Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-11-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7356, 23/2880

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26-11-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7356, 23/2880

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26 november 2024
Datum publicatie
6 december 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:7356
Zaaknummer
23/2880
Relevante informatie
Art. 22 Wet WOZ, Art. 8:45 Awb, Art. 8:75 Awb, Art. 8:108 Awb

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Proceskostenvergoeding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 23/2880

uitspraakdatum: 26 november 2024

Uitspraak van de negende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 20 oktober 2023, nummer ZWO 22/2323, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 15 te [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2021, voor het jaar 2022 vastgesteld op € 1.427.000. Tegelijk met deze beschikking heeft de heffingsambtenaar voor dat jaar aan belanghebbende een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de waarde verminderd tot € 1.038.000, de aanslag dienovereenkomstig verminderd en een kostenvergoeding toegekend.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank.

1.4.

Het onderzoek ter zitting van de Rechtbank heeft plaatsgevonden op 9 augustus 2023. Na de zitting heeft de heffingsambtenaar bij brief verzocht om heropening van het onderzoek, omdat tijdens de zitting niet adequaat gereageerd kon worden op de door belanghebbende genoemde uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 3 juli 2009 (ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ5951). De Rechtbank heeft het onderzoek heropend. Namens belanghebbende heeft [naam1] op 1 september 2023 een reactie ingezonden.

1.5.

De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, voor zover deze ziet op de vastgestelde WOZ-waarde van de onroerende zaak per waardepeildatum 1 januari 2021, de waarde van de onroerende zaak vastgesteld op € 902.000 en de aanslag dienovereenkomstig verminderd. Daarnaast heeft de Rechtbank de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht. De Rechtbank heeft het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.

1.6.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.7.

De heffingsambtenaar heeft zich op 14 december 2023 om 09:47 uur digitaal aangemeld in deze hoger beroepsprocedure. De heffingsambtenaar heeft zich aangemeld met e-mailadres ‘beroep-beleid@gbtwente.nl’. De heffingsambtenaar heeft zich met ditzelfde e-mailadres aangemeld in alle overige zaken waarin hij partij is.

1.8.

De griffier van het Hof heeft de aanmelding van de heffingsambtenaar in deze hoger beroepsprocedure op 14 december 2023 om 10:05 uur per bericht bevestigd. Dit bericht wordt door de griffier van het Hof in het digitale dossier geplaatst. Omdat de heffingsambtenaar digitaal in deze zaak is aangesloten, krijgt de heffingsambtenaar op het onder 1.7 genoemde emailadres een kennisgeving waarin staat dat in het digitale dossier een bericht is geplaatst. De heffingsambtenaar kan dit bericht bekijken door in het digitale dossier te kijken.

1.9.

Bij bericht van 14 februari 2024 om 11:31 uur heeft de griffier van het Hof een verweerschrift opgevraagd. Hierop heeft het Hof geen reactie ontvangen. Bij bericht van 2 april 2024 om 10:19 uur heeft de griffier van het Hof een herinnering verzonden van voormeld bericht en de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld alsnog een verweerschrift in te dienen. Hierop heeft het Hof geen reactie ontvangen. Bij bericht van 28 mei 2024 om 10:52 uur heeft de griffier van het Hof de heffingsambtenaar medegedeeld dat het Hof, op verzoek van belanghebbende, het voornemen heeft om het onderzoek ter zitting achterwege te laten en de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld om, indien hij wel gehoord wenst te worden, dat uiterlijk 11 juni 2024 aan het Hof te berichten. Het Hof heeft wederom geen reactie ontvangen van de heffingsambtenaar. Telkens is aan de heffingsambtenaar een kennisgeving verzonden naar het door hem opgegeven emailadres.

1.10.

Nu de heffingsambtenaar zich met het onder 1.7 genoemde e-mailadres heeft aangemeld en dit emailadres ook in de overige hogerberoepsprocedures van de heffingsambtenaar gebruikt wordt, gaat het Hof ervan uit dat de heffingsambtenaar de berichten heeft ontvangen. Het Hof heeft dan ook bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Het bezwaarschrift is namens belanghebbende ingediend door Krabbe c.s. Rentmeesters BV, die daarbij is vertegenwoordigd door belanghebbende.

2.2.

Bij de uitspraak op bezwaar is het bezwaar gegrond verklaard.

2.3.

Belanghebbende is gedurende de bezwaarfase en de beroepsfase tot en met het onderzoek ter zitting van de rechtbank op 9 augustus 2023 vertegenwoordigd door zijn eigen B.V., te weten [naam2] B.V. (hierna: de B.V.). Belanghebbende is gedurende de hogerberoepsfase vertegenwoordigd door [naam1] , welke tevens namens belanghebbende in beroep de onder 1.4 genoemde reactie d.d. 1 september 2023 heeft ingezonden na de heropening van de zaak door de Rechtbank.

3 Geschil

3.1.

In hoger beroep is in geschil het antwoord op de vraag of belanghebbende recht heeft op vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de beroepsprocedure.

3.2.

Belanghebbende beantwoordt die vraag bevestigend, de heffingsambtenaar beantwoordt die vraag ontkennend.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing