Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-07-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4691, 200.336.190
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29-07-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4691, 200.336.190
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 29 juli 2025
- Datum publicatie
- 29 september 2025
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2025:4691
- Zaaknummer
- 200.336.190
Inhoudsindicatie
3:40 BW.
Hoger beroep van ECLI:NL:RBOVE:2023:3730
Het hof oordeelt dat het samenstel van rechtshandelingen (geldleningsovereenkomsten en vaststellingsovereenkomsten) tussen de verschillende vennootschappen, die onderling gelieerd zijn en waarvan steeds de uiteindelijke zeggenschap bij dezelfde persoon ligt, nietig zijn wegens strijd met de goede zeden en de openbare orde als bedoeld in artikel 3:40 BW. Alle rechtshandelingen in deze opgetuigde structuur hadden tot doel de verhaalsmogelijkheden van de schuldeisers van de failliet zoveel mogelijk te beperken.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.336.190
zaaknummer rechtbank 285855
arrest van 29 juli 2025
in de zaak van
1 [appellant1]
die woont in [woonplaats1]
die is gevestigd in Zenderen
die is gevestigd in Noordoostpolder
die is gevestigd in Kraggenburg
die is gevestigd in Borne
die is gevestigd in Borne
die is gevestigd in Borne
die is gevestigd in Noordoostpolder
die is gevestigd in Kraggenburg
die is gevestigd in Borne
die is gevestigd in Borne
die is gevestigd in Kraggenburg
die is gevestigd in Kraggenburg
die hoger beroep hebben ingesteld
en bij de rechtbank optraden als gedaagden
hierna: samen: [appellanten] en ieder afzonderlijk: [appellant1] , Participatie, Kraggenburg, NPI, NMOne, NMTwo, NMThree, MVEins, NPI 1, Haarboer, Mega NPB, Nebo en Wieko
advocaat: mr. C.J. van Dijk
tegen
Mr Jetse Michiel Eringa
in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van Megahome.nl B.V., NPB Beheer B.V., Megahome.nl Beheer B.V., Megahome.nl Grond B.V., NPB Bouw B.V., NPB Bouwbedrijf B.V., Mega Bouwbedrijf B.V., NPB Onroerend Goed B.V. en Megahome.nl Bouw B.V. (hierna samen in meervoud: Megahome)
kantoorhoudend te Enschede
(hierna: de curator)
advocaat: mr. M.T. Nooijen
1 Het verloop van de procedure in hoger beroep
[appellanten] hebben hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de rechtbank in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats
Almelo1, (hierna: de rechtbank) op 20 september 2023 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep
- -
-
de memorie van grieven
- -
-
de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep
- -
-
akte niet dienen van de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep
- -
-
het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 2 april 2025 is gehouden, met de reactie daarop van mr. Nooijen van 6 juni 2025.
Hierna hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen.
2 De kern van de zaak, feiten en de procedure bij de rechtbank
Het draait in deze zaak – zeer kort gezegd – om de vraag of de elf geldleningsovereenkomsten (hierna vermeld in 2.16 & 2.17) en de zes vaststellingsovereenkomsten (hierna vermeld in 2.18) tussen de verschillende vennootschappen van [appellanten] nietig zijn wegens strijd met de goede zeden en de openbare orde als bedoeld in artikel 3:40 BW.
De feiten
Het hof gaat uit van de door de rechtbank in 2.1 tot en met 2.40 vastgestelde feiten en de volgende feiten.
Achtergrond van de onderneming en de financiering
Megahome hielden zich bezig met projectontwikkeling. Het verdienmodel bestond er kort gezegd uit dat zij veelal agrarische gronden aankochten en met winst verkochten, na wijziging van de bestemming tot wonen en eventuele verdere ontwikkeling van deze gronden. [appellant1] was tot juli 2014 bestuurder en (in een aantal gevallen indirect) enig aandeelhouder van de vennootschappen van Megahome.
De belangrijkste financier van Megahome was de Coöperatieve Rabobank Centraal Twente U.A. (hierna: de Rabobank). Op 24 juli 2007 werd de toen bestaande financiering uitgebreid tot € 125.000.000. Het betrof een krediet in rekening courant, dat volgens de voorwaarden daarvan ter beschikking werd gesteld op basis van jaarlijkse continuatie. Naar aanleiding van de crisis op de financiële markten van 2008 vonden op initiatief van de Rabobank gesprekken plaats tussen de Rabobank en [appellant1] over de financiering van Megahome.
Op 24 september 2008 hebben NPB Beheer B.V. (hierna: Beheer) en Nebo een geldleningsovereenkomst getekend, waarin Nebo verklaart een bedrag van € 3.587.621 schuldig te zijn aan Beheer. In die overeenkomst staat verder dat de maximale hoogte van de geldlening € 13.000.000 is. Op 29 september 2008 hebben Beheer en Nebo een aanvullende overeenkomst getekend, waarin is opgenomen dat de maximale hoogte van de geldlening € 26.000.000 is.
Op 6 februari 2009 heeft de Rabobank in een gesprek met [appellant1] aangekondigd dat zij de financiering niet, althans niet onder de huidige voorwaarden, wilde continueren. Megahome was destijds bij aanvang van de kredietrelatie gefinancierd zonder zekerheidsstellingen en de Rabobank maakte vanaf dat moment wegens gewijzigde (markt)omstandigheden aanspraak op zekerheidsstellingen.
Op 11 februari 2009 heeft Beheer een bedrag van € 9.000.000 overgeboekt op de bankrekening van Nebo, waarvan [appellant1] sinds januari 2020 bestuurder is.
Op 20 februari 2009 heeft de Rabobank de financiering “voor zover nodig” schriftelijk opgezegd en verzocht om terugbetaling per 1 juli 2009. De Rabobank en Megahome hebben vervolgens onderhandeld over een nieuw financieringsarrangement.
In maart 2010 heeft de Rabobank conservatoir beslag gelegd op de grondvoorraad van Megahome.
Op 8/9 april 2010 hebben de Rabobank enerzijds en Beheer, Megahome.nl Beheer en Megahome.nl Grond anderzijds, een nieuwe financieringsovereenkomst gesloten, waarbij ook hun directe en indirecte dochtermaatschappijen als debiteur werden aangemerkt en hoofdelijk verbonden. Deze financiering heeft de Rabobank op 19 maart 2012 weer opgezegd.
Dividenduitkering
Op 31 december 2009 heeft de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) van Beheer besloten tot een dividenduitkering van € 18.500.000 aan haar aandeelhouder Participatie. Aandeelhouders van Beheer waren Participatie en Stichting Aandelenbezit NPB Beheer, waarvan [appellant1] bestuurder was. [appellant1] was ook bestuurder van Beheer. Van dit dividend is in de periode van 21 juni 2011 tot en met 16 mei 2012 in totaal € 18.241.978 aan Participatie uitgekeerd.
Overmaken van gelden door Participatie naar verschillende rechtspersonen
Participatie heeft op haar beurt een bedrag van € 8.663.396 naar Nebo, een bedrag van € 4.562.845 naar Wieko en een bedrag van € 5.050.000 naar Kraggenburg overgeboekt.
Kraggenburg heeft vervolgens in de periode van 17 december 2013 tot en met 20 januari 2014 naar NPI de volgende bedragen overgeboekt:
- € 500.000 ( namelijk 10 betalingen van steeds € 50.000),
- € 4.500.000 (9 betalingen van € 500.000)
- € 16.000,
waarmee een totaal van € 5.016.000 werd bereikt. Bij één betaling werd “overboeking” en bij de rest van de betalingen “geldlening” vermeld.
NPI heeft op 30 december 2014 op haar beurt de volgende overboekingen verricht tot een totaalbedrag van € 5.083.000, steeds onder de vermelding “overboeking”:
- € 950.000,00 aan NMOne,
- € 950.000,00 aan NMTwo,
- € 950.000,00 aan NMThree,
- € 950.000,00 aan MVEins,
- € 950.000,00 op een andere bankrekening van NPI,
- € 333.000,00 aan NPI 1.
Participatie heeft van gelden die zij van Nebo had ontvangen als gevolg van verschillende door Nebo uitgevoerde transacties daarnaast ook nog een bedrag van € 5.189.700 naar Kraggenburg overgemaakt. Vervolgens heeft Kraggenburg in totaal een bedrag van € 4.601.000 naar de volgende stichtingen overgeboekt:
-NMThree: € 975.000 (€ 450.000 op 21 augustus 2015, € 400.000 op 24 augustus 2015 en € 125.000 op 24 mei 2016);
- NMOne: € 975.000 (€ 500.000 op 1 augustus 2016 en € 475.000,- op 2 augustus 2016);
- Haarboer: € 700.000 (€ 500.000 op 1 augustus 2016, € 25.000 op 1 augustus 2016 en € 175.000 op 24 mei 2016);
- NMTwo: € 975.000 (€ 475.000 op 23 mei 2016 en € 500.000 op 23 mei 2016);
- Mega NPB: € 976.000 (€ 500.000,- op 15 september 2016, € 430.000 op 17 september 2016 en € 46.000 op 22 september 2016).
Geldleningen
Verder zijn (onder meer) de volgende geldleningen gesloten:
- tussen Participatie als geldgever en Kraggenburg als geldnemer op 2 september 2013 een bedrag van € 4.500.000 en op 5 februari 2014 een bedrag van € 200.000;
- op 31 december 2014 tussen Kraggenburg als geldgever en NPI als geldnemer een bedrag van € 4.666.000;
- op 31 augustus 2015 tussen Kraggenburg als geldgever en NMThree als geldnemer een bedrag van € 850.000;
- op 23 mei 2016 tussen Kraggenburg als geldgever en NMTwo als geldnemer een bedrag zoals blijkt uit de bijgewerkte administratie;
- op 24 mei 2016 tussen Kraggenburg als geldgever en Haarboer als geldnemer een bedrag zoals blijkt uit de bijgewerkte administratie;
- op 24 mei 2016 tussen Kraggenburg als geldgever en NMThree als geldnemer een bedrag zoals blijkt uit de bijgewerkte administratie;
- op 2 augustus 2016 tussen Kraggenburg als geldgever en NMOne als geldnemer een bedrag zoals blijkt uit de bijgewerkte administratie;
- op 4 oktober 2016 tussen Participatie als geldgever en Kraggenburg als geldnemer een bedrag zoals blijkt uit de bijgewerkte administratie;
- op 4 oktober 2016 tussen Kraggenburg als geldgever en Stichting Mega NPB als geldnemer een bedrag van € 975.000;
- op 14 november (geen jaar vermeld) tussen Participatie als geldgever en Kraggenburg als geldnemer € 5.050.000.
Bij deze geldleningen waren er geen tussentijdse aflossingsverplichtingen opgenomen en geen zekerheden overeengekomen. Verder hadden deze leningen (lange) looptijden van 20 jaar met de mogelijkheid van de schuldenaar om deze eenzijdig nog eens met 10 jaar te verlengen. In de lening tussen Participatie en Kraggenburg van 2 september 2013 (zie 2.16 eerste gedachtestreepje) was geen looptijd opgenomen. De aflossing van deze lening zou in overleg gaan.
Wisseling van partijen bij de geldleningen door middel van vaststellingsovereenkomsten
Op 31 oktober 2016 hebben enerzijds NMOne, NMTwo, NMThree, MV Eins, Haarboer en Mega NPB en anderzijds steeds Kraggenburg, NPI en Participatie zes vaststellingsovereenkomsten gesloten, waarbij telkens is vermeld dat er tussen de partijen leenovereenkomsten bestaan, dat de partijen overeenkomen dat er slechts leenverhoudingen kunnen bestaan tussen enerzijds respectievelijk NMOne, NMTwo, NMThree, MV Eins, Haarboer en Mega NPB en anderzijds Participatie, en dat boekingen door Participatie aan hen door tussenkomst van andere partijen steeds moet worden gezien als rechtstreekse boekingen.
Andere feiten
De vennootschappen die tot Megahome behoren zijn in de periode van 7 juli 2016 tot en met 21 december 2016 in staat van faillissement verklaard. Mr. Van der Hel is daarbij aangesteld als curator. Mr. J.M. Eringa is in maart 2023 tot tweede curator aangesteld. Van der Hel is vanaf 1 maart 2024 teruggetreden, zodat Eringa nu de enige curator is.
In een andere procedure heeft de rechtbank Overijssel in een vonnis van 23 maart 2022 (hersteld in een vonnis van 1 juni 2022)2 voor recht verklaard dat de curator (onder meer) rechtsgeldig het onder 2.11 genoemde besluit van de aandeelhouders van Beheer van 31 december 2009 buitengerechtelijk heeft vernietigd met de hoofdelijke veroordeling van Participatie en de Stichting administratiekantoor Megahome.nl tot betaling van € 18.241.978 aan de curator in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Beheer en Nebo tot betaling van € 12.587.621 aan de curator in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Beheer, beide bedragen te vermeerderen met rente.
In een arrest van 19 december 2023 (hierna: het Pauliana-arrest)3 heeft dit hof een groot deel van dat vonnis bekrachtigd, waaronder onder meer de vernietiging van het dividendbesluit en de veroordeling van Participatie en de Stichting administratiekantoor Megahome.nl tot terugbetaling van het bedrag van € 18.241.978 en Nebo tot betaling van € 12.587.621. Tegen dit arrest is beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft dit cassatieberoep in zijn arrest van 20 juni 20254 verworpen.
De vordering van de curator bij de rechtbank
De curator heeft na wijziging van eis bij de rechtbank een verklaring voor recht gevorderd dat de geldleningsovereenkomsten (2.16) en vaststellingsovereenkomsten (2.18) ten opzichte van de curator als curator in het faillissement van Beheer of een andere failliet door hem rechtsgeldig buitengerechtelijk zijn vernietigd, dan wel dat deze nietig zijn, dan wel deze te vernietigen op grond van de pauliana als bedoeld in 3:45 BW, subsidiair, dezelfde vorderingen maar dan op de grondslag van strijd met de goede zeden en openbare orde (3:40 lid 1 BW), althans dat aan de gedaagde rechtspersonen van [appellanten] geen beroep toekomt op al deze overeenkomsten vanwege de beperkende werking van de redelijkheid en de billijkheid (6:248 lid 2 BW). Verder heeft de curator gevorderd te verklaren voor recht dat [appellant1] onrechtmatig heeft gehandeld en dat er sprake is van een situatie waarbij degene die de volledige zeggenschap heeft over de gedaagde rechtspersonen misbruik maakt van het identiteitsverschil tussen de verschillende rechtspersonen, wat kan worden aangemerkt als onrechtmatige daad. [appellant1] en zijn rechtspersonen zijn volgens de curator als gevolg daarvan verplicht de schade te vergoeden die de faillissementsboedel van Beheer daardoor lijdt, met hun voorwaardelijke veroordeling in vergoeding van deze schade, namelijk voor het geval Participatie en Nebo deze respectieve bedragen van € 18.241.978 en € 5.189.700 zelf niet aan de boedel voldoen, althans dat die rechtspersonen daardoor ongerechtvaardigd zijn verrijkt, een en ander met de wettelijke rente daarover en met hun veroordeling in de proceskosten.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft deze vorderingen op de subsidiaire grondslag (3:40 lid 1 BW) toegewezen. De bedoeling van het hoger beroep van [appellanten] is dat de toegewezen vorderingen alsnog worden afgewezen. Verder heeft de curator in het incidenteel hoger beroep een aantal wijzigingen verzocht in de wijze waarop de voorwaardelijke veroordelingen tot betaling worden toegewezen.
Het hof zal beslissen dat het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd en zal de vordering in het incidenteel hoger beroep toewijzen. Het Hof licht dat hierna toe.