Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-02-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:766, 23/1399
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11-02-2025, ECLI:NL:GHARL:2025:766, 23/1399
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 11 februari 2025
- Datum publicatie
- 21 februari 2025
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2023:1822, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 23/1399
- Relevante informatie
- Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ
Inhoudsindicatie
Wet Woz. Waardevaststelling kantoorpand.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
nummer BK-ARN 23/1399
uitspraakdatum: 11 februari 2025
Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende] B.V. te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende)
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 31 maart 2023, nummer AWB 22/923, in het geding tussen belanghebbende en
de heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem (hierna: de heffingsambtenaar)
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 72 te [plaats1] , per waardepeildatum 1 januari 2020, voor het jaar 2021 vastgesteld op € 1.666.000. Tegelijk met deze beschikking heeft de heffingsambtenaar voor dat jaar aan belanghebbende aanslagen onroerendezaakbelasting en rioolheffing opgelegd.
Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de beschikking en de aanslagen gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift en een aanvulling op het verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft voorafgaand aan de zitting een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2025. Daarbij zijn verschenen en gehoord J.F.J.M. van Abbe als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door taxateur [naam2] .
2 Vaststaande feiten
Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak. De onroerende zaak is een kantoorpand dat in 1970 is gebouwd. In 2011 is de onroerende zaak volledig gerenoveerd. Het pand is toen opgesplitst in kantoorunits die aan derden worden verhuurd. De gebruiksoppervlakte van de onroerende zaak is 3.353 m².
3 Geschil
In hoger beroep is in geschil of de waarde van de onroerende zaak per de waardepeildatum te hoog is vastgesteld.
Belanghebbende beantwoordt die vraag bevestigend en bepleit in hoger beroep een waarde van € 1.465.000. De heffingsambtenaar beantwoordt die vraag ontkennend.
Ter zitting van het Hof heeft belanghebbende uitdrukkelijk en ondubbelzinnig haar stellingen omtrent schending van artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ en een in verband daarmee toe te kennen proceskostenvergoeding, ingetrokken.