Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-07-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4964, 23/1458

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-07-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4964, 23/1458

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30 juli 2024
Datum publicatie
16 augustus 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:4964
Zaaknummer
23/1458
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling woning.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

nummer BK-ARN 23/1458

uitspraakdatum: 30 juli 2024

Uitspraak van de zeventiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 7 april 2023, nummer ZWO 22/835, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de Regionale Belastingsamenwerking Deventer, Olst-Wijhe en Raalte (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 10 te [woonplaats] (hierna: de woning), per waardepeildatum 1 januari 2020, voor het jaar 2021 vastgesteld op € 423.000. Tegelijk met deze beschikking heeft de heffingsambtenaar voor dat jaar aan belanghebbende een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Overijssel (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juni 2024. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. A. Bakker, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door [naam2] , taxateur.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de woning met de volgende objectkenmerken:

Type woning

geschakelde woning semi-bungalow

Bouwjaar

1980

Gebruiksoppervlakte

184 m2

Kavel

633 m2

Overig

aangebouwde garage van 28 m2, tuinhuis (bouwjaar 2000), carport (bouwjaar 2004), serre (bouwjaar 1979)

2.2.

Belanghebbende heeft de woning gekocht op 14 november 2019 voor € 435.000, zes weken voor de waardepeildatum. De eigendom is overgedragen op 2 juni 2020.

2.3.

In de bezwaarfase heeft de heffingsambtenaar het taxatieverslag van de woning aan de gemachtigde gestuurd. Dit taxatieverslag bevat een algemene toelichting op de daarin gehanteerde primaire en secundaire objectkenmerken van de woning en van drie referentiewoningen te [woonplaats] . Eén van de referentiewoningen is de woning zelf met de onder 2.2 vermelde aankoopprijs. De andere twee referentiewoningen zijn [adres2] 31 en [adres1] 5, waarvan de eigendom is overgedragen op 2 april 2019 voor € 252.000 respectievelijk op 27 juni 2019 voor € 325.000. In het taxatieverslag is vermeld dat de woning in 2018 is gerenoveerd. In het taxatieverslag is verder een algemene toelichting op de taxatiebegrippen opgenomen en op de gang van zaken rondom de taxatie waaronder dat de waardebeschikking het resultaat is van een geautomatiseerd proces van modelmatige waardebepaling.

2.4.

In de uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar ter onderbouwing van de waarde verwezen naar de verkoopprijzen van de woning zelf, van [adres1] 5 en van [adres3] 8. De woning [adres2] 31 wordt in de uitspraak op bezwaar niet genoemd.

3 Geschil

3.1.

In hoger beroep is in geschil of de waarde van de woning per de waardepeildatum 1 januari 2020 te hoog is vastgesteld.

3.2.

Belanghebbende beantwoordt die vraag bevestigend en bepleit een waarde van € 372.000. De heffingsambtenaar beantwoordt die vraag ontkennend.

3.3.

Ter zitting van het Hof heeft belanghebbende zijn beroep op schending van artikel 40, lid 2, Wet WOZ uitdrukkelijk en onvoorwaardelijk ingetrokken. Dit geldt ook voor het punt of de uitspraak op bezwaar voldoende is gemotiveerd omdat niet volledig zou zijn weergegeven wat op de hoorzitting is besproken.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing