Home

Gerechtshof Den Haag, 07-03-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:514, BK-22/00392

Gerechtshof Den Haag, 07-03-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:514, BK-22/00392

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
7 maart 2023
Datum publicatie
11 april 2023
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:514
Zaaknummer
BK-22/00392
Relevante informatie
Art. 16 onderdeel c Wet WOZ, Art. 22 Wet WOZ, Art. 24 Wet WOZ

Inhoudsindicatie

Artikel 24, lid 5, aanhef en letter c Wet WOZ. WOZ-waarde sportcomplex. Sportvereniging aangemerkt als gebruiker van een sportcomplex. Geen sprake van volgtijdig gebruik.

Uitspraak

Team Belastingrecht

meervoudige kamer

nummer BK-22/00392

in het geding tussen:

(gemachtigde: A. Oosters)

en

(vertegenwoordiger: […] )

op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 1 maart 2022, nummer SGR 21/264.

Procesverloop

1.1.

De Heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 29 februari 2020 (de beschikking) op grond van artikel 22 Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde op 1 januari 2019 (de waardepeildatum) van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres] (Sportvelden) te [woonplaats] , voor het kalenderjaar 2020 vastgesteld op € 2.565.000 (de beschikking). Met de beschikking is in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan belanghebbende voor het jaar 2020 opgelegde aanslagen in de onroerende-zaakbelastingen en rioolheffing (de aanslagen).

1.2.

Belanghebbende heeft tegen de beschikking bezwaar gemaakt. De Heffingsambtenaar heeft het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en de in de beschikking vastgestelde WOZ-waarde waarde verminderd tot € 2.450.000.

1.3.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. Ter zake hiervan is een griffierecht van € 360 geheven. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Ter zake is een griffierecht geheven van € 548. De Heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft met dagtekening 12 januari 2023, door het Hof ontvangen op 13 januari 2023, een nader stuk ingediend.

1.5.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter zitting van het Hof van 24 januari 2023. Partijen zijn verschenen. De Heffingsambtenaar heeft een pleitnota overgelegd. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

2.1.

Belanghebbende is een vereniging met als doelstelling het bevorderen van de voetbalsport.

2.2.

Belanghebbende maakt in het kader van haar doelstelling gebruik van een sportcomplex gelegen aan de [adres] te [woonplaats] (het sportcomplex). Het sportcomplex bestaat uit tien sportvelden, waaronder veld 6, veld A en veld B (veld 6, A en B) en 24 was- en kleedlokalen. Veld 6, A en B zullen na ommekomst van 36 jaar eigendom van belanghebbende worden. Acht van de 24 was-en kleedlokalen zijn eigendom van belanghebbende; het onderhoud daarvan wordt door de [gemeente] verricht.

2.3.

Belanghebbende betaalt een vaste vergoeding per jaar, exclusief gas, water en elektriciteit (de gebruikersvergoeding) aan de gemeente voor het gebruik van het sportcomplex. De gebruikersvergoeding is niet afhankelijk van de mate waarin belanghebbende gebruik maakt van het sportcomplex.

2.4.

Op het sportcomplex staat een clubgebouw dat eigendom is van belanghebbende.

2.5.

De voorwaarden voor het gebruik van het sportcomplex zijn neergelegd in een overeenkomst tussen de gemeente en belanghebbende (de gebruikersovereenkomst). De overeenkomst is ingegaan op 1 januari 2019 en heeft een looptijd van vijf jaar. Na ommekomst van vijf jaar kan de overeenkomst stilzwijgend worden verlengd voor telkens een jaar. Het gebruik van het clubgebouw maakt geen onderdeel uit van de gebruikersovereenkomst.

2.6.

De gebruikersovereenkomst luidt, voor zover van belang, als volgt:

“Overwegende:

- dat de gemeente aan derden de gelegenheid geeft tot beoefening van de

voetbalsport;

- dat gebruikster voor het gelegenheid krijgen om de voetbalsport te beoefenen aan

de gemeente een gebruikersvergoeding betaalt;

- dat de gemeente aan gebruikster op vaste basis en duurzaam (overeenkomst voor

gebruik op vaste tijden voor een jaar of langer) de gelegenheid geeft de

voetbalsportsport te beoefenen;

- dat de gebruikster de hoofdgebruiker is en daarom ter zake van het gebruik een

voorrangspositie heeft boven de incidentele gebruikers;

- dat de gebruikersvergoeding door de gemeente wordt vastgesteld.

Artikel 1: Onderwerp

Oordeel van de Rechtbank

Omschrijving geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

Beoordeling van het hoger beroep

Proceskosten

Beslissing