Gerechtshof Den Haag, 18-05-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:900, 200.299.482/01
Gerechtshof Den Haag, 18-05-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:900, 200.299.482/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 mei 2022
- Datum publicatie
- 31 mei 2022
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2022:900
- Zaaknummer
- 200.299.482/01
- Relevante informatie
- Burgerlijk Wetboek Boek 1 [Tekst geldig vanaf 01-01-2024] art. 394
Inhoudsindicatie
De bekende spermadonor zonder family life is niet verplicht tot alimentatie voor het kind en dit levert geen strijd op met het discriminatieverbod van artikel 26 IVBPR en artikel 14 EVRM.
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling civiel recht
zaaknummer : 200.299.482/01
zaaknummer rechtbank : C/09/593725
rekestnummer rechtbank : FA RK 20-3450
beschikking van de meervoudige kamer van 18 mei 2022
inzake
[appellante] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in principaal hoger beroep,
verweerster in incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. H. Warendorp Torringa te Alphen aan den Rijn,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in principaal hoger beroep,
verzoeker in incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. C.H.C. Houben te Amsterdam.
1 Het verloop van het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Den Haag van 4 juni 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).
2 Het geding in hoger beroep
De vrouw is op 3 september 2021 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
De man heeft op 20 oktober 2021 een verweerschrift tevens houdende incidenteel hoger beroep ingediend.
De vrouw heeft op 2 december 2021 een verweerschrift op het incidenteel hoger beroep ingediend.
Bij het hof is van de zijde van de vrouw op 4 maart 2022 een journaalbericht van diezelfde datum met bijlagen ingekomen.
De mondelinge behandeling heeft op 17 maart 2022 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten.
De advocaat van de vrouw heeft ter zitting pleitnotities overgelegd.
3 De feiten
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.
Uit de vrouw is geboren: [naam minderjarige] (hierna: de minderjarige) op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] .
De vrouw heeft alleen het gezag over de minderjarige.
De minderjarige woont bij de vrouw.
De man is de biologische vader van de minderjarige. Hij heeft haar niet erkend.