Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-05-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2861, 23/2592

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 07-05-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2861, 23/2592

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
7 mei 2025
Datum publicatie
16 mei 2025
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:2861
Formele relaties
Zaaknummer
23/2592
Relevante informatie
Art. 225 Gemw

Inhoudsindicatie

Invordering. Aanmaningskosten. Verzending naheffingsaanslag.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

nummer BK-ARN 23/2592

uitspraakdatum: 7 mei 2025

Uitspraak van de tiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 25 juli 2023, nummer AWB 22/5007, in het geding tussen belanghebbende en

de invorderingsambtenaar van de gemeente Nijmegen (hierna: de heffingsambtenaar)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De invorderingsambtenaar heeft belanghebbende een bedrag van € 8 aan kosten in rekening gebracht voor het verzenden van een aanmaning tot betaling van een naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen van de gemeente Nijmegen.

1.2.

Belanghebbende heeft tegen de kosten van de aanmaning een bezwaarschrift ingediend.

1.3.

Het bezwaar van belanghebbende tegen die aanmaningskosten is door de invorderingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep inzake de aanmaningskosten ongegrond verklaard. De Rechtbank heeft belanghebbende vergoedingen van proceskosten en griffierecht toegekend van € 418,50 respectievelijk € 50.

1.5.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.6.

Het onderzoek ter zitting in hoger beroep heeft plaatsgevonden op 17 april 2025. Daarbij is verschenen [naam1] namens de heffingsambtenaar. Namens belanghebbende is niemand verschenen. Belanghebbende is bij aangetekende brief van 26 februari 2025 uitgenodigd voor de zitting. Deze brief is op 27 februari 2025 afgehaald bij een PostNL-punt. Het Hof gaat daarom ervan uit dat belanghebbende op rechtmatige wijze is uitgenodigd voor de zitting.

1.7.

De zaak is in hoger beroep, net als in beroep, gelijktijdig behandeld met de zaak ARN 23/2593 van [naam2] .

2 Vaststaande feiten

2.1.

De heffingsambtenaar van de gemeente Nijmegen heeft ten name van belanghebbende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting van de gemeente Nijmegen vastgesteld. De naheffingsaanslag is gedagtekend 19 maart 2022 en draagt het aanslagnummer [nummer1] . De betalingstermijn ervan liep tot 2 april 2022. Het adres dat op het aanslagbiljet is vermeld is het adres van belanghebbende, te weten [adres] te [woonplaats] .

2.2.

Omdat betaling van de naheffingsaanslag uitbleef, heeft de invorderingsambtenaar met dagtekening 9 april 2022 een ten name van belanghebbende gestelde aanmaning uitgevaardigd. Daarbij is een bedrag van € 8 aan kosten in rekening gebracht (hierna: de aanmaningskosten). Het adres dat op het biljet van de aanmaningskosten is vermeld is het adres [adres] te [woonplaats] .

2.3.

Met dagtekening 12 mei 2022 heeft belanghebbende een bezwaarschrift tegen de in rekening gebrachte aanmaningskosten ingediend. Bij uitspraak op bezwaar is het bezwaar ongegrond verklaard. De Rechtbank heeft het beroep inzake de aanmaningskosten ongegrond verklaard. De Rechtbank heeft aan belanghebbende vergoedingen van proceskosten en griffierecht toegekend van € 418,50 respectievelijk € 50.

3 Geschil

3.1.

In hoger beroep is in geschil of de aanmaningskosten terecht aan belanghebbende in rekening zijn gebracht.

3.2.

Belanghebbende beantwoordt die vraag ontkennend, de invorderingsambtenaar bevestigend.

4 Beoordeling van het geschil

5 Griffierecht en proceskosten

6 Beslissing