Gerechtshof Den Haag, 14-03-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:420, 200.314.924/01
Gerechtshof Den Haag, 14-03-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:420, 200.314.924/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 maart 2023
- Datum publicatie
- 21 maart 2023
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2023:420
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2022:8079, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.314.924/01
Inhoudsindicatie
Aanbesteding SARS-CoV-2 antigeen zelftesten; verklaringen van de inschrijvers zijn uitgangspunt; de Staat heeft de opgegeven levertijden gecontroleerd d.m.v. de gevraagde toelichtingen.
Uitspraak
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.314.924/01
Zaaknummer rechtbank : C/09/631041 KG ZA 22/545
Arrest van 14 maart 2023
in de zaak van
[appellante] Healthcare B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
appellante,
advocaat: mr. L. Bozkurt, kantoorhoudend in Rotterdam,
tegen
[verweerder], handelend onder de naam Tienplusmedical,
gevestigd in Heerenveen,
advocaat: mr. P.A. Josephus Jitta, kantoorhoudend in Amsterdam,
en
de Staat der Nederlanden, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
zetelend in Den Haag,
advocaat mr. J.E. Palm, kantoorhoudend in Den Haag,
verweerders.
Het hof zal partijen hierna ‘[appellante]’, ‘Tienplusmedical’ en ‘de Staat’ noemen.
1 De zaak in het kort
In een aanbestedingsprocedure heeft de Staat de opdracht voor het leveren van SARS-CoV-2 antigeen zelftesten voorlopig gegund aan [appellante] en vier anderen en niet aan Tienplusmedical. Tienplusmedical is dit kort geding tegen de Staat begonnen. [appellante] is daarin tussengekomen. Zij wil dat de Staat nader onderzoekt of de door de inschrijvers opgegeven levertermijnen wel kloppen, omdat die termijnen volgens haar irreëel zijn.
De voorzieningenrechter heeft de Staat geboden om de opdracht nog niet te gunnen en (opnieuw) laboratoriumonderzoek naar de testen van Tienplusmedical te doen. Hij heeft de vordering van [appellante] afgewezen.
Het hof oordeelt in deze zaak dat de Staat geen nader onderzoek naar de levertermijnen hoefde te doen. [appellante] moet de proceskosten betalen.
2 Procesverloop in hoger beroep
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
- -
-
de dagvaarding in spoedappel, tevens houdende memorie van grieven tevens houdende eiswijziging van 22 augustus 2022, waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 10 augustus 2022 gewezen in het kort geding tussen Tienplusmedical en de Staat met [appellante] als tussenkomende partij;
- -
-
de memorie van antwoord van de Staat;
- -
-
de memorie van antwoord van Tienplusmedical, met productie 32.
Daarna is een mondelinge behandeling bepaald op 22 november 2022. Op 15 november 2022 verzocht [appellante] om de mondelinge behandeling geen doorgang te laten vinden en het hoger beroep voor onbepaalde tijd aan te houden. Daarop schreef de Staat akkoord te gaan met doorhalen van de zaak en schreef Tienplusmedical dat [appellante] de zaak vóór 22 november 2022 kon intrekken en in de proceskosten kan worden veroordeeld. Hierop ging de mondelinge behandeling niet door.
Het hof verwees de zaak naar de rol van 29 november 2022 voor nadere uitlating door partijen. Vervolgens vroeg [appellante] om doorhaling van de zaak, gaf Tienplusmedical te kennen dat zij arrest wilde en was de Staat akkoord met doorhaling op voorwaarde dat alle partijen doorhaling wensen.
Omdat partijen geen eenstemmig verzoek om doorhaling van de zaak hebben gedaan en er arrest is gevraagd, wijst het hof vandaag arrest. Voor aanhouding, zoals door [appellante] verzocht, ziet het hof geen aanleiding.
3 Feitelijke achtergrond van het geschil
In januari 2022 had de Staat een Europese aanbesteding uitgeschreven voor de levering van SARS-CoV-2 antigeen zelftesten voor nasale afname die kunnen vaststellen of een persoon is besmet met het COVID-19 virus (hierna: zelftesten). Deze aanbesteding bevatte twee percelen: perceel A voor één-stuks-verpakkingen en perceel B voor vijf-stuks-verpakkingen. Gunningscriterium was de economisch meest voordelige inschrijving.
De Staat zou voor zowel perceel A als perceel B raamovereenkomsten sluiten met vijf inschrijvers en wachtkamerovereenkomsten sluiten met de op nummers zes en zeven geëindigde inschrijvers.
De inschrijvers moesten onder andere de snelheid van levering opgeven. Hoe sneller de levering, hoe hoger de kwaliteitsscore zou zijn:
- -
-
voor een order van 1 tot en met 2 miljoen stuks: levertijd: 0 – <5 werkdagen = 50 punten, 6 – <8 werkdagen = 25 punten, 9 werkdagen = 12 punten en meer dan 10 werkdagen = 0 punten.
- -
-
voor een order van 2 tot en met 4 miljoen stuks: levertijd 0 – <10 werkdagen = 100 punten, 10 – <12 werkdagen = 65 punten, 12 – <15 werkdagen = 25 punten en meer dan 15 werkdagen = 0 punten.
- -
-
voor een order van meer dan 4 tot en met 5 miljoen stuks: een levertijd van 0 – <10 werkdagen = 100 punten, 10 – <15 werkdagen = 65 punten, 15 – <20 werkdagen = 25 punten en meer dan 20 werkdagen = 0 punten.
Bij vertraging van de levering zou een boete van € 1.000,- per dag worden opgelegd.
Tienplusmedical en [appellante] schreven tijdig in op beide percelen. Voor het criterium levertijd haalde Tienplusmedical bij beide percelen de maximale score van 250 punten, [appellante] 130 punten en de andere winnende inschrijvers 155 of meer punten.
Op 21 februari 2022 deelde de Staat aan Tienplusmedical mee voornemens te zijn de raamovereenkomsten voor beide percelen aan (onder meer) Tienplusmedical te gunnen omdat zij op beide percelen als eerste was geëindigd. Op 25 februari 2022 herzag de Staat deze voorlopige beslissing, zonder gevolgen voor Tienplusmedical. De inschrijving van [appellante] was op dat moment voor perceel A geëindigd op de zevende plaats (een wachtkamerovereenkomst-plaats) en voor perceel B buiten de top zeven.
Op 29 maart 2022 trok de Staat de voorlopige gunningsbeslissingen van 25 februari in.
Op 2 juni 2022 schreef de Staat aan Tienplusmedical dat haar inschrijving op beide percelen terzijde wordt gelegd. Volgens het schrijven hadden de testmonsters van Tienplusmedical de laboratoriumtesten van het RIVM niet doorstaan: haar zelftesten voldeden niet aan alle eisen. [appellante] eindigde in de nieuwe ranking voor beide percelen als vijfde (mogelijk omdat een andere inschrijver was weggevallen), zodat de Staat toen voornemens was om met onder meer [appellante] raamovereenkomsten te sluiten.