Home

Rechtbank Den Haag, 17-06-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:17147, C/09/609811 / KG ZA 21-315

Rechtbank Den Haag, 17-06-2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:17147, C/09/609811 / KG ZA 21-315

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 juni 2021
Datum publicatie
8 februari 2023
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:17147
Formele relaties
Zaaknummer
C/09/609811 / KG ZA 21-315

Inhoudsindicatie

Aanbesteding inkoop jeugdzorg (gezinshuizen). Proportionele producteisen? Reële tarieven? Vorderingen om aanbesteding te staken en nieuwe producteisen vast te stellen en na deugdelijk kostprijsonderzoek nieuwe reële tarieven vast te stellen afgewezen.

Uitspraak

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/609811 / KG ZA 21-315

Vonnis in kort geding van 17 juni 2021

in de zaak van

Stichting Driestroom te Elst, gemeente Overbetuwe,

eiseres,

advocaten mr. drs. F.J.J. Cornelissen en mr. L. Bras te Arnhem,

tegen:

1. Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Domein Limburg-Noord te Venray,

2. Gemeente Beesel te Reuver, gemeente Beesel,

3. Gemeente Gennep te Gennep,

4. Gemeente Bergen te Bergen,

5. Gemeente Horst aan de Maas te Horst, gemeente Horst aan de Maas,

6. Gemeente Peel en Maas te Panningen, gemeente Peel en Maas,

7. Gemeente Venlo te Venlo,

8. Gemeente Venray te Venray,

gedaagden,

advocaat mr. J.D.E. van den Heuvel te Venlo.

Eiseres wordt hierna aangeduid als ‘Driestroom’. Gedaagde sub 1 wordt hierna aangeduid als ‘MGR’ en gedaagden sub 2 tot en met 8 als ‘de Gemeenten’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met daarbij en nadien overgelegde producties;

- de door MGR en de Gemeenten overgelegde conclusie van antwoord met producties;

- de op 1 juni 2021 gehouden mondelinge behandeling.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op 15 juni 2021. Vonnis is vervolgens nader bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

De Gemeenten werken samen op het gebied van inkoop van – onder andere – jeugdhulp. De inkoop van deze diensten is door de Gemeenten centraal belegd bij MGR. Voor de inkoop van jeugdhulp worden momenteel diverse aanbestedingen georganiseerd, in de volgende segmenten:

segment 1: Opname vervangende behandeling en behandeling met verblijf,

segment 2: Wonen (onderverdeeld in onder andere pleegzorg en gezinshuizen),

segment 3: Dagbesteding – Dagbehandeling,

segment 4: Ambulant

Dit kort geding heeft betrekking op de aanbesteding voor de inkoop van gezinshuizen. Een gezinshuis is “ een gezinsvorm voor jeugdigen met complexe problemen, die vaak wat ouder zijn dan het gemiddelde pleegkind. In een gezinshuis wonen gezinshuisouders met meerdere geplaatste jeugdigen en soms ook eigen kinderen. Gezinshuisouders zijn beroepsopvoeders die 7 dagen per week 24 uur per dag hun beroep uitoefenen. De gezinshuisouders zijn zelfstandig ondernemer, gelieerd aan een opdrachtnemer/gezinshuisorganisatie of in dienst van een opdrachtnemer.

Anders dan bij pleegzorg heeft een jeugdige in een gezinshuis meer moeite met het functioneren in een gezin en het aangaan van hechtingsrelaties, maar is hier met de juiste begeleiding uiteindelijk wel toe in staat.” (vgl. paragraaf 3.1.2 van de toepasselijke Leidraad Aanbesteding Gezinshuizen Noord-Limburg).

2.2.

Driestroom is een zorgaanbieder die onder andere zorg in gezinshuizen biedt.

2.3.

De Gemeenten zijn voornemens met ingang van 1 januari 2022 een raamovereenkomst te sluiten met drie jeugdzorgaanbieders met betrekking tot het product gezinshuizen. De beoogde looptijd van de overeenkomst is vier jaar, met een optionele verlenging van maximaal tweemaal drie jaar. De Gemeenten (althans MGR) hebben (heeft) in aanloop naar de ten behoeve van het sluiten van deze raamovereenkomsten te organiseren aanbestedingsprocedure vier werksessies over het product gezinshuizen georganiseerd, op 21 juli 2020, 13 augustus 2020, 20 augustus 2020 en 25 augustus 2020. Driestroom is bij al deze werksessies aanwezig geweest.

2.4.

Door Bureau HHM (hierna: HHM) is een kostprijsonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de aanbestedingen in de jeugdzorg die momenteel namens de Gemeenten worden georganiseerd. Naar aanleiding hiervan is een notitie gedateerd 29 januari 2021 opgesteld. Hierbij zijn jeugdzorgaanbieders in de gelegenheid gesteld vooraf reacties in te dienen, die bij de opstelling van de notitie zijn betrokken.

2.5.

Op 1 februari heeft MGR, ten behoeve van de Gemeenten, de Leidraad Aanbesteding Gezinshuizen Noord-Limburg (hierna: ‘de Leidraad’) gepubliceerd. In de Leidraad staat, voor zover nu relevant, het volgende vermeld:

een opdrachtnemer heeft een resultaatsverplichting om minimaal 5% van de totale opdracht waarde van de af te sluiten raamovereenkomst in te zetten ten behoeve van social return;

opdrachtgever verplicht de opdrachtnemer (in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen en inkopen) door middel van rapportages aantoonbaar bij te dragen aan de doelstellingen zoals die geformuleerd zijn in de Green Deal Duurzame zorg 2.0;

in een gezinshuis wonen gezinshuisouders met meerdere geplaatste jeugdigen en soms ook met eigen kinderen. Gezinshuisouders zijn beroepsopvoeders die 7 dagen per week, 24 uur per dag hun beroep uitoefenen en beschikbaar zijn. Een gezinshuis biedt een vervangende gezinssituatie en een stabiele opvoed- en opgroeiomgeving. Waar nodig kan de gezinshuiszorg worden aangevuld met professionele behandeling.

De jeugdhulpaanbieder (of gezinshuisorganisatie) organiseert, beheert en begeleidt de gezinshuizen;

Aan elk gezinshuis is een gezinshuiswerker verbonden. De gezinshuisorganisatie is verantwoordelijk voor de geleverde kwaliteit van de gezinshuiswerker. In de Leidraad staan de taken van de gezinshuiswerker (gericht op begeleiding aan de jeugdige, de ouders en het gezinshuis) omschreven en staat vermeld dat de gezinshuiswerker gemiddeld anderhalf uur per jeugdige per week beschikbaar is.

In paragraaf 3.4 staat vermeld dat het tarief voor het product Gezinshuis voor een reguliere aanbieder € 122,87 per etmaal bedraagt. Voor een micro-aanbieder bedraagt het tarief € 107,70 per etmaal. Dit tarief is gebaseerd op onder andere de volgende kostprijselementen:

a) Kosten van de beroepskracht.

b) Redelijke overheadkosten, inclusief winst/risico.

c) Kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg.

d) Reis- en opleidingskosten.

e) Indexatie van loon binnen een overeenkomst.

f) Kosten als gevolg van gemeentelijke eisen, zoals rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.

In paragraaf 5, Programma van Eisen, staat dat de opdrachtnemer/ gezinshuisorganisatie moet voldoen aan de “Kwaliteitscriteria Gezinshuizen; Kwaliteit van Jeugdhulp in professionele gezinsvormen” (2019) van het Nederlands Jeugdinstituut; Hogeschool Leiden en dat gezinshuizen functioneren als onderaannemer van de opdrachtnemer, in loondienst zijn of werken via een franchiseconstructie.

In paragraaf 5, Programma van Eisen, staat met betrekking tot de kwaliteit van het gezinshuis het volgende vermeld:

“(...)

1. De opgeleide gezinshuisouder is fulltime gezinshuisouder. Dit betekent dat deze ouder geen ander (betaald) werk heeft. Deze gezinshuisouder kan dus ook geen andere (betaalde) functie binnen de gezinshuisorganisatie vervullen.

2. De norm voor het maximaal aantal gezinshuiskinderen per gezinshuis is 4, ongeacht uit welke regio deze kinderen afkomstig zijn. Afhankelijk van het gezinshuis en de doelgroep zijn er meer plaatsingen mogelijk (maximaal 6 jeugdigen). Dit kan alleen besloten worden in overleg met alle betrokken verwijzers van alle kinderen in het gezinshuis en de betrokken gedragswetenschapper. Deze eis zal worden toegepast op nieuwe plaatsingen vanaf 1 januari 2022.

3. Een gezinshuis bestaat uit twee gezinshuisouders. Zij zijn verantwoordelijk voor de zorg en opvoeding van de jeugdigen. Het is niet mogelijk om vast met meer dan twee verzorgers een gezinshuis te draaien (denk hierbij aan verschillende personen voor verschillende diensten). Dit kan alleen voor een tijdelijke situatie (= korter dan half jaar).

4. Gezinshuizen zijn aangesloten bij een gezinshuisorganisatie, waarmee de kwaliteit van de zorg (keurmerk) en ondersteuning in de werkzaamheden zijn geborgd. Gezinshuizen kunnen niet zelfstandig inschrijven.

5. Minstens één van de gezinshuisouders heeft professionele ervaring met hulp/ondersteuning voor jongeren en een relevante, afgeronde hbo opleiding + SKJ-registratie. Het is ook mogelijk dat deze ouder een afgeronde mbo 4 opleiding in zorg en welzijn heeft, professionele ervaring heeft met hulp/ondersteuning voor jongeren en daarnaast een EVC-traject volgt. Dit traject moet binnen 2 jaar na aanvang zijn afgerond. (zie verder bijlage: Opleidingseisen Jeugd).

(...)”

2.6.

Naar aanleiding van de Leidraad zijn 168 vragen gesteld door potentiële inschrijvers. Deze zijn beantwoord bij Nota van Inlichtingen van 26 februari 2021.

2.7.

Bij brief van 10 maart 2021 heeft Driestroom diverse bezwaren geuit tegen de opzet van de aanbesteding. Hierop is bij brief van 24 maart 2021 van MGR gereageerd. Driestroom heeft in haar brief onder andere bezwaren geuit tegen het gehanteerde tarief voor de uitgevraagde zorg. Naar aanleiding van deze bezwaren hebben de Gemeenten het tarief naar boven bijgesteld (naar € 130,61 per kind per etmaal) en is nog een “Toelichting opbouw tarief gezinshuizen Jeugdhulp Limburg-Noord” aan de potentiële inschrijvers verstrekt.

3 Het geschil

3.1.

Driestroom vordert – zakelijk weergegeven – MGR en de Gemeenten te gebieden:

­ de huidige aanbesteding te staken en gestaakt te houden;

­ nieuwe proportionele producteisen vast te stellen;

­ deugdelijk kostprijsonderzoek te doen;

­ nieuwe, reële tarieven voor het product Gezinshuizen vast te stellen;

een en ander met inachtneming van dit vonnis, althans een voorlopige voorziening te treffen die de voorzieningenrechter passend acht en recht doet aan de belangen van Driestoom, alles met veroordeling van MGR en de Gemeenten in de kosten van dit geding.

3.2.

Daartoe voert Driestroom – samengevat – aan dat de eisen die worden gesteld aan het product Gezinshuizen disproportioneel zijn en dat er in de aanbesteding geen reëel tarief wordt geboden.

3.3.

Driestroom stelt allereerst dat de productbeschrijving erin voorziet dat een afzonderlijke medewerker de rol van ‘gezinshuiswerker’ moet vervullen. Daarmee wijken MGR en de Gemeenten af van de landelijke Kwaliteitscriteria Gezinshuizen en van de huidige praktijk. Die landelijke Kwaliteitscriteria zijn op de aanbestedingsprocedure van toepassing verklaard en hebben bovendien te gelden als paritaire voorwaarden. Deze moeten daarom integraal worden toegepast en afwijking van deze voorwaarden moet worden gemotiveerd. MGR en de Gemeenten hebben nagelaten te onderbouwen waarom zij op dit punt afwijken van de bestaande praktijk en de landelijke Kwaliteitscriteria Gezinshuizen. Er zijn geen objectieve redenen om de functieverdeling op deze manier vorm te geven en het geboden tarief voorziet ook niet in een vergoeding van de kosten die zorgaanbieders moeten maken voor deze specifieke functieverdeling. Ook ten aanzien van het maximaal te plaatsen aantal kinderen wordt afgeweken van de landelijke Kwaliteitscriteria Gezinshuizen door uit te gaan van maximaal vier kinderen per gezinshuis, of, als uitzondering en na voorafgaande toestemming, maximaal zes. Die maximering is disproportioneel en ook op dit punt wordt zonder goede reden afgeweken van de landelijke Kwaliteitscriteria Gezinshuizen. Op basis van de huidige contracten geldt bovendien geen maximering van het aantal kinderen. In de aanbestedingsstukken wordt niet gesproken over een overgangsconstructie voor aanbieders die geen contract krijgen. In de meeste gezinshuizen van Driestroom wonen gemiddeld vijf cliënten – hetgeen geheel in lijn is met de landelijke Kwaliteitscriteria Gezinshuizen. Gelet hierop kan Driestroom niet voldoen aan de eisen van MGR en de Gemeenten in deze aanbesteding zonder cliënten te herplaatsen. Daarbij geldt volgens Driestroom dat er een groot tekort is aan gezinshuizen, waardoor de continuering van de zorg voor deze cliënten ernstig in gevaar komt. Niet alleen Driestroom, maar ook haar cliënten worden om deze reden volgens Driestroom ernstig en disproportioneel in hun belangen geschaad.

3.4.

Ten aanzien van de tarieven die in de aanbesteding worden gehanteerd stelt Driestroom dat het kostprijsonderzoek van HHM niet voldoet. Dit onderzoek is uitgevoerd voor verschillende segmenten in de Jeugdzorg die MGR en de Gemeenten momenteel willen aanbesteden. De producten binnen deze segmenten en de kosten die zorgaanbieders daarvoor maken verschillen sterk van elkaar. Desondanks maakt HHM in haar onderzoek voor sommige parameters onderscheid op segmentniveau en slechts in hele beperkte mate maakt zij onderscheid op productniveau. De post overhead is bijvoorbeeld voor alle segmenten en producten gelijk. Het is onduidelijk of rekening gehouden is met zorgaanbieders die werken op basis van een franchiseconstructie en die gezinshuizen leveren. MGR en de Gemeenten zijn verplicht om te komen met een reëel tarief voor het product dat zij uitvragen. In een gezinshuis zijn jeugdigen 24/7 aanwezig en krijgen zij zorg. Er wordt veel flexibiliteit van de gezinshuisouder verwacht en de inrichting van de panden moet aan bepaalde kwaliteitsvoorwaarden voldoen. In tegenstelling tot pleeggezinnen zijn gezinshuizen een soort mini-zorg-bedrijfspand. Met dat alles is in het kostprijsonderzoek geen rekening gehouden, er is niet voldaan aan de onderzoeksplicht en aan de plicht om een reële kostprijs vast te stellen voor het product dat wordt uitgevraagd, aldus Driestroom.

3.5.

Ten aanzien van de tarieven geldt volgens Driestroom verder dat er ten onrechte geen rekening is gehouden met de SROI- en de MVI-verplichtingen die als minimumeisen worden gehanteerd.

3.6.

Driestroom voert verder aan dat in de aanbesteding wordt gevraagd om gezinshuizen te leveren via een franchiseconstructie of via loondienst. Het gehanteerde tarief is echter alleen gebaseerd op de loondienstconstructie. Alleen al het gegeven dat in de tariefberekening geen rekening is gehouden met de franchiseconstructie maakt dat onvoldoende zorgvuldig onderzoek is gedaan naar de regionale omstandigheden en organisatie-specifieke aspecten van de zorgaanbieders en dat de tarieven dus niet reëel zijn.

3.7.

Tot slot is het aangeboden tarief volgens Driestroom niet reëel omdat er uitgegaan wordt van de inzet van één gezinshuisouder voor 0,25 fte per kind. Bij dit tarief is geen rekening gehouden met de hoeveelheid uren die gezinshuisouders gemiddeld werken, waarbij die hoeveelheid uren ook afhankelijk is van de indicatie van de geplaatste kinderen (licht, midden of zwaar). Het aantal uren waar het tarief op is gebaseerd zit nog onder het aantal uren inzet van een gezinshuisouder voor cliënten met een lichte indicatie. Daarbij wordt gesteld dat 0,25 fte voldoet, omdat dit aansluit op de cao Jeugdzorg. MGR en de Gemeenten gaan er aan voorbij dat niet alleen de cao Jeugdzorg, maar ook de cao voor Gehandicaptenzorg op het product gezinshuizen van toepassing is. Het enkele gegeven dat in de cao Jeugdzorg wordt aangegeven dat met 0,25 fte kan worden volstaan, is daarom onvoldoende onderbouwing voor de gemaakte keuzes. Ook gaan MGR en de Gemeenten ten onrechte ervan uit dat zij maar één gezinshuisouder hoeven te betalen, terwijl in de aanbesteding wordt gevraagd om twee gezinshuisouders. De andere gezinshuisouder die vereist wordt, zou ook ander betaald werk kunnen verrichten volgens MGR en de Gemeenten, maar die redenering valt niet te rijmen met het gegeven dat ook die gezinshuisouder wel een bepaalde verantwoordelijkheid naar de kinderen behoudt en aan bepaalde kwaliteitseisen moet voldoen. Het gegeven dat één gezinshuisouder elders kan werken, sluit niet aan op de uitvoeringswerkelijkheid en de regionale aspecten en laat onverlet dat ook die gezinshuisouder betaald moet krijgen voor de werkzaamheden die hij binnen een gezinshuis verricht, aldus nog steeds Driestroom

3.8.

MGR en de Gemeenten voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

5 De beslissing