Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-09-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5913, 24/1772
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-09-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5913, 24/1772
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 23 september 2025
- Datum publicatie
- 3 oktober 2025
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2024:5987, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 24/1772
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling hotel.
Uitspraak
Locatie Arnhem
nummer BK-ARN 24/1772
uitspraakdatum: 23 september 2025
Uitspraak van de vijftiende enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[Belanghebbende] B.V. te [Plaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 2 september 2024, nummer ARN 23/2576, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Winterswijk (hierna: de heffingsambtenaar).
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [Adres1] 2 in [Plaats1] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2021 en naar de toestand op die datum, voor het jaar 2022 vastgesteld op € 2.243.000. Tegelijk met deze beschikking is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente [Plaats1] voor het jaar 2022 opgelegd.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de vastgestelde waarde alsmede de opgelegde aanslagen gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 2 september 2024 ongegrond verklaard, de heffingsambtenaar veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan belanghebbende, de Staat veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan belanghebbende, de heffingsambtenaar en de Staat veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en bepaald dat de heffingsambtenaar en de Staat ieder de helft van het betaalde griffierecht aan belanghebbende dienen te vergoeden.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 augustus 2025 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. D.A.N. Bartels, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [Naam1] namens de heffingsambtenaar.
2 De vaststaande feiten
Belanghebbende is gebruiker van de onroerende zaak. Het betreft een hotel met een totale oppervlakte van 5.094 m2, gelegen op een perceel met een oppervlakte van 8.210 m2.
3 Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen
In geschil is of de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de onroerende zaak te hoog heeft vastgesteld.
Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend en concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de beschikte waarde tot op € 1.499.000 en dienovereenkomstige vermindering van de bestreden aanslag in de onroerendezaakbelastingen.
De heffingsambtenaar beantwoordt de hiervoor – onder 3.1 – vermelde vraag ontkennend en concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank.
Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken.