Home

Gerechtshof Den Haag, 04-05-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1789, BK-22/00352

Gerechtshof Den Haag, 04-05-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1789, BK-22/00352

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
4 mei 2023
Datum publicatie
9 oktober 2023
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:1789
Zaaknummer
BK-22/00352
Relevante informatie
Art. 17 Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ

Inhoudsindicatie

Wet WOZ. De vastgestelde waarde is niet aannemelijk gemaakt. De Heffingsambtenaar mocht niet zonder nadere motivering voorbijgaan aan de stelling van belanghebbende over het eigen verkoopcijfer. Belanghebbende heeft de door hem bepleite waarde aannemelijk gemaakt.

Uitspraak

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-22/00352

in het geding tussen:

(gemachtigde: A. Bakker)

en

de heffingsambtenaar van het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling, de Heffingsambtenaar,

(vertegenwoordiger: […] )

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam (de Rechtbank) van 16 februari 2022, nummer SGR 21/194.

Procesverloop

1.1.

De Heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde op 1 januari 2019 (de waardepeildatum) van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres 1] te [woonplaats] (de woning), voor het kalenderjaar 2020 vastgesteld op € 388.000 (de beschikking). Met de beschikking is in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan belanghebbende voor het jaar 2020 opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de [gemeente] (de aanslag).

1.2.

Belanghebbende heeft tegen de beschikking en de aanslag bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar heeft de Heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. Er is een griffierecht geheven van € 49. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. In verband met het hoger beroep is een griffierecht geheven van € 136. De Heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van 23 maart 2023. De gemachtigde van belanghebbende heeft aan de zitting deelgenomen via MS Teams, waarbij sprake was van een rechtstreekse beeld- en geluidsverbinding met het Hof. De Heffingsambtenaar is fysiek verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van de woning. De woning is een tweeondereenkapwoning met garage, berging en balkon van het bouwjaar 1977, met een inhoud van 620 m³, gelegen in een woonwijk op een perceel van 288 m².

2.2.

De Heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing van de door hem beschikte waarde een matrix overgelegd. In de matrix zijn, naar de opvatting van de Heffingsambtenaar, met de woning vergelijkbare woningen opgenomen, te weten [adres 2] te [woonplaats] , [adres 3] te [woonplaats] en [adres 4] te [woonplaats] (de vergelijkingsobjecten). Deze vergelijkingsobjecten zijn respectievelijk van het bouwjaar 1976, 1976 en 1978, en hebben alle een bruto-inhoud van ongeveer 620 m3. De perceelsoppervlakte bedraagt respectievelijk 293 m2, 304 m2 en 284 m2. De drie vergelijkingsobjecten hebben alle een garage/berging met oppervlakte van 24 m2, een balkon en een of meer dakkapellen. [adres 3] heeft ook een tuinhuis.

2.3.

Belanghebbende heeft ter onderbouwing van de door hem bepleite waarde verkoopinformatie van de woning en de vergelijkingsobjecten van [naam] overgelegd. Voorts verwijst belanghebbende ter onderbouwing van de door hem voorgestelde waarde naar het eigen verkoopcijfer. Belanghebbende heeft de woning in februari 2017 onderhands aangekocht en in maart 2018 geleverd gekregen voor de in 2017 overeengekomen prijs van € 330.000. Belanghebbende heeft daarbij een Rapport prijsontwikkeling woningen van Vastgoedpro overgelegd, waarin de koopsom wordt geïndexeerd naar de waardepeildatum.

Oordeel van de Rechtbank

3. De Rechtbank heeft geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Heffingsambtenaar als verweerder:

“Overwegingen

Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten en griffierecht

Beslissing