Rechtbank Den Haag, 12-01-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:133, C/09/621194 KG ZA 21-1126
Rechtbank Den Haag, 12-01-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:133, C/09/621194 KG ZA 21-1126
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 12 januari 2022
- Datum publicatie
- 13 januari 2022
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:133
- Formele relaties
- Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2022:690, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- C/09/621194 KG ZA 21-1126
Inhoudsindicatie
Kort geding; procesbelang; uitsluiting van waterstofvoertuigen in een aanbesteding van de gemeente Den Haag voor doelgroepenvervoer is jegens een aanbieder waterstof (die niet zelf heeft ingeschreven) niet onrechtmatig, aangezien onvoldoende aannemelijk is dat waterstofvoertuigen gelijkwaardig zijn aan batterij-elektrische auto's. De uitsluiting is ook niet in strijd met het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en/of het evenredigheidsbeginsel.
Uitspraak
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/621194 / KG ZA 21-1126
Vonnis in kort geding van 12 januari 2022
in de zaak van
[eiseres] te [plaats] ,
eiseres,
advocaten mr. B.J.H. Blaisse-Verkooyen en mr. H.W.A. Huijzer te Haarlem,
tegen:
GEMEENTE DEN HAAG te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. N.B. de Neef te Den Haag.
Partijen worden hierna [eiseres] en de Gemeente genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 1 december 2021, met producties en aanvullende producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- de pleitnota van [eiseres] ;
- de pleitnota van de Gemeente.
De mondelinge behandeling is gehouden op 23 december 2021. Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
[eiseres] exploiteert een tankstation aan de [adres] in [plaats] . Zij beschikt onder meer over een installatie met twee waterstofpompstations voor personenwagens en vrachtwagens. [eiseres] neemt de (groene) waterstof af van Orangegas.
Op 3 augustus 2021 heeft de Gemeente de aankondiging gedaan voor de Europese aanbesteding van een opdracht ‘Harmonisatie Doelgroepenvervoer’. Met deze opdracht beoogt de Gemeente een overeenkomst te sluiten voor het doelgroepenvervoer van meerdere vervoersstromen (waaronder vervoer in het kader van de Wmo en leerlingenvervoer). De beoogde overeenkomst heeft een looptijd van zes jaar met de mogelijkheid van verlenging met twee keer één jaar. De beoogde ingangsdatum van de overeenkomst is 1 augustus 2022. Op de aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet 2012 (hierna: Aw 2012) van toepassing.
De zittende opdrachtnemer, [A], maakt bij de uitvoering van het doelgroepenvervoer deels gebruik van waterstofvoertuigen. Zij neemt daarvoor waterstof (en voertuigen) af bij [eiseres] .
In de aanbestedingstukken heeft de Gemeente voorgeschreven dat de opdrachtnemer bij de uitvoering van de (nieuwe) Opdracht gebruik moet maken van batterij-elektrische voertuigen. In de aanbestedingsleidraad staat hierover het volgende:
“Aansluitend op de wens te harmoniseren is ook de afspraak om in het kader van duurzaamheid te komen tot Zero emissie. Op 22 mei 2018 is het Bestuursakkoord Zero Emissie Doelgroepenvervoer getekend Hierin is afgesproken te komen tot Zero Emissie of emissievrij vervoer. Door nadere specificering door de gemeente Den Haag houdt dit in dat een ZE-voettuig batterij-elektrisch aangedreven wordt.”
In de eerste en tweede Nota van Inlichtingen (vraag 14 en 127 in de eerste NvI en vraag 406 in de tweede NvI) heeft de Gemeente bevestigd dat de inzet van een waterstofvoertuig binnen de Opdracht niet is toegestaan. Ter motivering van deze beslissing heeft zij onder meer verwezen naar het Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen 2020 en naar de Regionale Energie Strategie Rotterdam-Den Haag (RES).
In de op 23 november 2021 gepubliceerde derde Nota van Inlichtingen heeft de Gemeente de keuze om waterstofvoertuigen uit te sluiten nader toegelicht. Deze Nota van Inlichtingen, die ook is toegezonden aan [eiseres] , vermeldt de volgende conclusies:
“
-
Zero Emissie transport is met meerdere technieken te realiseren, waaronder: batterij-elektrische aandrijving en waterstof-aandrijving. Beide technieken komen aan onze doelstelling tegemoet om de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren.
-
Batterij-elektrische voertuigen komen echter veel beter tegemoet aan het gemeentelijke klimaatbeleid.
-
Het energetisch rendement van voertuigen met waterstofaandrijving is van productie tot verbruik ruim 2,5 keer lager dan het rendement van batterij-elektrische voertuigen.
-
De productie van groene waterstof is in de praktijk niet duurzaam zolang er geen overschot aan duurzaam opgewekte stroom. In de praktijk leidt zij tot meer C02-uitstoot.
-
Groene waterstof zal bij voorkeur moeten worden ingezet voor processen waar verduurzaming met directe elektrificatie niet goed mogelijk is. Dit zijn met name industriële processen die nu afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen of grijze waterstof, en mogelijk zwaar transport. Deze strategische overweging is ook vastgelegd in de dit jaar vastgestelde Regionale Energie Strategie Rotterdam Den Haag.
-
Vraagontwikkeling voor groene waterstof is niet nodig omdat de vraag vanuit de industrie het aanbod de komende jaren sterk volgens alle scenario's ruimschoots zal overtreffen.
De gemeente Den Haag ziet gelet op het bovenstaande geen reden om waterstof in personenvervoer te stimuleren en heeft daarom besloten om waterstof niet toe te staan in deze aanbesteding.”
Bij brieven van 22 oktober 2021 en 11 november 2021 hebben Orangegas en [eiseres] er bij de Gemeente op aangedrongen om waterstofvoertuigen niet uit te sluiten. Hierbij heeft [eiseres] zich op het standpunt gesteld dat waterstofvoertuigen ook emissievrij transport betreffen en dat het voorschrijven van een concrete techniek (in dit geval batterij-elektrisch) in strijd is met de Europese aanbestedingsregels en dat de Gemeente hoe dan ook het aanbieden van gelijkwaardige oplossingen mogelijk moet maken.
Bij brief van 20 december 2021 hebben MKB Den Haag en VNO NCW West regio Den Haag de Gemeente verzocht om waterstofvoertuigen niet op voorhand van de aanbesteding uit te sluiten en om de keuze voor emissievrij vervoer over te laten aan de markt.
De Gemeente heeft de datum van de gunningsbeslissing (nader) bepaald op 13 januari 2022.
3 Het geschil
[eiseres] vordert, zakelijk weergegeven:
1. de Gemeente te verbieden om de Europese aanbestedingsprocedure Harmonisatie Doelgroepenvervoer in ongewijzigde vorm voort te zetten;
2. de Gemeente te gebieden om de Europese aanbestedingsprocedure Harmonisatie Doelgroepenvervoer, indien de Gemeente de opdracht nog wenst te verstrekken, te wijzigen zodat niet langer wordt voorgeschreven dat emissievrij vervoer moet worden uitgevoerd met batterij-elektrische voertuigen, alsmede dat waterstofvoertuigen niet langer worden uitgesloten;
3. zulks op straffe van een dwangsom en met proceskostenveroordeling, waaronder de nakosten, te vermeerderen met rente.
Aan deze vordering legt [eiseres] het volgende ten grondslag.
De Gemeente handelt onrechtmatig jegens [eiseres] door zonder deugdelijke redenen waterstofvoertuigen uit te sluiten. Deze uitsluiting is in strijd met de regels van het aanbestedingsrecht, meer in het bijzonder met de artikelen 2.75 en 2.76 Aw 2012. Emissievrij vervoer is immers ook mogelijk met waterstofvoertuigen en daarnaast speelt waterstof een belangrijke rol in de energietransitie.
Daarnaast handelt de Gemeente in strijd met het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. [eiseres] is de enige aanbieder van (groene) waterstof in de regio Den Haag. Zij heeft een vergunning gekregen en grote investeringen gedaan, deels met publiek geld. Indien voor de komende periode van zes tot acht jaar geen waterstofvoertuigen mogen worden ingezet, lijdt [eiseres] grote schade en is het onmogelijk de investeringen terug te verdienen.
De Gemeente concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring, dan wel afwijzing van het gevorderde en voert daartoe gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.