Home

Gerechtshof Den Haag, 18-12-2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3586, 200.126.843-01 200.126.848-01

Gerechtshof Den Haag, 18-12-2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3586, 200.126.843-01 200.126.848-01

Inhoudsindicatie

Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter. Pluraliteit gedaagden. Voldoende samenhang (en doelmatigheid) in de zin van art. 7 lid 1 Rv. in samenhang met art. 6 sub 1 Brussel I-Verordening. Geldigheid appeldagvaarding bij kennelijke vergissing. Ontvankelijkheid milieuorganisatie o.g.v. art. 3:305a BW. Aansprakelijkheid in concernverband van de moedervennootschap naast de buitenlandse dochtervennootschap voor (milieu)schade ontstaan in het kader van de activiteiten van die dochtervennootschap. Nigeriaans recht. Vordering ex art. 843a Rv tot inzage in bescheiden.

International jurisdiction of the Dutch court. Plurality of defendants. Sufficient coherence (and effectiveness) within the meaning of Art. 7 under 1, Code of Civil Procedure in conjunction with Art. 6 under 1, Brussels I-Regulation. Validity of Notice of Appeal in case of apparent error. Admissibility of environmental organisation in accordance with Art. 3:305a Civil Code. Liability in a corporate context of the parent company in addition to the foreign-based subsidiary for (environmental) damage caused within the scope of the activities of that subsidiary. Nigerian law. Action for inspection of the records pursuant to Art. 843a Code of Civil Procedure.

For an English translation of the judgment, please see below.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling civiel recht

Zaaknummers : 200.126.843 (zaak c) + 200.126.848 (zaak d)

Zaak-/rolnummers rechtbank : C/09/337058 / HA ZA 09-1581 (zaak c) +

C/09/365482 / HA ZA 10-1665 (zaak d)

Arrest van 18 december 2015 in de zaken van

1. Eric Barizaa DOOH,

wonende te Goi, Rivers State, Federale Republiek Nigeria,

2. VERENIGING MILIEUDEFENSIE,

gevestigd te Amsterdam,

appellanten in principaal appel, tevens geïntimeerden in incidenteel appel, tevens eisers in het art. 843a Rv-incident en verweerders in het bevoegdheidsincident,

advocaat: mr. Ch. Samkalden (Amsterdam),

tegen (zaak c - 200.126.843)

1. ROYAL DUTCH SHELL PLC.,

gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, kantoorhoudende te Den Haag,

2. SHELL PETROLEUM DEVELOPMENT COMPANY OF NIGERIA LTD.,

gevestigd te Port Harcourt, Rivers State, Federale Republiek Nigeria,

geïntimeerden in principaal appel, tevens appellanten in incidenteel appel, tevens verweersters in het art. 843a Rv-incident en eiseressen in het bevoegdheidsincident,

advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk (Amsterdam),

en tegen (zaak d - 200.126.848)

1. SHELL PETROLEUM N.V.,

gevestigd te Den Haag,

2. THE ‘SHELL’ TRANSPORT AND TRADING COMPANY LTD.,

gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,

geïntimeerden in principaal appel, tevens appellanten in incidenteel appel, tevens verweersters in het art. 843a Rv-incident,

advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk (Amsterdam).

Partijen ter ener zijde worden hierna genoemd: Eric Dooh en Milieudefensie, samen: Milieudefensie c.s.; partijen ter andere zijde: RDS, SPDC, Shell Petroleum en Shell T&T, samen: Shell. RDS en SPDC tezamen worden veelal RDS c.s. genoemd. RDS, Shell Petroleum en Shell T&T worden zowel tezamen als afzonderlijk ook wel aangeduid als ‘de moedervennootschap’.

Het verloop van het geding

Milieudefensie c.s. heeft deze zaak tegen RDS c.s. aanhangig gemaakt op basis van op 1 mei 2013 uitgebrachte appeldagvaardingen, waarin zij stelt in hoger beroep te komen van het door de Rechtbank Den Haag tussen haar en RDS c.s. gewezen vonnis van 30 januari 2013 en het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 14 september 2011. Op de eerst dienende dag - 21 mei 2013 - is verstek verleend tegen RDS c.s. Nadat Milieudefensie c.s. vervolgens op 31 mei 2013 een oproepingsexploot aan RDS c.s. had doen betekenen is RDS c.s. alsnog in het geding verschenen.

zaak d - 200.126.848

Milieudefensie c.s. is bij exploten van 1 mei 2013 in hoger beroep gekomen van het door de Rechtbank Den Haag tussen haar en Shell Petroleum en Shell T&T gewezen vonnis van 30 januari 2013 en het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 14 september 2011.

in beide zaken voorts:

Op de rol zijn de volgende stukken gewisseld:

- een incidentele conclusie tot exhibitie (met producties) van Milieudefensie c.s.;

- een memorie van antwoord in het incident ex art. 843a Rv tevens houdende exceptie van

onbevoegdheid in het incident (in zaak c, toev. Hof) (met producties) van Shell;

- een memorie van antwoord in het bevoegdheidsincident in het incident ex art. 843a Rv van

Milieudefensie c.s.

Vervolgens is een comparitie van partijen gehouden in deze en in vier samenhangende zaken. Die vier samenhangende zaken zijn aangeduid als zaak a (200.126.804), zaak b (200.126.834), zaak e (200.126.849) en zaak f (200.127.813). Op deze comparitie zijn procedureafspraken gemaakt, die voor zover thans van belang inhouden dat allereerst (‘fase 1’) een beslissing zal worden genomen over (i) de bevoegdheid van de Nederlandse rechter (voor zover in geschil), (ii) het al dan niet ontbreken van geldige appeldagvaardingen in zaak (c), en (iii) de vorderingen van Milieudefensie c.s. ex art. 843a Rv (met inbegrip van het appel van Milieudefensie c.s. tegen het tussenvonnis van 14 september 2011, waarin haar toenmalige vordering ex art. 843a Rv grotendeels is afgewezen), alsmede de door Shell daartegen gevoerde verweren, waaronder die met betrekking tot (iv) de ontvankelijkheid van Milieudefensie en (v) de ontvankelijkheid c.q. vorderingsgerechtigheid van Eric Dooh. Overeenkomstig de ter comparitie gemaakte afspraken zijn vervolgens op de rol ingediend:

- door Shell: een memorie van grieven fase 1 (in zaak f) tevens memorie van grieven

in incidenteel appel fase 1 (in zaken a tot en met e) (met producties);

- door Milieudefensie c.s.: een memorie van grieven inzake de afwijzing van de

vordering tot exhibitie ex art. 843a Rv (met producties);

- door Milieudefensie c.s. in zaak c: een akte uitlating (appeldagvaarding) (met

productie);

- door Shell: een memorie van antwoord fase 1 (in zaken a tot en met e), tevens

memorie van antwoord in incidenteel appel fase 1 (in zaak f), tevens antwoordakte uitlating

appeldagvaarding (in zaak c) (met producties, waaronder als productie 53 een akte van depot

van stukken);

- door Milieudefensie c.s.: een memorie van antwoord bij de memorie van grieven

zijdens Shell (fase 1) (met producties).

Daarna hebben de advocaten van partijen - in fase 1 - alle zaken aan de hand van pleitnotities bepleit. Bij die gelegenheid zijn door Shell producties in het geding gebracht (productie 54 in de zaken a tot en met d en productie 55 in de zaken c en d) en heeft de advocaat van Milieudefensie c.s. enkele afdrukken van foto’s overgelegd. Na afloop van de pleidooien is een datum voor arrest bepaald.

De beoordeling

De beslissing

COURT OF APPEAL AT THE HAGUE (DEN HAAG)

Course of the proceedings

The assessment

The judgment