Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-04-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:1954, 24/976

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-04-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:1954, 24/976

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
1 april 2025
Datum publicatie
11 april 2025
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:1954
Formele relaties
Zaaknummer
24/976
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 7:4 Awb, Art. 8:31 Awb, Art. 8:42 Awb

Inhoudsindicatie

Wet Woz. Waardevaststelling woning.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem1935

nummer BK-ARN 24/976

uitspraakdatum: 1 april 2025

Uitspraak van de tweede enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 1 maart 2024, nummer UTR 22/4938, in het geding tussen belanghebbende en

de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 40 te [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2021 voor het jaar 2022 vastgesteld op € 283.000. Tegelijk met deze beschikking is een aanslag onroerendezaakbelasting vastgesteld.

1.2.

Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2025. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. A. Bakker als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] en [naam2] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door taxateur [naam3] .

2 Vaststaande feiten

Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak. Het betreft een in 1926 gebouwde benedenwoning met een gebruiksoppervlakte van 50 m². De onroerende zaak heeft een tuin van 30m² en een berging.

3 Geschil

3.1.

In hoger beroep is in geschil of de waarde van de onroerende zaak per de waardepeildatum te hoog is vastgesteld. Belanghebbende beantwoordt die vraag bevestigend en bepleit een waarde van € 241.000. De heffingsambtenaar beantwoordt die vraag ontkennend.

3.2.

Verder houdt partijen verdeeld of de heffingsambtenaar heeft voldaan aan zijn verplichtingen op grond van artikelen 7:4 en 8:42 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), hetgeen belanghebbende bestrijdt.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing