Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-12-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7519, 23/2309

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-12-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7519, 23/2309

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
3 december 2024
Datum publicatie
13 december 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:7519
Zaaknummer
23/2309
Relevante informatie
Art. 8:69a Awb

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Procesbelang huurder woning.

Uitspraak

locatie Leeuwarden

nummer BK-ARN 23/2309

uitspraakdatum: 3 december 2024

Uitspraak van de zeventiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 17 mei 2023, nummer LEE 22/1141, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] te [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2020 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2021 vastgesteld op € 185.000.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 november 2024. Daarbij zijn verschenen en gehoord J.K. van der Weit, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door [naam2] , taxateur.

2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is huurder en bewoner van de onroerende zaak, een niet-geliberaliseerde woonruimte (sociale huurwoning). Het betreft een in 1995 gebouwde portiekwoning van 72 m², met een balkon van 3 m² en een aangebouwde berging van 4 m².

2.2.

De eigenaar van de onroerende zaak is [naam3] , een woningstichting (hierna: de woningstichting). Vanaf 1 juli 2022 is de huurprijs € 513,35 (€ 550,82 inclusief servicekosten).

2.3.

De heffingsambtenaar heeft ten name van belanghebbende de onder – 1.1 – vermelde WOZ-beschikking genomen. Belanghebbende heeft tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.

2.4.

De Rechtbank heeft op grond van het bepaalde in artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Redengevend daarvoor is dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een direct financieel gevolg ondervindt van een wijziging van de vastgestelde WOZ-waarde, waardoor belanghebbende zich beroept op een norm die niet strekt tot bescherming van haar belang.

3 Geschil

3.1.

In geschil is de waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum.

3.2.

Belanghebbende bepleit vaststelling van die waarde op € 166.000 of € 181.000, of iets er tussenin.

3.3.

De heffingsambtenaar bepleit bevestiging van de door hem vastgestelde waarde van € 185.000. Naar de mening van de heffingsambtenaar heeft belanghebbende geen financieel belang bij de onderhavige procedure.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing