Home

Gerechtshof Den Haag, 28-11-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2252, 200.318.372/01

Gerechtshof Den Haag, 28-11-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2252, 200.318.372/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
28 november 2023
Datum publicatie
6 december 2023
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:2252
Formele relaties
Zaaknummer
200.318.372/01

Inhoudsindicatie

Belang uitsluitend nog proceskosten. Daarom motivering op hoofdlijnnen. Didam-zaak. Gemeente hoefde geen mededingingsruimte te bieden omdat er maar een serieuze gegadigde is.

Uitspraak

Civiel recht

Team Handel

Zaaknummer hof : 200.318.372/01

Zaaknummer rechtbank : C/09/633075/ KG ZA 22/698

Arrest in kort geding van 28 november 2023

in de zaak van

[appellante] Beheer B.V.,

gevestigd in Den Haag,

appellante,

advocaat: mr. H.N.T. Hoogwout, kantoorhoudend in Alphen aan den Rijn,

tegen

Gemeente Den Haag,

zetelend in Den Haag,

verweerster,

advocaat: mr. L.M. Engels, kantoorhoudend in Den Haag,

en tegen

McReal Estate B.V.

gevestigd in Den Haag,

verweerster,

advocaat: mr. I.R. Köhne, kantoorhoudend in Voorburg.

Het hof zal partijen hierna noemen [appellante], de Gemeente en MCRE.

1 De zaak in het kort

1.1

Deze zaak draait om de vraag of de Gemeente een grondreserveringsovereenkomst met betrekking tot een aan haar toebehorend perceel mocht sluiten met MCRE zonder een openbare selectieprocedure te doorlopen. Het hof oordeelt dat de Gemeente dit mocht, omdat MCRE als eigenaar van het buurperceel op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria als enige in aanmerking kwam voor de ontwikkeling van het perceel conform de wensen van de Gemeente.

1.2

De grondreserveringsovereenkomst is tijdens het hoger beroep op verzoek van MCRE ingetrokken. Partijen hebben daardoor alleen nog belang bij een oordeel van het hof in verband met de proceskosten. Het hof ziet daarin aanleiding om zijn inhoudelijke oordeel alleen op hoofdlijnen te motiveren.

2 Processtukken in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:

-

de dagvaarding van 31 oktober 2022, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 5 oktober 2022;

-

de memorie van grieven van [appellante], met bijlagen;

-

de memorie van antwoord van de Gemeente, met bijlagen;

-

de memorie van antwoord van MCRE;

-

de door partijen ingediende formulieren over de voortgang van de procedure.

3 Feitelijke en processuele achtergrond

3.1

De Gemeente is eigenaar van een perceel grond in het industriegebied De Binckhorst waarvan het noordelijke gedeelte braak ligt. Dit gedeelte wordt aan drie zijden omsloten door een weg en aan de vierde, noordelijke zijde ligt het braakliggende perceel van MCRE.

3.2

HTM, waarvan de aandelen toebehoren aan de Gemeente, wil haar nieuwe hoofdvestiging realiseren op het perceel van MCRE en het noordelijke gedeelte van het perceel van de Gemeente. Als redenen hiervoor heeft HTM kenbaar gemaakt dat haar voorkeur uitgaat naar het op aangrenzende percelen invullen van de grondbehoefte (dus niet verspreid over verschillende kleinere percelen) en de centrale ligging, de goede ontsluiting en de bereikbaarheid.

3.3

In oktober 2018 heeft de Gemeente aan HTM toegezegd dat zij zal meewerken aan de invulling van de grondbehoefte van HTM door daarvoor (een deel van) het perceel van de Gemeente te reserveren. HTM heeft met MCRE overeenstemming bereikt over het realiseren van haar nieuwe hoofdvestiging.

3.4

In het in opdracht van de Gemeente opgestelde ‘Memo planologische en stedenbouwkundige toetsing’ wordt geconcludeerd dat een stand-alone ontwikkeling van de hoofdvestiging van HTM uitsluitend op het perceel van MCRE niet haalbaar is en dat de noodzakelijke beleidsambities alleen gerealiseerd kunnen worden door (het noordelijke deel van) het perceel van de Gemeente bij de HTM-ontwikkeling te betrekken.

3.5

In juni 2022 heeft de Gemeente haar voornemen gepubliceerd om een grondreserveringsovereenkomst met MCRE te sluiten met betrekking tot het perceel van de Gemeente (hierna: de grondreserveringsovereenkomst). Gelet op, kort gezegd, de ligging van het perceel van MCRE kwam namelijk volgens de Gemeente op grond van objectieve, redelijke en toetsbare criteria alleen MCRE daarvoor in aanmerking.

3.6

[appellante] bezit een perceel in De Binckhorst naast het perceel van MCRE. Het grenst niet aan het perceel van de Gemeente. [appellante] heeft bezwaar gemaakt tegen het voornemen van de Gemeente. De Gemeente heeft het bezwaar van [appellante] gemotiveerd van de hand gewezen.

3.7

Nadat de voorzieningenrechter het hierna te noemen vonnis had gewezen, hebben de Gemeente en MCRE de grondreserveringsovereenkomst gesloten.

4 Procedure bij de voorzieningenrechter

5 Procedure in hoger beroep

6 Beoordeling in hoger beroep

7 Beslissing