Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-12-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7644, 23/2317

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-12-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7644, 23/2317

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10 december 2024
Datum publicatie
20 december 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:7644
Zaaknummer
23/2317
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling woning.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 23/2317

uitspraakdatum: 10 december 2024

Uitspraak van de derde enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 22 mei 2023, nummer ZWO 22/1713, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Steenwijkerland (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 22 te [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2021 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2022 vastgesteld op € 138.000.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Overijssel (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2024. Daarbij is verschenen en gehoord mr. R. van der Weide als de gemachtigde van belanghebbende. De heffingsambtenaar is met kennisgeving aan het Hof niet verschenen.


2 Vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is huurder van de onroerende zaak. Het betreft een in 1962 gebouwde rijwoning met aanbouw en een berging. De gebruiksoppervlakte van de woning bedraagt 73 m2 en de perceeloppervlakte 196 m2.

2.2.

De Rechtbank heeft het beroep behandeld op de zitting van 25 april 2023. Daarbij is van de zijde van belanghebbende niemand verschenen.

3 Geschil

3.1.

In geschil is of de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak op een te hoog bedrag heeft vastgesteld.

3.2.

Belanghebbende beantwoordt die vraag bevestigend en bepleit een waarde van € 126.000. De heffingsambtenaar beantwoordt die vraag ontkennend en verdedigt een waarde van € 138.000.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing