Gerechtshof Den Haag, 31-05-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1558, 200.291.998/01
Gerechtshof Den Haag, 31-05-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1558, 200.291.998/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 31 mei 2022
- Datum publicatie
- 9 september 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2022:1558
- Formele relaties
- Na verwijzing door: ECLI:NL:HR:2020:2099
- Cassatie: ECLI:NL:HR:2024:155
- Zaaknummer
- 200.291.998/01
Inhoudsindicatie
Pensioenrecht, vervolg op HR 18 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:2099). Geschil tussen werkgever en pensioenverzekeraar over de uitleg van de uitvoeringsovereenkomst. Gesepareerd beleggingsdepot met winstdeling. Voorwaarden voor bijstortingsverplichting.
Uitspraak
Zaaknummer : 200.291.998/01
Zaaknummer rechtbank : CV-20024
arrest van 31 mei 2022
inzake
1 Iv-Groep B.V.,
2. Iv-Infra B.V.,
alle gevestigd te Papendal,
appellanten in principaal hoger beroep,
geïntimeerden in incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: Iv-Groep,
advocaat: mr. R.F. van der Ham te Rottedam,
tegen
SRLEV N.V.,
gevestigd te Alkmaar,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: Zwitserleven,
advocaat: mr. M. Malycha te Amsterdam.
1 Waar deze zaak over gaat
Ter uitvoering van de pensioenovereenkomsten die de werkgever met zijn werknemers heeft gesloten heeft de werkgever sinds 1960 uitvoeringsovereenkomsten gesloten met Zwitserleven. Sinds 1995 heeft de werkgever inspraak in de wijze waarop Zwitserleven de vaste premies belegt in het zogeheten “Gesepareerd beleggingsdepot” en deelt hij mee in de winst die er (eventueel) wordt gemaakt. De laatste uitvoeringsovereenkomst tussen Zwitserleven en de werkgever is gesloten voor de periode 2010-2014. Zwitserleven toetst periodiek of er voldoende middelen in het depot aanwezig zijn om er zeker van te kunnen zijn dat alle verzekerde uitkeringen uit het depot kunnen worden voldaan. Als de – volgens een overeengekomen formule berekende – dekkingsgraad te laag is, kan Zwitserleven de beleggingsmix aanpassen tenzij de werkgever een bankgarantie verstrekt of bijstort. Eind 2013 hebben partijen de uitvoeringsovereenkomst gewijzigd en is er een ander formule overeengekomen voor het berekenen van de dekkingsgraad. Partijen hebben een geschil over de vraag of deze nieuwe formule in strijd is met de in de uitvoeringsovereenkomst verstrekte tariefgaranties, dan wel of deze nieuwe formule in strijd is met de wet, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, dan wel dat de aanvullende afspraken onder invloed van dwaling tot stand zijn gekomen.
2 Het verloop van het geding
Bij arrest van 18 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:2099) heeft de Hoge Raad der Nederlanden een tussen partijen gewezen arrest van 16 oktober 2018 van het gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2018:3786) vernietigd. Bij exploot van 19 maart 2021 heeft Iv-Groep Zwitserleven opgeroepen voor het hof om in deze procedure verder te procederen Iv-Groep heeft daarbij een aantal nieuwe producties in het geding gebracht.
Hierop heeft Zwitserleven een antwoordmemorie na verwijzing genomen.
Partijen hebben op 4 februari 2022 hun zaak doen bepleiten door hun advocaten aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.
Ten slotte hebben partijen arrest gevraagd.