Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-07-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4816, 200.336.132

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-07-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4816, 200.336.132

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
23 juli 2024
Datum publicatie
30 juli 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:4816
Formele relaties
Zaaknummer
200.336.132

Inhoudsindicatie

Kort geding. Didam-kwestie. Eén serieuze kandidaat. Hoger beroep tegen ECLI:NL:RBMNE:2023:6121

De gemeente is uit hoofde van de Wet op de lijkbezorging verplicht om de vestiging van een islamitische begraafplaats mogelijk te maken. Zij selecteert daarvoor een locatie. De eigenaar daarvan heeft het geselecteerde perceel verpacht en wil er uitsluitend vrijwillig afstand van doen indien hij in ruil daarvoor andere pachtgrond terugkrijgt. De gemeente bezit een perceel pachtgrond dat geruild kan worden en publiceert haar voornemen tot de ruil en de daarop volgende verkoop van het geselecteerde perceel aan de aspirant-beheerder van de begraafplaats. De beide pachters van de verschillende percelen willen in kort geding een verbod hebben op de voorgenomen ruil en op de voorgenomen verkoop. Zij beroepen zich erop dat het gaat om schaarse grond en dat zij ook interesse in die percelen hebben. Door hen de kans daarop te ontnemen handelt de gemeente volgens hen in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

De voorzieningenrechter in de rechtbank geeft de pachters gelijk, maar het hof komt tot een andere beslissing. Het hof is namelijk van oordeel dat voor percelen telkens slechts één serieuze gegadigde is: de gemeente kan haar verplichting uit de Wet op de lijkbezorging uitsluitend nakomen door de verkoop aan de aspirant-begraafplaatsbeheerder, en kan dit pas na ruil tegen het andere pachtperceel. Het hof ziet geen aanwijzingen dat de gemeente bij de selectie van de begraafplaats-locatie uit willekeur of favoritisme heeft gehandeld en ook al niet dat darbij andere oneigenlijke motieven hebben meegespeeld. Burgemeester en wethouders handelen volgens de pachters in strijd met de Gemeentewet, maar de bevoegde gemeenteraad is het kennelijk eens met het optreden van het gemeentebestuur. Dat het planologische traject nog moet worden doorlopen rechtvaardigt geen verbod in kort geding op de voorgenomen ruil en verkoop. Juist is dat indien de ruil en de verkoop eenmaal zijn uitgevoerd, deze transacties niet zo maar kunnen worden teruggedraaid, maar het belang van de pachters bij het voorkomen van deze onherstelbare situatie weegt niet op tegen het belang van de gemeente om haar publiekrechtelijke verplichting tot het mogelijk maken van de vestiging van de begraafplaats na te komen.

Uitspraak

locatie Arnhem, afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof: 200.336.132

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht: 562186)

arrest in kort geding van 23 juli 2024

in de zaak van

Gemeente Amersfoort

die zetelt in Amersfoort

die hoger beroep heeft ingesteld

en bij de rechtbank optrad als gedaagde

hierna: de Gemeente

advocaat: mr. J. de Roos

tegen

1 Maatschap [geïntimeerde1]

die is gevestigd in [plaats1]

die allen wonen in [plaats1]

en bij de rechtbank optraden als eisers

hierna geïntimeerden 1, 2, en 3 samen: [pachter1] ,

en geïntimeerde 4: [pachter2]

advocaat: mr. Tj.P. Grünbauer

1 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.

Naar aanleiding van het arrest van 7 mei 2024 heeft op 11 juni 2024 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een proces-verbaal (een verslag) gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd. Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.

2 De kern van de zaak

2.1.

Het hof gaat uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.8 van het bestreden vonnis. In aanvulling daarop stelt het hof nog vast dat de raad van de Gemeente (hierna: de raad) op 19 december 2023 heeft besloten in te stemmen met het locatievoorstel voor het mogelijk maken van een islamitische begraafplaats bij de Bunschoterstraat, en het college van burgemeester en wethouders opdracht te geven om de ruimtelijke procedure te starten.

2.2.

[pachter1] heeft een melkveehouderij in [plaats1] . Zij pacht (onder meer) de percelen kadastraal bekend als gemeente [de gemeente] , sectie P, nummers 233, 234, en 235 van het College van de Malen op het [plaats1] (hierna: het College), die daarvan de eigenaar is. Het gaat om geliberaliseerde pacht die duurt tot 31 december 2026. [pachter2] pacht de percelen kadastraal bekend als gemeente [de gemeente] , sectie P, nummers 77 en 416 van de Gemeente, die daarvan de eigenaar is (hierna: de gemeentepercelen). Het gaat om een reguliere pachtovereenkomst.

2.3.

De Gemeente heeft op 17 juli 2023 in het Gemeenteblad het voornemen gepubliceerd om de gemeentepercelen te ruilen tegen de percelen kadastraal bekend als gemeente [de gemeente] , sectie P, nummers 233, 234, 235 en 441 van het College, om zodoende de eigendom te verwerven van (onder andere) de percelen die door [pachter1] worden gepacht (hierna: de collegepercelen). Na deze grondruil wil de Gemeente de verworven percelen verkopen aan het kerkgenootschap Islamitisch Samenwerkingsverband van Amersfoortse Moskeeën (hierna: SvAM) om daar (bij de Bunschoterstraat) een islamitische begraafplaats te realiseren. [pachter1] en [pachter2] verzetten zich tegen de voorgenomen grondruil omdat zij de door hen gepachte percelen zelf willen kunnen verwerven. Naar hun mening handelt de Gemeente in strijd met artikel 3:14 BW en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door de grondruil op de voorgenomen wijze uit te voeren. Zij zijn een kort geding gestart en beroepen zich onder meer op het gelijkheidsbeginsel zoals door de Hoge Raad geformuleerd in het Didam-arrest.1

2.4.

De voorzieningenrechter heeft het beroep op het gelijkheidsbeginsel gehonoreerd. Bij vonnis van 17 november 2023 is aan de Gemeente ten aanzien van [pachter2] het verbod opgelegd uitvoering te geven aan het voornemen om de gemeentepercelen te ruilen tegen de collegepercelen. Voor zover de Gemeente de gemeentepercelen nog wil verkopen is haar ook het gebod opgelegd om alsnog mededingingsruimte te bieden zodat ook [pachter2] kan meedingen. Ten aanzien van [pachter1] heeft de voorzieningenrechter de Gemeente geboden de publicatie van 17 juli 2023 in te trekken. Voor zover de Gemeente nog voornemens is de gemeentepercelen te verkopen aan één serieuze gegadigde heeft de voorzieningenrechter haar bovendien geboden een nieuwe publicatie te doen die voldoet aan de daaraan te stellen motiverings- en rechtsbeschermingsvereisten. De Gemeente heeft op 4 december 2023 via een bekendmaking in het Gemeenteblad de publicatie van 17 juli 2023 ingetrokken.

2.5.

De bedoeling van het hoger beroep is dat de toegewezen vorderingen alsnog worden afgewezen. SvAM, die door de voorzieningenrechter is toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van de Gemeente, is niet als partij betrokken in het hoger beroep.

3 Het oordeel van het hof

4 De beslissing