Gerechtshof Den Haag, 26-04-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:690, 200.306.630/01
Gerechtshof Den Haag, 26-04-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:690, 200.306.630/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 26 april 2022
- Datum publicatie
- 24 mei 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2022:690
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2022:133, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.306.630/01
Inhoudsindicatie
Aanbesteding voor doelgroepenvervoer - Technische specificatie: batterij-elektrische aandrijving - Beroep door een waterstofleverancier - Inroepbaarheid Aw 2012 door een onderleverancier? - Evenredigheid, gelijkheid, zorgvuldigheid, motivering
Uitspraak
Afdeling Civiel recht
Zaaknummer hof : 200.306.630/01
Zaaknummer rechtbank : 621194 / KG ZA 21-1126
Publicatienummer vonnis : ECLI:NL:RBDHA:2022:133
Arrest in kort geding van 26 april 2022
in de zaak van
[appellante] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna te noemen: [appellante] ,
advocaat: mr. B.J.H. Blaisse-Verkooyen te Haarlem,
tegen
de Gemeente Den Haag,
zetelend te Den Haag,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaat: mr. N.B. De Neef te Den Haag.
1 De zaak in het kort
De gemeente heeft een Europese aanbesteding aangekondigd voor doelgroepenvervoer. De opdrachtnemer van de gelijksoortige huidige opdracht gebruikt voor een deel van dat vervoer voertuigen met een waterstof-elektrische aandrijving (hierna: waterstofvoertuigen) en neemt de daarvoor benodigde waterstof af van [appellante] . In de aanbestedingstukken van de onderhavige aanbestedingsprocedure heeft de Gemeente voorgeschreven dat de toekomstige opdrachtnemer bij de uitvoering van de toekomstige opdracht (op een tijdelijke uitzondering voor rolstoelvervoer na) uitsluitend gebruik zal maken van batterij-elektrische voertuigen. Zij heeft ook als subgunningscriterium gehanteerd dat een inschrijver extra punten krijgt als hij afziet van die tijdelijke uitzondering.
[appellante] heeft bij de voorzieningenrechter gevraagd om stopzetting van deze procedure en om een gebod, indien de gemeente de opdracht alsnog wenst te verstrekken, om het vervoer met waterstofvoertuigen toe te laten. De voorzieningenrechter heeft deze vorderingen afgewezen omdat [appellante] naar zijn oordeel onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat waterstofvoertuigen in het licht van de door de gemeente nagestreefde duurzaamheidsdoelstellingen gelijkwaardig zijn aan batterij-elektrische voertuigen. Volgens de voorzieningenrechter heeft de gemeente evenmin in strijd gehandeld met het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.
In hoger beroep heeft [appellante] aangevoerd dat het besluit van de gemeente om waterstofvoertuigen van de uitvoering van de opdracht uit te sluiten niet goed aansluit bij relevante beleidsstukken, dat de gemeente haar duurzaamheidsdoelstellingen niet goed heeft geconcretiseerd en ten onrechte in de loop van de procedure heeft aangepast, dat de gemeente niet heeft onderbouwd waarom het voor die doelstellingen noodzakelijk is om waterstofvoertuigen uit te sluiten, en dat de gemeente in strijd heeft gehandeld met de in de laatste volzin van de vorige alinea genoemde beginselen, met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.
In dit arrest verwerpt het hof deze bezwaren en bekrachtigt het het bestreden vonnis.
2 Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
- -
-
het dossier van de procedure tussen partijen bij de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag met het aan het hoofd van dit arrest aangehaalde zaaknummer;
- -
-
het vonnis van die voorzieningenrechter in die procedure van 12 januari 2022;
- -
-
de dagvaarding in hoger beroep van [appellante] , met grieven;
- -
-
de producties 1 tot en met 4 in hoger beroep van [appellante] ;
- -
-
de memorie van antwoord van de gemeente;
- -
-
de producties 1 en 2 in hoger beroep van de gemeente;
- -
-
de productie 8 in hoger beroep van [appellante] .1
Op 24 maart 2022 is de zaak mondeling behandeld. De hiervoor genoemde advocaten van partijen en, namens [appellante] , mr. H.W.A. Huijzer, advocaat te Haarlem, hebben de zaak tijdens die mondelinge behandeling toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.
3 Feitelijke achtergrond
De gemeente is een aanbestedende dienst. [appellante] exploiteert binnen de gemeentegrenzen als enige een tankstation met twee waterstofpompstations voor personen- en vrachtwagens. Twee ministeries tanken als launching customer waterstof bij [appellante] . [appellante] koopt ten behoeve van de aflevering in deze waterpompstations uitsluitend gecertificeerde groene waterstof in, dat wil zeggen waterstof waarvan is gecertificeerd dat hij is verkregen door elektrolyse met uitsluitend groene stroom.
Beleidsstukken
In maart 2017 heeft PIANOo haar Milieucriteria voor het maatschappelijk verantwoord inkopen van Transportdiensten (hierna: Milieucriteria Transportdiensten PIANOo) vastgesteld. Deze bevatten een Hoofdstuk 6 - Gunningscriteria dat onder andere een aanbeveling voor het volgende gunningscriterium GC3 bevat:
“Gebruik van alternatieve brandstoffen
Naarmate een groter deel van de voor de uitvoering van de opdracht in te zetten voertuigen is ontworpen voor aandrijving door alternatieve brandstofsoorten en/of voor elektrische aandrijving, wordt een hogere waardering toegekend.
Toelichting
Voorbeelden van alternatieve brandstoffen zijn CNG, bio-CNG (groengas) en vloeibare biobrandstoffen (zoals ethanol of biodiesel). Alternatieve aandrijvingen kunnen systemen zijn die werken op elektriciteit of waterstof, of hybride en plug-in hybride systemen
(...)”
In mei 2018 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat met een aantal decentrale overheden, waaronder de gemeente, het Bestuursakkoord Zero Emissie Doelgroepenvervoer (hierna: het Bestuursakkoord ZEDV) gesloten.
‘Zero Emissie’ en ‘emissievrij’ zijn in het akkoord in die zin gedefinieerd:
“dat een voertuig geen vervuilende uitstoot bij de uitlaat heeft. Dit is dus gerekend van energieopslag in het voertuig tot en met de aandrijving (Tank-to-Wheel geheten).”
Voor zover relevant luiden de overwegingen bij dat akkoord als volgt:
“Overwegende dat:
(...)
2. Het Rijk en decentrale overheden zich middels het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit inspannen voor het terugdringen van de uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden ter verbetering van de luchtkwaliteit. De transitie naar Zero Emissie doelgroepenvervoer draagt bij aan het terugdringen van deze schadelijke uitstoot.
(...)
8. Gezamenlijke actie gewenst is om belemmeringen richting Zero Emissie doelgroepenvervoer weg te nemen. Enkele belangrijke aandachtspunten hierbij zijn: de beschikbaarheid van Zero Emissie (rolstoel)busjes, extra gewicht bij batterij-elektrische voertuigen (...), en de afschrijvingstermijn voor de investeringen In Zero Emissie voertuigen in relatie tot de contractduur.
9. Gemeenten met dit bestuursakkoord een signaal afgeven aan de markt: het doelgroepenvervoer ontwikkelt zich richting Zero Emissie. Dit perspectief biedt duidelijkheid en richting aan marktpartijen, waarop zij kunnen acteren, onder andere met de ontwikkeling van voertuigen. Hierdoor draagt dit akkoord bij aan het doorbreken van de ‘kip-ei situatie’ rondom de beschikbaarheid van Zero Emissie voertuigen.
(...)”
Artikel 1 lid 2 van het akkoord luidt als volgt:
“Partijen komen overeen dat zij gezamenlijk streven naar de volgende doelstelling: het doelgroepenvervoer waarvoor ondertekenende partijen direct verantwoordelijk zijn, is volledig emissievrij vanaf 1 januari 2025, of zoveel eerder als mogelijk.”
In juni 2019 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat het Klimaatakkoord aan de Staten-Generaal aangeboden. Dat akkoord bevat een Hoofdstuk C2 – Mobiliteit dat, voor zover relevant, als volgt luidt:
“(...)
C2.3 Afspraken Duurzame hernieuwbare energiedragers in mobiliteit
(...)
Stimuleren Waterstof
De ontwikkeling van waterstof is belangrijk als energiedrager in de mobiliteit, zeker voor het zware transport. Afhankelijk van de marktontwikkelingen zijn aanvullende maatregelen nodig. Binnen het personenvervoer wordt uitgegaan van 15.000 brandstófcel-voertuigen (FCEV = Fuel Cell Electric Vehicles) in 2025, mogelijk doorgroeiend naar 300.000 voertuigen in 2030.
De verwachte energiebehoefte aan waterstof bedraagt bij deze aantallen 141 miljoen kg per jaar in 2030. Voor waterstof wordt daarom in 2020 een ambitieus convenant met de sector afgesloten om de doelen in het Klimaatakkoord te kunnen realiseren. Het kabinet ziet in de toekomst een belangrijke rol weggelegd voor waterstof als energiedrager in mobiliteit, vooral voor zwaar transport, bijvoorbeeld vrachtwagens, OV-bussen en mogelijk ter vervanging van dieseltreinen. (...)
(...)
Duurzaam inkopen, bussen, doelgroepenvervoer, reinigingsvoertuigen
a. De Rijksoverheid stimuleert de verduurzaming van de eigen vloot door de inzet van schone voertuigen, duurzame energiedragers en het programma Duurzaam Inkopen (o.a. elektrificatie wagenpark batterij en waterstof elektrisch). De Rijksoverheid zal met de decentrale overheden overleggen hoe zij hierbij kunnen aansluiten (zie ook hoofdstuk Voorbeeldrol Rijksoverheid). (...).
(...)
C2.4 Afspraken Elektrisch vervoer
Streven naar 100% emissieloze nieuwverkoop personenauto's in 2030
Ons transport veroorzaakt een kwart van de uitstoot. Het streven is dat uiterlijk in 2030 alle nieuwe auto's emissieloos zijn. Denk daarbij aan waterstof- en elektrische auto's. Deze auto's stoten bij het rijden geen broeikasgassen uit, houden onze lucht schoon en brengen minder geluidsoverlast met zich mee. Daarom streeft het kabinet er naar dat uiterlijk in 2030 alle nieuwe auto's emissieloos zijn. Een nieuwe auto gaat in Nederland gemiddeld bijna 18 jaar mee. En de randvoorwaarden moeten op orde zijn: het laden van je elektrische auto moet even makkelijk zijn als opladen van je mobiele telefoon. Dat geldt ook voor waterstof.
(...)”
In januari 2020 heeft de provincie Zuid-Holland haar Waterstofvisie en strategie (hierna: de Waterstofvisie ZH) vastgesteld. Deze luidt, voor zover relevant, als volgt:
“(...)
3. Zes prioriteiten voor de ontwikkeling van een groene waterstofeconomie in Zuid-Holland
(...)
5. Waterstof als energiedrager voor mobiliteit: zwaar vervoer, lange afstanden, schoon en duurzaam
De provincie Zuid-Holland is een logistiek knooppunt. Dagelijks reizen inwoners van Zuid-Holland met auto's, bussen, trams, metro's en treinen naar hun gewenste bestemming. Een groot deel van deze vervoersmodaliteiten rijdt op fossiele brandstoffen en draagt zo bij aan de uitstoot van broeikasgassen (met name CO2) en stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid, zoals fijnstof en stikstofoxiden. Daarom is schone mobiliteit onderdeel van de provinciale opgave Bereikbaar Zuid-Holland (...). Want schone mobiliteit draagt bij aan de gezondheid van onze inwoners en zorgt ervoor dat de provincie aantrekkelijk blijft voor inwoners en bedrijven. Vanuit het Klimaatakkoord ligt er voor de provincie ook een opgave op het gebied van zero-emissie mobiliteit. De overgang naar zero-emission voertuigen, batterij-elektrisch én waterstof-elektrisch biedt de mogelijkheid om vervoersstromen te verduurzamen en de emissies terug te dringen.
Programma Mobiliteit
Schonere mobiliteit laat zich vertalen naar zuinigere en duurzamere transportmiddelen en elektrificatie, maar ook naar schonere brandstoffen en energiedragers, modal -shift of een combinatie daarvan. (...) Een van de oplossingsrichtingen voor schone, duurzame mobiliteit die zich de laatste jaren sterk ontwikkeld heeft, is brandstofceltechnologie in combinatie met waterstof als energiedrager. Deze oplossing zal vooral toegepast worden voor zwaar vervoer en lange afstand transport. De batterij-elektrische oplossing is logischer op korte afstanden en voor lichter vervoer en transport.
(...)
6. De rol van waterstof in het energiesysteem: bufferen en balanceren
Willen we de CO2-reductie doelstellingen behalen, de leveringszekerheid van het energiesysteem waarborgen en het energiesysteem betaalbaar houden, zal aardgas vervangen moeten worden. Nu vervult aardgas twee belangrijke systeemfuncties: bufferen van energie en balanceren van het energiesysteem (elektriciteit en warmte). Waterstof is een kanshebber om deze balanceer- en bufferfunctie over te nemen. Waterstof heeft de potentie om grootschalig opgeslagen te worden om zo hernieuwbare energie te bufferen. Verder kan het grootschalig, ondergronds getransporteerd worden. Mogelijk zelfs via de bestaande aardgasinfrastructuur. Zo kan uitbreiding van het elektriciteitsnet en stijgende infrastructurele beperkt blijven. Een belangrijke voorwaarde is dat de productie en daarmee ook het gebruik van waterstof in het energiesysteem betaalbaar blijft.
(...)”
In april 2020 heeft de gemeente haar Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen Den Haag 2020 (hierna: Actieplan MVI 2020) vastgesteld. Daarin heeft zij voor zichzelf met betrekking tot maatschappelijk verantwoord inkopen een aantal beleidsdoelen uitgewerkt, waaronder Beleidsdoel 2 – Duurzaam inkopen, dat op zijn beurt uiteenvalt in een aantal ambities, waaronder Ambitie 1 – Klimaatneutrale stad en Ambitie 2 – Betere luchtkwaliteit en minder geluidsoverlast. Deze luiden, voor zover relevant, als volgt:
“Ambitie 1
Klimaatneutrale stad: we gaan zoveel mogelijk de CO2-uitstoot die ontstaat door de gemeentelijke inkoop beperken.
(...)
Ambitie 2
Betere luchtkwaliteit en minder geluidsoverlast: met ons inkoopbeleid ons inkoopbeleid dragen wij bij aan een betere luchtkwaliteit en aan de vermindering van geluidsoverlast conform de Europese Richtlijn Omgevingslawaai.
We gaan daarvoor het volgende doen:
(...)
□ We gaan een traject in gang zetten om ervoor te zorgen dat bij aanbestedingen voor leveringen en diensten elektrisch transport tot 2023 wordt uitgevraagd via een gunningscriterium en daarna – waar mogelijk – als minimumeis. (...)
(...)”
In juli 2021 heeft de energieregio Rotterdam-Den Haag, waarvan de gemeente deel uitmaakt, de Regionale Energie Strategie Rotterdam Den Haag 1.0 (hierna: RES RDH) vastgesteld. Deze luidt, voor zover relevant, als volgt:
“(...)
Samenvatting: RES Rotterdam Den Haag in het kort
(...)
Duurzame brandstoffen in de RES
(...) Duurzame brandstoffen kunnen breed in het energiesysteem worden ingezet maar zijn nu nog beperkt beschikbaar. De samenwerkende partijen in onze regio hebben de ambitie om het gebruik van groengas en waterstof richting 2030 en 2050 flink te verhogen. Vooral waterstof geproduceerd uit duurzame elektriciteit (groene waterstof) moet een grote rol gaan spelen. We kiezen ervoor om schaarse duurzame brandstoffen zo hoogwaardig mogelijk in te zetten. (...)
(...)
STAND VAN ZAKEN – AMBITIE – VERVOLG
(...)

Waar staan we nu?
(...)
Verschillende partijen werken al hard aan projecten op het gebied van waterstof en groengas. In het belangrijkste waterstofinitiatief in de regio wordt gewerkt aan een waterstofpropositie, met als doel van Zuid-Holland en het HIC Rotterdam een grote duurzame waterstofhub binnen Europa te maken. Hier zal op grote schaal productie, import, distributie en gebruik van waterstof plaatsvinden voor de industrie, het zwaar transport en de export naar andere Europese industriegebieden.
(...)
Waar willen we naartoe?
(...)
• Groene waterstof is de energiedrager die een grote rol moet gaan spelen in ons energiesysteem. Opbouw van de keten voor groene waterstof kost tijd, onder andere voor het bouwen van elektrolysers en de aanleg van grootschalige windparken op zee. Daarom zal er voor 2030 maar een beperkte hoeveelheid groene waterstof beschikbaar zijn. Wel zijn er plannen om de huidige waterstofproductie uit aardgas (grijze waterstof) te verduurzamen tot blauwe waterstof. Deze blauwe waterstof zal in de Rotterdamse Haven worden gebruikt als vervanging voor de grijze waterstof en bijdragen aan het verduurzamen van de industrie. De beschikbare volumes groene waterstof zullen in eerste instantie voornamelijk ingezet worden voor doelen waarvoor weinig andere duurzame alternatieven zijn: inzet als grondstof en brandstof voor de industrie en voor het zwaar vervoer (vrachtwagens, binnen-, scheep- en luchtvaart). Daarnaast zal een groot aandeel bestemd zijn voor export naar andere Europese industriegebieden. Mogelijk zal er op termijn ook import plaatsvinden van waterstof uit zonrijke gebieden (gele waterstof).
(...)

(...)
Hoe komen we daar?
(...)
Acties in het proces naar de RES 2.0
Om ervoor te zorgen dat brandstoffen hun beoogde rol in het toekomstige energiesysteem kunnen vervullen, zijn er mogelijk aanvullende acties nodig vanuit de RES-regio. De RES-partners werken de komende twee jaar aan het in beeld brengen van het programma van vergunningen, procedures, investeringen en projecten die de transitie naar duurzame brandstoffen mogelijk moeten maken. Het doel van het programma is om gemeenten en waterschappen handelingsperspectief te bieden. Het belang van duurzame brandstoffen
zal van gemeente tot gemeente sterk verschillen. Voor een aantal gemeenten is met name de realisatie van infrastructuur (leidingen), de aanleg van tankstations, of specifieke toepassingen van duurzame brandstoffen belangrijk. (...)

(...)
VERANTWOORDING – ONDERBOUWING – VERDIEPING
(...)
8 Op welke feiten is de RES gebaseerd?
(...)
Onderbouwing brandstoffen
(...)
|
Keten |
Gerealiseerd |
In uitvoering |
In onderzoek |
|
|
Groengas |
(...) |
(...) |
(...) |
(...) |
|
Waterstof (H2) |
Aanbod |
(...) |
(...) |
(...) |
|
Infrastructuur |
H2-tankstation Binkhorst, Den Haag |
(...) |
(...) |
|
|
(...) |
(...) |
(...) |
||
|
Vraag |
(...) |
(...) |
(...) |
(...)”
De aanbesteding
In augustus 2021 heeft de gemeente de Europese aanbesteding aangekondigd van een opdracht ‘Harmonisatie Doelgroepenvervoer’ voor meerdere stromen doelgroepenvervoer met ingang van 1 augustus 2022. Op de aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet 2012 (hierna: Aw 2012) van toepassing.
De zittende opdrachtnemer voor de overeenstemmende diensten heeft aan de gemeente toestemming gevraagd en van de gemeente toestemming gekregen om bij de uitvoering van het doelgroepenvervoer waterstofvoertuigen in te zetten. Hij maakt van die toestemming gebruik en neemt daarvoor waterstof (en voertuigen) af bij [appellante] .
De leidraad van augustus 2021 voor de aanbesteding (hierna: de Leidraad) bevat een Hoofdstuk 2 - Inhoud van de Opdracht met een Onderafdeling 2.1.6 - De dienstverlening. Deze onderafdeling luidt, voor zover relevant, als volgt:
“Aansluitend op de wens te harmoniseren is (...) de afspraak om in het kader van duurzaamheid te komen tot Zero emissie. Op 22 mei 2018 is het Bestuursakkoord Zero Emissie Doelgroepenvervoer getekend. Hierin is afgesproken te komen tot Zero Emissie of emissievrij vervoer. Door nadere specificering door de gemeente Den Haag houdt dit in dat een ZE-voettuig batterij-elektrisch aangedreven wordt.”
De Leidraad bevat in Bijlage 2 een Programma van Eisen (hierna: het PvE) met daarin onder andere een punt 2.17 Milieueisen dat, voor zover relevant, als volgt luidt:
“De gemeente Den Haag stimuleert het gebruik van schoon en duurzaam transport. (...)
Met betrekking tot duurzaamheid wordt verwezen naar de meest recente Milieucriteria voor het maatschappelijk verantwoord inkopen van Transportdiensten van PIANOo. Ten aanzien van milieuvriendelijkheid worden de volgende minimale eisen gesteld:
• Bij aanvang van de overeenkomst is, met uitzondering van eventueel in te zetten rolstoelbussen, al het materieel Zero-emissie (batterij elektrisch);
• Uiterlijk 1 januari 2024 is al het materieel, inclusief rolstoelvervoer, Zero-emissie (batterij elektrisch).
(Eerdere inzet van volledig Zero-emissie (batterij elektrisch) is een gunningscriterium);
(...)”
Hoofdstuk 9 van de Leidraad bevat de gunningscriteria. De gemeente heeft als gunningscriterium gekozen voor de economisch meest voordelige inschrijving, met 50 maximaal te behalen punten voor kwaliteit en 50 maximaal te behalen punten voor prijs. Voor de waardering van het component kwaliteit beschrijft Hoofdstuk 9 drie subcriteria, waaronder Subcriterium 3 – Duurzaamheid, dat voor 8 van de 50 punten op kwaliteit telt. Dat subcriterium luidt, voor zover relevant, als volgt:
“De gemeente Den Haag werkt aan een betere luchtkwaliteit. Daarbij zet zij in op het terugdringen van uitstoot van fijnstof en NOx. De gemeente wil daarom met haar inkoopbeleid z.s.m. zorgen voor schoner transport (...) voor de transportdiensten die zij inhuurt (...). In dat kader is besloten dat:
• Bij aanvang van de overeenkomst is, met uitzondering van eventueel in te zetten rolstoelbussen, al het Haagse Doelgroepenvervoer Zero-emissie (batterij elektrisch).
• Uiterlijk 1 januari 2024 is al het materieel, inclusief rolstoelvervoer, Zero-emissie (batterij elektrisch).
Eerdere inzet van volledig Zero-emissie (batterij elektrisch) rolstoelvervoer, waarmee het volledige doelgroepenvervoer eerder dan 1 januari 2024 ZE (batterij elektrisch) wordt uitgevoerd is een gunningscriterium waarmee 8 punten zijn te verdienen.
(...)”
In de eerste en tweede Nota van Inlichtingen (hierna: NvI; vraag 14 en 127 in de eerste NvI en vraag 406 in de tweede NvI) heeft de gemeente onder verwijzing naar haar Actieplan MVI 2020 en de RES RDH bevestigd dat de inzet van een waterstofvoertuig binnen de opdracht niet is toegestaan.
In de op 23 november 2021 gepubliceerde derde NvI, die zij ook aan [appellante] heeft gestuurd, heeft de gemeente de keuze om het gebruik van batterij-elektrische voertuigen voor te schrijven nader toegelicht. Deze derde NvI luidt, voor zover relevant en zonder aanhaling van voetnoten, als volgt:
“In het [Actieplan MVI 2020] heeft de gemeente haar duurzaamheidsbeleid vertaald in vijf ambities voor haar eigen inkopen. De twee relevante ambities in het licht van deze aanbesteding zijn:
1. Bijdragen aan het halen van de doelen van het Parijse Klimaatakkoord;
2. Verbeteren van de luchtkwaliteit.
Door in te zetten op zero emissie transport dat gebruik maakt van batterij-elektrische aandrijving, geeft de gemeente in onze ogen optimaal invulling aan deze twee ambities. Hieronder lichten wij toe waarom wij ervoor hebben gekozen om zero emissie transport dat gebruik maakt van waterstofcellen, niet toe te laten.
Het klopt dat waterstofvoertuigen net als batterij-elektrische voertuigen zero emissievoertuigen zijn en hierdoor bijdragen aan een verdere noodzakelijke verbetering van de luchtkwaliteit in Den Haag. In het kader van het klimaatbeleid vinden wij het gebruik van (groene) waterstof voor het personenvervoer echter onwenselijk. Om deze reden hebben wij ervoor gekozen om in deze aanbesteding zero emissie nader te specificeren als batterij-elektrisch:
- De omzetting van (al dan niet duurzaam opgewekte) stroom naar waterstof via elektrolyse en de omzetting van waterstof naar elektriciteit in een brandstofcel leidt tot een energieverlies van ten minste 60% (uitgaande van ca. 75% efficiëntie elektrolyse en ca. 50% efficiëntie brandstofcel). Het rendement van waterstof is daarmee slechts 25-35% als ook rekening wordt gehouden met verliezen bij transport en tanken. Daarentegen ligt het rendement van well-to-wheel bij een batterij-elektrische auto rond de 70-90%. Vanuit energetisch oogpunt is de inzet van waterstof dus meer dan 2,5 keer ongunstiger dan direct elektriciteitsgebruik met batterij-elektrische voertuigen.

- De productie van groene waterstof is minder groen dan de naam suggereert, aangezien zij in de praktijk leidt tot extra elektriciteitsproductie met behulp van fossiele brandstoffen. Volgens de jongste Klimaat- en Energieverkenning zal het aandeel hernieuwbare elektriciteit stijgen van circa 26 procent in 2020 naar circa 75 procent in 2030. Zolang niet alle elektriciteitsproductie duurzaam is, zal de productie van groene waterstof indirect extra CO2-uitstoot tot gevolg hebben. Immers, als duurzaam opgewekte stroom wordt gebruikt voor de productie van waterstof, dan is deze stroom elders niet beschikbaar en moeten kolen- of gascentrales alsnog meer stroom leveren. Weliswaar kan de snelle groei van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit ertoe leiden dat op dagen met veel wind en zon vaker stroomoverschotten zullen ontstaan die gebruikt kunnen worden voor de productie van groene waterstof, maar hierbij gaat het naar verwachting om maximaal 2.000 uur per jaar in 2030, te weinig om een rendabele exploitatie van de elektrolyse-apparatuur mogelijk te maken. Dit betekent dat waterstofproducenten elektriciteit moeten inkopen op andere tijden om hun elektrolyse-apparatuur alsnog voldoende productie-uren te kunnen laten maken. Op deze momenten zal dan weer extra stroom geproduceerd moeten worden met fossiele brandstoffen. Ook dit leidt dan weer tot extra CO2-uitstoot.
- Dit wil niet zeggen dat er voor (groene) waterstof geen belangrijke rol weggelegd is om te komen tot een transitie naar een duurzaam energiesysteem. Wel zal het gebruik ervan zorgvuldig moeten worden afgewogen. Volgens diverse specialisten en gezaghebbende instituten kan de inzet van groene waterstof beter beperkt blijven tot onderdelen van de economie die zich niet of minder goed lenen voor elektrificatie, denk aan industriële processen als de kunstmestproductie en mogelijk staalproductie, luchtvaarten zwaar wegtransport.
[Afbeelding waarin de mogelijkheden tot inzet van waterstof worden geïllustreerd in de industrie, de mobiliteit, de energievoorziening en de bouw, hof]
De belangrijkste toepassing van groene waterstof is wellicht de vervanging van de grote hoeveelheden grijze waterstof die nu voor industriële processen worden ingezet. De productie van grijze waterstof met methaan heeft immers een hoge CO2-uitstoot tot gevolg. Daarnaast zullen voor de verduurzaming van strategische sectoren als de chemie (...), [de] productie van kunstmest en mogelijk de staalindustrie grote hoeveelheden waterstof nodig zijn. Inzet van (groene) waterstof voor toepassingen waar elektrificatie goed mogelijk is, moet daarentegen worden vermeden. Dit (...) geldt voor de inzet in personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen, aangezien batterijelektrische varianten een beter alternatief vormen.
- [ - Passage met verwijzingen naar een Visie Duurzame Energiedragers in Mobiliteit van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het Klimaatakkoord en de RES RDH, hof]
Onze conclusie is dan ook:
1. Zero Emissie transport is met meerdere technieken te realiseren, waaronder: batterij-elektrische aandrijving en waterstof-aandrijving. Beide technieken komen aan onze doelstelling tegemoet om de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren.
2. Batterij-elektrische voertuigen komen echter veel beter tegemoet aan het gemeentelijke klimaatbeleid.
3. Het energetisch rendement van voertuigen met waterstofaandrijving is van productie tot verbruik ruim 2,5 keer lager dan het rendement van batterij-elektrische voertuigen.
4. De productie van groene waterstof is in de praktijk niet duurzaam zolang er geen overschot aan duurzaam opgewekte stroom. In de praktijk leidt zij tot meer C02-uitstoot.
5. Groene waterstof zal bij voorkeur moeten worden ingezet voor processen waar verduurzaming met directe elektrificatie niet goed mogelijk is. Dit zijn met name industriële processen die nu afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen of grijze waterstof, en mogelijk zwaar transport. Deze strategische overweging is ook vastgelegd in de dit jaar vastgestelde Regionale Energie Strategie Rotterdam Den Haag.
6. Vraagontwikkeling voor groene waterstof is niet nodig omdat de vraag vanuit de industrie het aanbod de komende jaren sterk volgens alle scenario's ruimschoots zal overtreffen.
De gemeente Den Haag ziet gelet op het bovenstaande geen reden om waterstof in personenvervoer te stimuleren en heeft daarom besloten om waterstof niet toe te staan in deze aanbesteding.”
De gemeente heeft vijf inschrijvingen ontvangen en na het bestreden vonnis een voorlopig gunningsbesluit genomen. Een aantal afgewezen inschrijvers is in kort geding tegen dat voorlopig besluit opgekomen. Ten tijde van de mondelinge behandeling in de onderhavige procedure was de mondelinge behandeling in dat tweede kort geding vastgesteld op 12 april 2022 en verwachtten partijen dat de voorzieningenrechter in die procedure vandaag vonnis wijst.