Gerechtshof Den Haag, 18-04-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:722, 200.321.286/01
Gerechtshof Den Haag, 18-04-2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:722, 200.321.286/01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 april 2023
- Datum publicatie
- 25 april 2023
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2023:722
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2022:13391, Bekrachtiging/bevestiging
- Zaaknummer
- 200.321.286/01
Inhoudsindicatie
Kort geding van private spoorvervoerders tegen de Staat en de NS met als inzet een bevel aan de Staat om de concessie voor he hoofdrailnet openbaar aan te besteden en voorafgaand aan de aanbesteding een marktanalyse te verrichten. Vorderingen afgewezen.
Uitspraak
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.321.286/01
Zaaknummer rechtbank : C/09/637612 / KG ZA 22-969
Arrest in kort geding van 18 april 2023
in de zaak van
1 Federatie van Mobiliteitsbedrijven in Nederland (FMN),
gevestigd in Heerenveen,
2. ARRIVA Personenvervoer Nederland B.V.,
gevestigd in Heerenveen,
3. Transdev Nederland Holding N.V.,
gevestigd in Utrecht,
4. QBuzz B.V.,
gevestigd in Utrecht,
5. Keolis Nederland B.V.,
gevestigd in Doetinchem,
6. EBS Public Transportation B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
7. Allrail VZW,
gevestigd in Brussel, België,
8. Flixbus B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
9. Flix SE,
gevestigd in München, Duitsland,
appellanten in het principaal hoger beroep,
verweersters in het incidenteel hoger beroep,
advocaten: mr. D.W.L.A. Schrijvershof (voor appellanten/incidenteel verweersters 1 t/m 6) en mr. M. Deckers (voor appellanten/incidenteel verweersters 7 t/m 9), beiden kantoorhoudend in Amsterdam,
tegen:
1 de Staat der Nederlanden (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat),
gezeteld in Den Haag,
advocaat: mr. J. Mulder, kantoorhoudend in Den Haag,
2. N.V. Nederlandse Spoorwegen,
gevestigd in Utrecht,
advocaat: mr. A.A. Kleinhout, kantoorhoudend in Amsterdam,
verweerders in het principaal hoger beroep,
appellanten in het incidenteel hoger beroep.
Het hof zal hierna de volgende verkorte aanduidingen gebruiken: FMN voor appellante/incidenteel verweerster onder 1, leden van FMN voor appellanten/incidenteel verweersters onder 2 t/m 6, Allrail voor appellante/incidenteel verweerster onder 7, leden van Allrail voor appellanten/incidenteel verweersters onder 8 en 9, FMN c.s. voor alle appellanten/incidenteel verweersters samen, de Staat voor verweerder/incidenteel appellant onder 1 en de NS voor verweerster/incidenteel appellante onder 2.
1 De zaak in het kort
De Staat heeft het voornemen om de vervoersconcessie voor het hoofdrailnet (hierna: HRN) uiterlijk op 24 december 2023 onderhands te gunnen aan de NS, voor de periode 1 januari 2025 tot 1 januari 2034. FMN c.s. vorderen de Staat te verbieden (i) dit voornemen uit te voeren en (ii) de concessie onderhands aan de NS te gunnen zonder eerst een marktanalyse te hebben uitgevoerd. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen afgewezen. FMN c.s. hebben hoger beroep ingesteld.
Het hoger beroep slaagt niet. Het hof komt net als de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de vorderingen van FMN c.s. moeten worden afgewezen.