Gerechtshof Den Haag, 19-04-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:613, 200.297.037-01
Gerechtshof Den Haag, 19-04-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:613, 200.297.037-01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 april 2022
- Datum publicatie
- 2 mei 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2022:613
- Formele relaties
- Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2021:1523
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2021:17147, Meerdere afhandelingswijzen
- Zaaknummer
- 200.297.037-01
Inhoudsindicatie
aanbestedingskortgeding in hoger beroep; definitief gesloten raamovereenkomsten voor gezinshuizen; proceskosten eerste aanleg; inkoop voor jeugdhulp, tarief niet reëel; artikel 2.12 Jeugdwet
Uitspraak
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.297.037/01Zaak- / rolnummer rechtbank : C/09/609811 / KG ZA 21-315
Arrest in kort geding van 19 april 2022
in de zaak van
Stichting Driestroom,
gevestigd te Elst, gemeente Overbetuwe,
appellante,
advocaat: mr. F.J.J. Cornelissen te Arnhem,
tegen
1 de gemeente Beesel,
zetelende te Reuver, gemeente Beesel,
2. de gemeente Gennep,
zetelende te Gennep,
3. de gemeente Bergen,
zetelende te Bergen,
4. de gemeente Horst aan de Maas,
zetelende te Horst, gemeente Horst aan de Maas,
5. de gemeente Peel en Maas,
zetelende te Panningen, gemeente Peel en Maas,
6. de gemeente Venlo,
zetelende te Venlo,
7. de gemeente Venray,
zetelende te Venray,
geïntimeerden,
advocaat: mr. J.D.E. van den Heuvel te Venlo.
Het hof noemt partijen hierna ‘Driestroom’ en ‘de Gemeenten’.
1 De zaak in het kort
Dit kort geding gaat over een aanbesteding voor de inkoop van gezinshuiszorg ten behoeve van de door de Gemeenten te verlenen jeugdhulp. Driestroom vindt dat de Gemeenten geen reële tarieven aanbieden. Zij vorderde bij de rechtbank dat de aanbesteding wordt gestaakt en dat er nieuwe proportionele eisen en reële tarieven worden vastgesteld. Nadat de voorzieningenrechter de vorderingen had afgewezen, hebben de Gemeenten de opdrachten definitief gegund en met de winnende inschrijvers de daarmee overeenstemmende overeenkomsten gesloten.
Het hof tast in dit kort geding die overeenkomsten niet aan. Wel oordeelt het hof dat de door de Gemeenten aangeboden tarieven niet reëel zijn voor hetgeen zij van de gezinshuisaanbieders eisen. Daarom waren de vorderingen in eerste aanleg toewijsbaar en veroordeelt het hof de Gemeenten in de proceskosten van de eerste aanleg.
2 Het procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
- -
-
de (turbo)spoedappeldagvaarding waarmee Driestroom in hoger beroep is gekomen van het kortgedingvonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 17 juni 2021 (het bestreden vonnis) en waarin Driestroom, naast een provisionele vordering ex artikel 223 Rv, dertien grieven heeft geformuleerd;
- -
-
de akte nadere onderbouwing provisionele vordering;
- -
-
de memorie van antwoord inzake de incidentele vordering ex artikel 223 Rv, met bijlagen;
- -
-
het arrest van dit hof van 10 augustus 2021 in het incident ex artikel 223 Rv;
- -
-
de memorie van antwoord van de Gemeenten, met bijlagen;
- -
-
de akte reactie op memorie van antwoord en voorwaardelijke eiswijziging, met bijlagen;
- -
-
de antwoord-akte tevens houdende bezwaar tegen de voorwaardelijke eiswijziging.
Het hof heeft bij rolbeslissing het bezwaar van de Gemeenten tegen de voorwaardelijke eiswijziging afgewezen. Op 17 maart 2022 vond een mondelinge behandeling plaats. Partijen hebben de zaak toen toegelicht, mede aan de hand van pleitaantekeningen die zijn overgelegd. Tijdens die mondelinge behandeling heeft Driestroom kenbaar gemaakt dat haar voorwaardelijke eiswijziging onvoorwaardelijk is. De Gemeenten hebben hiertegen geen bezwaar gemaakt, zodat de voorwaardelijke eiswijziging toen gewijzigd is in een onvoorwaardelijke eiswijziging.