar gelegde (derden)beslagen en het doen van mededeling daarvan aan [geïntimeerden] , op straffe van verbeurte van een dwangsom;
3) ( [appellante] te verbieden op grond van voornoemde uitspraken verdere executiemaatregelen te treffen, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
3) ( [appellante] te veroordelen tot onmiddellijke afgifte aan [geïntimeerden] van het volledige informatiememorandum, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
3) ( [appellante] te veroordelen in de proceskosten.
[appellante] stelt zich op het standpunt dat [geïntimeerden] vanwege vijftien voorvallen (feiten I t/m XV) in totaal twintig dwangsommen hebben verbeurd. De rechtbank heeft in haar eindvonnis van 4 januari 2023 voor recht verklaard dat [geïntimeerden] vanwege feiten II, VII, XI en XV in totaal € 150.000,- aan dwangsommen hebben verbeurd. Verder is voor recht verklaard dat vanwege de andere feiten geen dwangsommen zijn verbeurd. Vorderingen 2 en 3 zijn gedeeltelijk toegewezen, en ook vordering 5 is deels toegewezen. De beslissing van de rechtbank is voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De overige vorderingen zijn afgewezen, en de rechtbank heeft de proceskosten gecompenseerd.
[appellante] wil met het door haar ingestelde hoger beroep bereiken dat de vorderingen van [geïntimeerden] alsnog volledig worden afgewezen. [geïntimeerden] willen met hun hoger beroep bereiken dat vorderingen 1, 2, 5 en 6 alsnog volledig worden toegewezen.
Het hof komt tot het oordeel dat [geïntimeerden] op basis van feiten I t/m XV in totaal tien keer een dwangsom van € 25.000,- hebben verbeurd. Voor het overige komt het hof tot dezelfde slotsom als de rechtbank. Het hof zal ook oordelen dat deze dwangsommen inmiddels door verrekening zijn voldaan. Het hof zal dit oordeel hierna toelichten, nadat eerst de relevante feiten zijn weergegeven.1