Gerechtshof Den Haag, 07-04-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:619, 200.279.881/01
Gerechtshof Den Haag, 07-04-2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:619, 200.279.881/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 april 2021
- Datum publicatie
- 9 april 2021
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2021:619
- Zaaknummer
- 200.279.881/01
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 1 [Tekst geldig vanaf 01-01-2024] art. 401
Inhoudsindicatie
Kinderalimentatie van een minderjarige van wie de ouders nooit hebben samengewoond. Is de overeenkomst over de kinderalimentatie aangegaan met grove miskenning van de wettelijke maatstaven? Bewust afwijken van de wettelijke maatstaven bij kinderalimentatie ten nadele van de minderjarige is niet mogelijk. Nu de vader geen gegevens over zijn inkomen overlegt gaat het hof uit van het door de moeder gestelde inkomen van de vader.
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling civiel recht
zaaknummer : 200.279.881/01
rekestnummer rechtbank : FA RK 19-6454
zaaknummer rechtbank : C/10/578907
beschikking van de meervoudige kamer van 7 april 2021
inzake
[appellante] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. S. Broekzitter-Nieuwland te Spijkenisse,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat: mr. A.G.H.M. Ganzeboom te Capelle aan den IJssel.
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 20 maart 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna ook: de bestreden beschikking).
2 Het geding in hoger beroep
De moeder is op 19 juni 2020 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
De vader heeft op 7 september 2020 een verweerschrift ingediend.
Bij het hof zijn voorts van de zijde van de moeder de volgende stukken ingekomen:
- -
-
een journaalbericht van 23 juli 2020 met bijlage, ingekomen op diezelfde datum;
- -
-
een journaalbericht van 18 februari 2021 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum.
De mondelinge behandeling heeft op 25 februari 2021 plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- -
-
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- -
-
de vader, bijgestaan door zijn advocaat.
De advocaat van de vader heeft ter zitting bezwaar gemaakt tegen voornoemd journaalbericht met bijlagen van 18 februari 2021 van de zijde van de moeder. Deze stukken zijn buiten de 10-dagen termijn ingediend als gevolg waarvan hij deze niet goed heeft kunnen bestuderen. Het hof zal deze stukken desondanks toelaten. De overgelegde stukken zijn redelijk eenvoudig te doorgronden en zien op de meest actuele inkomenspositie van de moeder. Deze informatie is niet geheel nieuw. Bovendien is kinderalimentatie een kwestie van openbare orde, hetgeen met zich meebrengt dat zo veel als mogelijk rekening dient te worden gehouden met de meest recente en actuele informatie.
3 De feiten
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.
De moeder en de vader zijn de ouders van [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] (hierna te noemen: [minderjarige] ).
De moeder oefent alleen het ouderlijk gezag over [minderjarige] uit. Hij woont bij de moeder.
Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 14 augustus 2018, zoals aangevuld bij beschikking van 2 november 2018, is het door partijen opgestelde ouderschapsplan van 15 april 2018 in de beschikking opgenomen. In het ouderschapsplan zijn partijen – voor zover hier van belang – overeengekomen dat de niet-verzorgende ouder met ingang van 1 januari 2018 maandelijks een bedrag van € 200,- als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] (hierna: kinderalimentatie) aan de verzorgende ouder zal voldoen. Van deze bijdrage zal maandelijks € 50,- rechtstreeks op de spaarrekening van [minderjarige] worden gestort.