Gerechtshof Den Haag, 18-12-2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3587, 200.126.849-01 200.127.813-01
Gerechtshof Den Haag, 18-12-2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3587, 200.126.849-01 200.127.813-01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 december 2015
- Datum publicatie
- 18 december 2015
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2015:3587
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9854, Overig
- Einduitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2021:134
- Zaaknummer
- 200.126.849-01 200.127.813-01
Inhoudsindicatie
Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter. Pluraliteit gedaagden. Voldoende samenhang (en doelmatigheid) in de zin van art. 7 lid 1 Rv. in samenhang met art. 6 sub 1 Brussel I-Verordening. Ontvankelijkheid milieuorganisatie o.g.v. art. 3:305a BW. Aansprakelijkheid in concernverband van de moedervennootschap naast de buitenlandse dochtervennootschap voor (milieu)schade ontstaan in het kader van de activiteiten van die dochtervennootschap. Nigeriaans recht. Vordering ex art. 843a Rv tot inzage in bescheiden.
International jurisdiction of the Dutch court. Plurality of defendants. Sufficient coherence (and effectiveness) within the meaning of Art. 7 under 1, Code of Civil Procedure in conjunction with Art. 6 under 1, Brussels I-Regulation. Admissibility of environmental organisation in accordance with Art. 3:305a Civil Code. Liability in a corporate context of the parent company in addition to the foreign-based subsidiary for (environmental) damage caused within the scope of the activities of that subsidiary. Nigerian law. Action for inspection of the records pursuant to Art. 843a Code of Civil Procedure.
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling civiel recht
Uitspraakdatum : 18 december 2015
Zaaknummers ` : 200.126.849 (zaak e) + 200.127.813 (zaak f)
Zaak-/rolnummer rechtbank : C/09/337050 / HA ZA 09-1580
Arrest
in de zaak met nummer 200.126.849 (zaak e) van
de VERENIGING MILIEUDEFENSIE,
gevestigd te Amsterdam,
appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel, tevens eiseres in het art. 843a Rv-incident en verweerster in het bevoegdheidsincident,
advocaat: mr. Ch. Samkalden (Amsterdam),
tegen
1. ROYAL DUTCH SHELL PLC.,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, kantoorhoudende te Den Haag,
2. SHELL PETROLEUM DEVELOPMENT COMPANY OF NIGERIA LTD.,
gevestigd te Port Harcourt, Rivers State, Federale Republiek Nigeria,
geïntimeerden, tevens appellanten in incidenteel appel, tevens verweersters in het art. 843a Rv incident en eiseressen in het bevoegdheidsincident,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk (Amsterdam)
en in de zaak met nummer 200.127.813 (zaak f) van
SHELL PETROLEUM DEVELOPMENT COMPANY OF NIGERIA LTD.,
gevestigd te Port Harcourt, Rivers State, Federale Republiek Nigeria,
appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel, tevens verweerster in het incident,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk (Amsterdam),
tegen
Friday Alfred AKPAN,
wonende te Ikot Ada Udo, Akwa Ibom State, Nigeria,
geïntimeerde, tevens appellant in incidenteel appel en eiser in het incident,
advocaat: mr. Ch. Samkalden (Amsterdam).
Partijen in de zaak met nummer 200.126.849 (zaak e) worden hierna genoemd: Milieudefensie respectievelijk RDS en SPDC, de laatste twee samen: Shell, en RDS alleen ook wel: de moedermaatschappij. Partijen in de zaak met nummer 200.127.813 (zaak f) worden hierna genoemd: SPDC respectievelijk Akpan. Milieudefensie en Akpan samen worden mede Milieudefensie c.s. genoemd.
Het verloop van het geding
in zaak e - 200.126.849:
Milieudefensie is bij exploten van 1 mei 2013 in hoger beroep gekomen van het door de Rechtbank Den Haag tussen onder andere haar en Shell gewezen vonnis van 30 januari 2013 en het daaraan voorafgegane vonnis van 14 september 2011.
in zaak f - 200.127.813:
SPDC is bij exploot van 1 mei 2013 eveneens in hoger beroep gekomen van het zojuist bedoelde vonnis van 30 januari 2013 voor zover tussen haar en Akpan gewezen.
in zaak e - 200.126.849 voorts:
Op de rol zijn de volgende stukken gewisseld:
- een incidentele conclusie tot exhibitie (met producties) van Milieudefensie;
- een memorie van antwoord in het incident ex art. 843a Rv tevens houdende exceptie van
onbevoegdheid in het incident (met producties) van Shell;
- een memorie van antwoord in het bevoegdheidsincident in het incident ex art. 843a Rv van
Milieudefensie.
in beide zaken voorts:
Vervolgens is in deze zaak en in vier samenhangende zaken een comparitie van partijen gehouden. Die vier samenhangende zaken zijn aangeduid als zaak a (200.126.804), zaak b (200.126.834), zaak c (200.126.843) en zaak d (200.126.848). Op de comparitie zijn procedureafspraken gemaakt, die voor zover thans van belang inhouden dat allereerst (‘fase 1’) een beslissing zal worden genomen over (i) de bevoegdheid van de Nederlandse rechter (voor zover in geschil) en (ii) de vorderingen van Milieudefensie c.s. ex art. 843a Rv (met inbegrip van het appel van Milieudefensie c.s. tegen het tussenvonnis van 14 september 2011, waarin haar toenmalige vordering ex art. 843a Rv is afgewezen) en Shells verweer daartegen. Overeenkomstig de ter comparitie gemaakte afspraken zijn nadien op de rol de volgende stukken ingediend:
- door Shell: een memorie van grieven fase 1 (in zaak f) tevens memorie van
grieven in incidenteel appel fase 1 (in zaken a tot en met e) (met producties);
- door Milieudefensie c.s.: een memorie van grieven inzake de afwijzing van de
vordering tot exhibitie ex art. 843a Rv, tevens houdende een incidenteel appel in zaak f (met
producties);
- door Shell: een memorie van antwoord fase 1 (in zaken a tot en met e), tevens
memorie van antwoord in incidenteel appel fase 1 (in zaak f), tevens antwoordakte uitlating
appeldagvaarding (in zaak c) (met producties, waaronder als productie 52 een akte van depot
van stukken);
- door Milieudefensie c.s.: een ‘memorie van antwoord bij de memorie van grieven
zijdens Shell (fase 1)’ (met producties).
Daarna hebben de advocaten van partijen - in fase 1 - alle zaken aan de hand van pleitnotities bepleit. Na afloop van de pleidooien is een datum voor arrest bepaald.