Gerechtshof Den Haag, 31-01-2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:128, 22-002021-19
Gerechtshof Den Haag, 31-01-2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:128, 22-002021-19
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 31 januari 2020
- Datum publicatie
- 31 januari 2020
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2020:128
- Zaaknummer
- 22-002021-19
Inhoudsindicatie
Afwijzing vorderingen TUL in hoger beroep. Het hoger beroep van de verdachte (ingesteld vóór inwerkingtreding Wet USB) is ook ontvankelijk voor zover gericht tegen beslissingen over vorderingen tot tenuitvoerlegging Het hof wijst die vorderingen af omdat toewijzing in strijd is met de in de artikelen 5 en 6 EVRM beschermde fundamentele rechten van de verdachte (vgl. Rechtbank Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2020:146).
Uitspraak
Rolnummer: 22-002021-19
Parketnummers: 10-095674-19
10-102653-18, 10-107051-18 en 13-701941-18 (tullen)
Datum uitspraak: 31 januari 2020
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 3 mei 2019 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [plaats] op [datum],
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op
17 januari 2020.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met aftrek van voorarrest en onder opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis wanneer de duur daarvan gelijk is geworden aan die van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Voorts is een beslissing genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2].
Voorts is een beslissing genomen omtrent de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen zoals opgelegd in de zaken met de parketnummers 10-102653-18, 10-107051-18 en 10-701941-18. De oproeping ter zake van de vordering tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf in de zaak met parketnummer 10-101770-18 is nietig verklaard. Het vorenstaande is voor het overige nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.hij op of omstreeks 19 april 2019 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, brandstof, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [bedrijf] (gevestigd aan [adres]), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.hij op of omstreeks 19 april 2019 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, kentekenplaten (met het kenteken [kentekennummer]), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 1], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.hij op of omstreeks 1 oktober 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, brandstof, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 2] (gevestigd aan [adres]), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met aftrek van voorarrest. De vorderingen tenuitvoerlegging in de zaken met de parketnummers 10-102653-18, 10-107051-18 en 13-701941-18 dienen te worden toegewezen.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.hij op of omstreeks 19 april 2019 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, brandstof, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [bedrijf] (gevestigd aan [adres]), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.hij op of omstreeks 19 april 2019 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, kentekenplaten (met het kenteken [kentekennummer]), in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorden, te weten aan [benadeelde partij 1], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
3.hij op of omstreeks 1 oktober 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, brandstof, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 2]. (gevestigd aan [adres]), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het onder 1, onder 2 en onder 3 bewezen verklaarde levert op: