Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-10-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6550, 23/3012 en 23/3013

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-10-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6550, 23/3012 en 23/3013

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
22 oktober 2024
Datum publicatie
1 november 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:6550
Zaaknummer
23/3012 en 23/3013
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 8:42 Awb

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling camping en woning.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummers BK-ARN 23/3012 en 23/3013

uitspraakdatum: 22 oktober 2024

Uitspraak van de tiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de Rechtbank Overijssel (hierna: de Rechtbank) van 29 september 2023, nummers ZWO 23/58 en 23/1879 in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de regionale belastingsamenwerking Deventer, Olst-Wijhe en Raalte (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij in één biljet verenigde beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 44a te [woonplaats] (hierna: de camping), en de onroerende zaak [adres1] 44b te [woonplaats] (hierna: de woning) per waardepeildatum 1 januari 2021, voor het jaar 2022 vastgesteld op € 311.000 respectievelijk € 477.000. Tegelijk met deze beschikkingen heeft de heffingsambtenaar voor dat jaar aan belanghebbende aanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de beschikkingen en de aanslagen gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting in hoger beroep heeft plaatsgevonden op 19 september 2024. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. A. Bakker, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] en [naam2] namens de heffingsambtenaar.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de camping. Het betreft camping [naam3] beschikkend over 70 toeristische plaatsen en een verwarmd sanitairgebouw. De camping is gelegen op een perceel met een totale oppervlakte van 21.280 m2 waarvan 20.730 m2 is toegerekend aan de camping. De overige 550 m2 is toegerekend aan de woning.

2.2.

De woning betreft een in 2020 gebouwde vrijstaande bedrijfswoning bij de camping met een gebruiksoppervlakte van 159 m2 en beschikt over een dakkapel, een aangebouwde en een vrijstaande berging/schuur en een carport. De woning ligt op een perceel met een oppervlakte van 3.570 m2, inclusief de 550 m2 toegerekend zoals hiervoor verwoord.

3 Geschil

3.1.

In hoger beroep is in geschil of de waarde van de camping en de waarde van de woning per de waardepeildatum te hoog zijn vastgesteld.

3.2.

Belanghebbende beantwoordt die vragen bevestigend en bepleit een waarde van € 221.000 voor de camping en van € 389.000 voor de woning. De heffingsambtenaar beantwoordt die vragen ontkennend.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing