Home

Rechtbank Den Haag, 10-08-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8079, C/09/631041 / KG ZA 22/545

Rechtbank Den Haag, 10-08-2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:8079, C/09/631041 / KG ZA 22/545

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10 augustus 2022
Datum publicatie
12 augustus 2022
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:8079
Formele relaties
Zaaknummer
C/09/631041 / KG ZA 22/545

Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Er is gerede twijfel ontstaan over het resultaat van de uitgevoerde laboratoriumtest naar de sensitiviteit van de antigeen zelftesten van eiser. De test moet daarom opnieuw worden uitgevoerd.

Uitspraak

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/631041 / KG ZA 22/545

Vonnis in kort geding van 10 augustus 2022

in de zaak van

[eiser] te [plaats] ,

eiser,

advocaat mr. P.A. Josephus Jitta te Amsterdam,

tegen:

de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) te Den Haag,

gedaagde,

advocaten mrs. J.E. Palm en A. Hijmans van den Bergh te Den Haag,

waarin is tussengekomen:

[tussenkomende partij] B.V. te Amsterdam,

advocaat mr. L. Bozkurt te Rotterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’, ‘de Staat’ en ‘ [tussenkomende partij] ’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met (uiteindelijk) 31 producties;

- de conclusie van antwoord met 2 producties;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging, met 11 producties;

- de bij de mondelinge behandeling door alle partijen overgelegde pleitnotities.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 juli 2022. Ter zitting is vonnis bepaald op vandaag.

2 Het incident tot tussenkomst

2.1.

[tussenkomende partij] heeft (primair) gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen [eiser] en de Staat. Ter zitting hebben [eiser] en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. [tussenkomende partij] is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat, zodat strijd met de goede procesorde niet aan de orde is.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

[eiser] is een eenmanszaak die zich bezighoudt met de verkoop van medische beschermmiddelen, waaronder SARS-CoV-2 antigeen zelftesten (hierna: zelftesten), die kunnen vaststellen of een persoon is besmet met het COVID-19 virus.

3.2.

Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft een Europese aanbesteding uitgeschreven voor de levering van antigeen zelftesten voor nasale afname. De aanbesteding bevat twee percelen, perceel A voor één-stuks-verpakkingen en perceel B voor vijf-stuks-verpakkingen. Gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving. De Staat is voornemens voor zowel perceel A als perceel B raamovereenkomsten te sluiten met vijf inschrijvers en daarnaast voor beide percelen wachtkamerovereenkomsten te sluiten met de op nummer zes en zeven geëindigde inschrijvers.

3.3.

[eiser] en [tussenkomende partij] hebben tijdig een inschrijving ingediend voor beide percelen. Op 21 februari 2022 heeft VWS aan [eiser] bericht voornemens te zijn om de raamovereenkomsten voor beide percelen (onder meer) aan [eiser] te gunnen, omdat [eiser] op beide percelen als eerste was geëindigd. Op 25 februari 2022 heeft VWS een herziening van de voorlopige gunningsbeslissing verzonden, die voor [eiser] geen gevolgen had. De inschrijving van [tussenkomende partij] is voor perceel A geëindigd op de 7e plaats (met als gevolg een wachtkamerovereenkomst) en is voor perceel B buiten de top 7 geëindigd.

3.4.

[eiser] heeft vervolgens ten behoeve van de in de aanbestedingsstukken aangekondigde laboratoriumtest 100 zelftesten ter beschikking gesteld aan de Dienst Testen. De laboratoriumtest behelsde, zoals aangekondigd, een controle op de analytische gevoeligheid van de zelftesten en is uitgevoerd in een laboratorium van het RIVM.

3.5.

Op 29 maart 2022 heeft VWS aan [eiser] bericht dat het aanleiding zag de voorlopige gunningsbeslissingen van 25 februari 2022 in te trekken. [eiser] zou op een later moment geïnformeerd worden over het verdere verloop van de aanbesteding en dan zou een nieuwe Alcateltermijn gaan lopen.

3.6.

Op 2 juni 2022 heeft VWS aan [eiser] bericht dat haar inschrijving niet voldoet aan twee eisen van het Aanbestedingsdocument omdat de testmonsters van [eiser] de laboratoriumtesten van het RIVM niet hebben doorstaan en dat de inschrijving van [eiser] op beide percelen daarom terzijde wordt gelegd. In de nieuwe ranking eindigt [tussenkomende partij] voor beide percelen als vijfde. VWS is dus voornemens met onder meer [tussenkomende partij] een raamovereenkomst te sluiten.

4 Het geschil

5 De beoordeling van het geschil

6 De beslissing