Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-10-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6236, 22/905 en 22/906
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-10-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6236, 22/905 en 22/906
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2024
- Datum publicatie
- 18 oktober 2024
- Zaaknummer
- 22/905 en 22/906
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 8:14 Awb
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling woonzorgcentrum. Gecorrigeerde vervangingswaarde. Restwaarde.
Uitspraak
locatie Arnhem
nummers BK-ARN 22/905 en BK-ARN 22/906
uitspraakdatum: 8 oktober 2024
op het hoger beroep van
de Stichting [belanghebbende] te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 22 maart 2022, nummers Awb 21/295, Awb 21/296, Awb 21/313 en Awb 21/314, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van het Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus-Tricijn (GBLT) (hierna: de heffingsambtenaar)
1 Ontstaan en loop van het geding
Bij beschikking ten name van belanghebbende is voor het kalenderjaar 2019 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de wet Woz) de waarde vastgesteld van de onroerende zaak [adres1] ( [naam1] ) te [plaats1] . In hetzelfde geschrift zijn aanslagen in de onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing bekendgemaakt.
De heffingsambtenaar heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken het bezwaar gegrond verklaard, de desbetreffende waarde verminderd en de aanslagen dienovereenkomstig verminderd.
Bij beschikking ten name van belanghebbende is voor het kalenderjaar 2020 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de wet Woz) de waarde vastgesteld van de onroerende zaak [adres1] ( [naam1] ) te [plaats1] . In hetzelfde geschrift zijn aanslagen in de onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing bekendgemaakt. De heffingsambtenaar heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de bezwaren ongegrond verklaard.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Overijssel (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Zij heeft het hoger beroep beperkt tot de beslissingen die betrekking hebben op [adres1] ( [naam1] ). De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 juli 2024. Namens belanghebbende is verschenen [naam2] bijgestaan door [naam3] (taxateur). Namens de heffingsambtenaar zijn verschenen [naam4] bijgestaan door [naam5] (taxateur).
2 De vaststaande feiten
Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak [adres1] ( [naam1] ) te [plaats1] (hierna: de onroerende zaak). Het is een in 1997 gebouwd woonzorgcentrum met een bruto vloeroppervlakte (begane grond) van 2.758 m², dat in 2017 is uitgebreid. Die uitbreiding heeft een bruto vloeroppervlakte (begane grond) van 104 m². Het woonzorgcentrum bestaat onder andere uit kleinschalige groepswoningen, gezamenlijke woonkamers, zusterposten, kantoren, erf, ondergrond, tuin en aanhorigheden.
3 Het geschil
In geschil is de waarde van de onroerende zaak voor de jaren 2019 en 2020. Hierbij is alleen in geschil welke restwaarde moet worden gehanteerd bij de bepaling van de gecorrigeerde vervangingswaarde.
Voor het jaar 2019 is de vastgestelde waarde naar de waardepeildatum 1 januari 2018 van de onroerende zaak bij uitspraak op bezwaar verminderd tot € 2.559.000. Ook in hoger beroep verdedigt de heffingsambtenaar deze waarde. Belanghebbende stelt in hoger beroep dat de waarde moet worden vastgesteld op € 2.117.000.
Voor het jaar 2020 is de waarde naar de waardepeildatum 1 januari 2019 van de onroerende zaak vastgesteld op € 2.837.000. Ook in hoger beroep verdedigt de heffingsambtenaar deze waarde. Belanghebbende stelt in hoger beroep dat de waarde moet worden vastgesteld op € 2.426.000.