Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-12-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7648, 24/117

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-12-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7648, 24/117

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10 december 2024
Datum publicatie
20 december 2024
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:7648
Zaaknummer
24/117
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling woning.

Uitspraak

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 24/117

uitspraakdatum: 10 december 2024

Uitspraak van de derde enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 30 november 2023, nummer ZWO 22/2302, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de gemeente Tubbergen (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking de WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres1] 119 te [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak) voor het kalenderjaar 2022, naar waardepeildatum 1 januari 2021, vastgesteld op € 447.000.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft bij uitspraak op bezwaar van 18 november 2022 de vastgestelde waarde gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Overijssel (hierna: de Rechtbank).

1.4.

De Rechtbank heeft bij uitspraak van 30 november 2023 het beroep ongegrond verklaard.

1.5.

Belanghebbende heeft op 29 december 2023 tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

1.6.

De heffingsambtenaar heeft op 10 juli 2024 een verweerschrift bij het Hof ingediend.

1.7.

Belanghebbende heeft op 5 november 2024 een nader stuk ingediend.

1.8.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2024. Namens belanghebbende is verschenen [naam1] van [naam2] . Namens de heffingsambtenaar zijn verschenen [naam3] en taxateur [naam4] . Belanghebbendes gemachtigde heeft ter zitting vier foto’s ingebracht.

2 Feiten

Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak. Het betreft een in 1958 gebouwde vrijstaande woning met een woonoppervlakte van 143 m2 en een perceeloppervlakte van 1.180 m2. Tot de onroerende zaak behoren onder meer een vrijstaande garage, vrijstaande berging en een overkapping.

3 Geschil

3.1.

In geschil is of de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak op een te hoog bedrag heeft vastgesteld. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de heffingsambtenaar ontkennend.

3.2.

Belanghebbende staat in hoger beroep een waarde voor van € 399.000. De heffingsambtenaar verdedigt de vastgestelde waarde van € 447.000.

3.3.

Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraken van de Rechtbank en van de heffingsambtenaar en tot vermindering van de vastgestelde waarde. De heffingsambtenaar concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing