Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-09-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:5768, 22/2331

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-09-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:5768, 22/2331

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10 september 2024
Datum publicatie
20 september 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:5768
Zaaknummer
22/2331
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 8:31 Awb, Art. 8:42 Awb

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling recreatiechalet.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 22/2331

uitspraakdatum: 10 september 2024

Uitspraak van de tweede enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 oktober 2022, nummer ARN 21/616, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Ede (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 16R 173 te [plaats1] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2019, voor het jaar 2020 vastgesteld op € 121.000. Tegelijk met deze beschikking is een aanslag onroerendezaakbelasting vastgesteld.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de eerder vastgestelde waarde verminderd tot € 105.000, de opgelegde aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd en een proceskostenvergoeding toegekend van € 522.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de heffingsambtenaar vernietigd voor zover deze betrekking heeft op de waardevaststelling, de beschikking verminderd tot € 95.000, de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd en een proceskostenvergoeding voor de beroepsfase toegekend.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 juli 2024. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. A. Bakker, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak, een in 2007 gebouwd recreatiechalet. De gebruiksoppervlakte van de onroerende zaak is 52 m2 en de oppervlakte van de kavel is 445 m². Bij de onroerende zaak hoort een berging/schuur van 4 m2.

3 Geschil

3.1.

In geschil is de waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum. Belanghebbende heeft ter zitting van het Hof een waarde bepleit van € 80.000. Volgens de heffingsambtenaar is de waarde van € 95.000 niet te hoog.

3.2.

Verder houdt partijen verdeeld of de heffingsambtenaar heeft voldaan aan zijn verplichtingen op grond van artikel 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), hetgeen belanghebbende bestrijdt.

3.3.

Belanghebbende stelt tenslotte dat hij gelet op het arrest van de Hoge Raad van 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060, een te lage proceskostenvergoeding heeft gekregen voor de bewaarfase.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing